Het rekeningschema

Module 1 — De cyclus

Hoe de grootboekrekeningen zijn ingedeeld — en hoe je snel de juiste rekening vindt

Concepts

Wat is een rekeningschema?

Elke boeking in de administratie gaat naar een specifieke **grootboekrekening**. Maar hoe weet je naar welke? Dat bepaalt het **rekeningschema** — een geordende lijst van alle rekeningen die een bedrijf gebruikt.

Zonder rekeningschema geen consistente administratie. Stel dat de ene administrateur "benzinekosten" op rekening 660 boekt en de andere op rekening 669 — dan kloppen de rapportages nooit. Het rekeningschema is de afspraak: *elke soort transactie gaat altijd naar dezelfde rekening.*

Vergelijk het met een mappenstructuur op een computer. Je hebt een map "Facturen" en daarbinnen "Inkoop" en "Verkoop". Als je een factuur in de verkeerde map opslaat, kun je hem later niet terugvinden. Zo werkt een rekeningschema ook: de structuur bepaalt waar alles terechtkomt, zodat je later snel kunt terugvinden en rapporteren.

Het rekeningschema is ingedeeld in **klassen**. Elk rekeningnummer begint met een cijfer dat de klasse aangeeft. Klasse 0 zijn de vaste activa, klasse 1 zijn de vlottende activa, enzovoort. Binnen een klasse worden rekeningen verder opgesplitst: hoe specifieker de rekening, hoe hoger het nummer binnen de klasse.

---

De negen rekeningklassen

In het Nederlandse standaard rekeningschema (ook wel het **decimale stelsel** of **Rekeningschema Klein** / **RGS** genoemd) worden rekeningen ingedeeld in negen klassen. Elke klasse heeft een vaste positie op de balans of de winst-en-verliesrekening.

| Klasse | Naam | Balans / W&V | Normaal saldo | |--------|------|--------------|---------------| | 0 | Vaste activa | Balans — activa | Debet | | 1 | Vlottende activa | Balans — activa | Debet | | 2 | Voorraden | Balans — activa | Debet | | 3 | Vorderingen en overlopende activa | Balans — activa | Debet | | 4 | Eigen vermogen | Balans — passiva | Credit | | 5 | Langlopende schulden | Balans — passiva | Credit | | 6 | Kortlopende schulden | Balans — passiva | Credit | | 7 | Opbrengsten | W&V — opbrengsten | Credit | | 8 | Kosten | W&V — kosten | Debet | | 9 | Resultaat / neutraal | W&V of technisch | Wisselend |

> EXAMTIP: Klassen 0 t/m 3 zijn **activa** — normaal saldo is **debet**. Klassen 4 t/m 6 zijn **passiva en vermogen** — normaal saldo is **credit**. Klasse 7 zijn opbrengsten (normaal credit), klasse 8 zijn kosten (normaal debet). Dit patroon helpt je snel het normaal saldo van een rekening afleiden zonder elk nummer te hoeven onthouden.

In de praktijk gebruiken veel mkb-bedrijven een **vereenvoudigd schema** waarbij voorraden (klasse 2) en vorderingen (klasse 3) samengevoegd zijn in klasse 1. Van Ginkel Solutions BV hanteert dit vereenvoudigde schema — zie hieronder.

---

Debet versus credit: de normaal-saldo-regel

Elke rekening heeft een "voorkeurskant" — de kant waarop het saldo normaal gesproken staat. Dat heet het **normaal saldo**.

Activa-rekeningen (0, 1, 2)       → normaal saldo DEBET
  Stijging = debet; daling = credit

Passiva-rekeningen (4, 5, 6)      → normaal saldo CREDIT
  Stijging = credit; daling = debet

Opbrengsten (klasse 7)            → normaal saldo CREDIT
  Meer omzet = credit; correctie = debet

Kosten (klasse 8)                 → normaal saldo DEBET
  Meer kosten = debet; correctie = credit

Een rekening met een saldo aan de "verkeerde kant" is een signaal dat er iets niet klopt — of dat er sprake is van een bijzondere situatie (bijv. een negatief debiteurensaldo na teveel betaling).

**Voorbeeld:** De bankrekening (rekening 11000) is een activa-rekening, dus normaal saldo debet. Als er geld binnenkomt, boek je debet bank. Als er geld uitgaat, boek je credit bank. Logisch: meer geld op de bank = hogere activa = hoger debetsaldo.

**Ander voorbeeld:** Crediteuren (rekening 50000) is een passiva-rekening, dus normaal saldo credit. Je bent de leverancier geld schuldig — dat is een schuld, een passivum. Als de schuld groter wordt (nieuwe factuur), boek je credit crediteuren. Als je betaalt (schuld daalt), boek je debet crediteuren.

---

Het rekeningschema van Van Ginkel Solutions BV

Van Ginkel Solutions BV gebruikt een consistent genummerd schema. De twintig meest gebruikte rekeningen zijn:

| Rek.nr. | Naam | Klasse | Normaal saldo | |---------|------|--------|---------------| | 10000 | Kas | Vlottende activa | D | | 11000 | Bank | Vlottende activa | D | | 12000 | Debiteuren | Vlottende activa | D | | 14000 | Vooruitbetaalde kosten | Vlottende activa | D | | 15000 | BTW te vorderen (voorbelasting) | Vlottende activa | D | | 20000 | Voorraad handelsgoederen | Vlottende activa | D | | 30000 | Inventaris | Vaste activa | D | | 40000 | Aandelenkapitaal | Eigen vermogen | C | | 41000 | Reserves | Eigen vermogen | C | | 50000 | Crediteuren | Kortlopende schuld | C | | 51000 | Nog te betalen kosten | Kortlopende schuld | C | | 53000 | BTW te betalen | Kortlopende schuld | C | | 54000 | Loonheffingen te betalen | Kortlopende schuld | C | | 60000 | Inkoopwaarde omzet | Kosten | D | | 61000 | Brutoloonkosten | Kosten | D | | 62000 | Werkgeverslasten (SV-premies) | Kosten | D | | 65000 | Huisvesting / huur | Kosten | D | | 67000 | Afschrijvingskosten | Kosten | D | | 69000 | Overige bedrijfskosten | Kosten | D | | 70000 | Omzet verkopen | Opbrengsten | C |

> EXAMTIP: Op het PDB-examen mag je een standaard rekeningschema raadplegen. Maar wacht niet op het examen — werk nu al met vaste nummers. Als je in elke oefening dezelfde nummers gebruikt, onthoud je ze vanzelf. Zorg dat je weet: 12000 = Debiteuren, 50000 = Crediteuren, 53000 = BTW te betalen, 70000 = Omzet.

---

Nummersystematiek: hoe hogere nummers werken

Binnen elke klasse lopen de nummers van globaal naar specifiek. Dit is geen toeval — het is een bewuste keuze die rapportage en analyse makkelijker maakt.

**Loonkosten als voorbeeld:**

| Rekening | Naam | Wat staat hier? | |----------|------|-----------------| | 61000 | Brutoloonkosten | Het bruto loon dat medewerkers verdienen | | 62000 | Werkgeverslasten (SV-premies) | WW, ZW, WIA — de bijdrage van de werkgever | | 63000 | Vakantiegeldkosten | 8% vakantiegeld dat wordt opgebouwd | | 64000 | Pensioenpremies (werkgever) | Werkgeversdeel pensioenpremie |

Door deze opsplitsing kun je in de rapportage snel zien: hoeveel is bruto loon, hoeveel zijn sociale lasten, hoeveel is vakantiegeld? Als je alles op één rekening zou boeken, verlies je dit detail.

**BTW als ander voorbeeld:**

| Rekening | Naam | Wanneer? | |----------|------|----------| | 15000 | BTW te vorderen (voorbelasting) | BTW op inkopen — je krijgt dit terug | | 53000 | BTW te betalen | BTW op verkopen — je draagt dit af |

Bij de BTW-aangifte verrekenen we 15000 (te vorderen) met 53000 (te betalen). Het verschil is wat je betaalt of terugkrijgt.

---

Hoe je de juiste rekening kiest bij een transactie

Bij elke boeking stel je jezelf twee vragen:

**Vraag 1: Wat verandert er economisch?**

  • Komt er geld binnen of gaat er geld uit?
  • Neemt een schuld toe of af?
  • Wordt er omzet behaald of kosten gemaakt?
  • Verandert de voorraad?

**Vraag 2: Op welke rekening hoort dit economische effect thuis?**

  • Geld = Bank (11000) of Kas (10000)
  • Schuld aan leverancier = Crediteuren (50000)
  • Vordering op klant = Debiteuren (12000)
  • Inkomsten uit verkopen = Omzet verkopen (70000)
  • Kosten van verkochte goederen = Inkoopwaarde omzet (60000)

**Praktisch voorbeeld:** Van Ginkel Solutions koopt 10 servers in bij leverancier TechWholesale. Factuur: €12.000 excl. BTW 21%.

Wat verandert er?

  1. De voorraad neemt toe (we hebben nu meer goederen).
  2. We zijn geld schuldig aan de leverancier (schuld neemt toe).
  3. We betalen BTW die we later terugkrijgen (vordering op Belastingdienst).

Welke rekeningen?

  1. Voorraad stijgt → debet Voorraad (20000)
  2. Schuld aan leverancier stijgt → credit Crediteuren (50000)
  3. BTW te vorderen stijgt → debet BTW te vorderen (15000)
D  Voorraad handelsgoederen (20000)   12.000,00
D  BTW te vorderen (15000)             2.520,00
C  Crediteuren (50000)                14.520,00

---

Doen in Excel — Rekeningschema als dynamische opzoektabel

In de praktijk wil je niet elk keer het schema doorzoeken. Je zet het op als opzoektabel in Excel, zodat je bij een rekeningnummer direct de naam en het normaal saldo ziet.

Stap 1 — Maak de basistabel

Maak een werkblad `Rekeningschema` met drie kolommen:

| A | B | C | |---|---|---| | **Nr** | **Naam** | **Normaal saldo** | | 10000 | Kas | D | | 11000 | Bank | D | | ... | ... | ... |

Geef het bereik een naam: selecteer A1:C50, ga naar **Formules → Namen definiëren** en noem het `tblSchema`.

Stap 2 — XLOOKUP / X.ZOEKEN formule

Op een ander werkblad (`Boekingen`) typ je in cel E2 een rekeningnummer. In F2 zet je de formule die automatisch de naam ophaalt:

=X.ZOEKEN(E2; tblSchema[Nr]; tblSchema[Naam]; "Onbekend")

En in G2 voor het normaal saldo:

=X.ZOEKEN(E2; tblSchema[Nr]; tblSchema[Normaal saldo]; "?")

Stap 3 — Validatie met dropdownlijst

Zodat je geen foute nummers kunt invoeren:

  1. Selecteer kolom E (de invoerkolom voor rekeningnummers).
  2. Ga naar **Gegevens → Gegevensvalidatie**.
  3. Kies bij "Toestaan": **Lijst**.
  4. Bron: `=tblSchema[Nr]`
  5. Vink "Vervolgkeuzelijst in cel weergeven" aan.

Nu krijg je een dropdown met alle rekeningen en kun je nooit een ongeldig nummer invoeren.

Stap 4 — Conditionele opmaak voor D/C

Maak de cel groen als het normaal saldo **D** is (activa/kosten) en blauw als het **C** is (passiva/opbrengsten):

Regel 1: Celwaarde = "D"  →  groene achtergrond
Regel 2: Celwaarde = "C"  →  blauwe achtergrond

Ga naar **Start → Conditionele opmaak → Nieuwe regel → "Celwaarde is gelijk aan"**.

---

T-rekeningen: hoe een rekening eruitziet

Elke rekening in het grootboek heeft de vorm van een **T-rekening** — twee kanten die tegenover elkaar staan. Links is altijd **debet**, rechts is altijd **credit**. Elke boeking raakt altijd minimaal twee rekeningen tegelijk (dubbel boekhouden).

          BANK (11000)
   Debet        |   Credit
----------------|----------------
  + (stijging)  |  - (daling)
                |
  Beg.saldo     |
  Ontvangsten   |  Betalingen
          CREDITEUREN (50000)
   Debet        |   Credit
----------------|----------------
  - (daling)    |  + (stijging)
                |
  Betalingen    |  Beg.saldo
  aan lev.      |  Nieuwe fact.

Let op het verschil: bij Bank (activa) groeit de rekening aan de debetkant. Bij Crediteuren (passiva) groeit de rekening aan de creditkant. Dit is de kern van het normaal-saldo-principe.

**Hoe lees je het saldo van een T-rekening?**

Stel de bank-rekening heeft de volgende boekingen in juni:

          BANK (11000)
   Debet        |   Credit
----------------|----------------
  Beg.saldo     |
    8.000,00    |
  Ontvangst     |  Betaling huur
  klant         |    2.400,00
    5.445,00    |
                |  Betaling lev.
                |    3.630,00
----------------|----------------
  Totaal debet  |  Totaal credit
   13.445,00    |    6.030,00

Eindsaldo bank: €13.445,00 − €6.030,00 = **€7.415,00** (debetsaldo)

---

Hoe het rekeningschema de balans en W&V voedt

Het rekeningschema is niet alleen een lijst — het is de blauwdruk voor de **jaarrekening**. Aan het einde van het boekjaar worden alle rekeningsaldi overgebracht naar:

  1. De **balans** (klassen 0 t/m 6): bezittingen en schulden op een peildatum
  2. De **winst-en-verliesrekening** (klassen 7 en 8): opbrengsten en kosten over een periode
BALANS per 31 december 2025 (vereenvoudigd)

ACTIVA                          PASSIVA
Vaste activa                    Eigen vermogen
  Inventaris (30000)  18.000      Aandelenkapitaal (40000)  50.000
  - Cum. afschr.      -6.000      Reserves (41000)          15.000
  Netto              12.000       Winst lopend jaar (42000)  8.500

Vlottende activa                Langlopende schulden
  Voorraad (20000)   24.000      Hypotheek (35000)         30.000
  Debiteuren (12000) 38.000
  Bank (11000)       32.000    Kortlopende schulden
  Kas (10000)           500      Crediteuren (50000)       11.000
                                 BTW te betalen (53000)     2.000
                                 Loonheff. te bet. (54000)  1.500

Totaal activa       106.500    Totaal passiva             118.000

> EXAMTIP: De balans moet altijd in evenwicht zijn: Totaal activa = Totaal passiva. Als dat niet klopt, is er ergens een boeking niet correct doorgevoerd — of er ontbreekt een rekening. Controleer bij onbalans als eerste of de winst van het lopende jaar is meegenomen in het eigen vermogen.

---

Hoe zit de nummering van Van Ginkel in de klassen?

Van Ginkel Solutions BV gebruikt een iets aangepaste nummering die voor de praktijk overzichtelijker is. Hier is de mapping tussen de klassieke klassen en de Van Ginkel-nummers:

| Van Ginkel nrs. | Naam in schema | Klassieke klasse | |-----------------|----------------|-----------------| | 10000 – 20000 | Vlottende activa + voorraden | 1 en 2 | | 30000 – 34000 | Vaste activa | 0 | | 35000 | Hypotheek (langlopende schuld) | 5 | | 40000 – 43000 | Eigen vermogen | 4 | | 50000 – 56000 | Kortlopende schulden | 6 | | 60000 – 69000 | Kosten | 8 | | 70000 – 71000 | Opbrengsten | 7 | | 80000 – 82000 | Voorzieningen | 3/6 |

Dit vereenvoudigt het werken: alle kosten zitten in de 60.000-reeks, alle passiva in de 40.000-50.000-reeks. Je herkent snel bij welk type een rekening hoort door alleen naar de eerste twee cijfers te kijken.

---

Het standaard RGS en het examen

In Nederland bestaat het **Referentie Grootboekschema (RGS)** — een gestandaardiseerd schema dat door veel boekhoudpakketten (Exact, Unit4, Twinfield) wordt gebruikt. Het is geen wettelijke verplichting, maar wel een breed toegepaste standaard.

Voor het PDB-examen geldt: het examen verstrekt een **standaard rekeningschema** bij de opgave, of geeft expliciet de rekeningen aan die je moet gebruiken. Je hoeft dus geen nummers te memoriseren — maar je moet wel begrijpen **welke rekeningklasse** iets is en **wat het normaal saldo** is.

> EXAMTIP: Als het examen een rekeningschema verstrekt, scan het dan als eerste door voor je begint. Zoek alvast de rekeningen op die je zeker nodig hebt: debiteuren, crediteuren, omzet, BTW. Markeer ze. Dit bespaart tijd bij de boekingsvragen.

---

Missie

STORY: Karin legt het rekeningschema van Van Ginkel Solutions BV op je bureau. "Voordat je facturen gaat boeken, wil ik dat je het schema begrijpt én kunt opzoeken in Excel. Zet het op als dynamische opzoektabel, zodat iedereen bij een rekeningnummer direct de naam en het normaal saldo ziet. En maak het foutbestendig — ik wil geen typorekeningen in de boekhouding."

Stap 1 — Rekeningschema invoeren

Open een nieuw Excel-bestand. Maak het werkblad **Rekeningschema** aan. Voer alle rekeningen van Van Ginkel Solutions in als tabel met de kolommen **Nr**, **Naam**, **Klasse** en **Normaal saldo** (D of C). Voer minimaal de 20 rekeningen in uit de les. Geef de tabel de naam `tblSchema` via Formules → Namen definiëren.

Controleer je werk: het schema bevat minstens één rekening uit elke klasse (vlottende activa, vaste activa, eigen vermogen, kortlopende schulden, kosten, opbrengsten).

Stap 2 — Opzoektabel met X.ZOEKEN

Maak een tweede werkblad **Opzoeken**. Zet in cel A1 de tekst "Rekeningnummer" en in A2 een invoercel. In B2 zet je de X.ZOEKEN-formule die de naam ophaalt uit `tblSchema`. In C2 haal je het normaal saldo op. In D2 zet je de klasse.

Test je formule: typ `53000` in A2. Je moet zien: "BTW te betalen", "C", "Kortlopende schuld". Typ een onbestaand nummer (bijv. `99999`): de formule moet "Onbekend" tonen, niet een foutmelding.

Stap 3 — Dropdownvalidatie

Voeg op het werkblad **Opzoeken** een gegevensvalidatie toe op cel A2 zodat je alleen rekeningnummers uit het schema kunt kiezen. Gebruik als bron de kolom `Nr` uit `tblSchema`. Vink de dropdown aan. Test: controleer of je bij een handmatige invoer van een niet-bestaand nummer een foutmelding krijgt van Excel.

Stap 4 — Conditionele opmaak en samenvatting

Voeg conditionele opmaak toe aan cel C2 (normaal saldo): groen als de waarde "D" is, blauw als de waarde "C" is.

Maak onderaan het werkblad **Rekeningschema** een mini-samenvatting:

Totaal rekeningen D: =COUNTIF(tblSchema[Normaal saldo];"D")
Totaal rekeningen C: =COUNTIF(tblSchema[Normaal saldo];"C")
Totaal rekeningen:   =COUNTA(tblSchema[Nr])

Controleer: zijn de D- en C-rekeningen samen gelijk aan het totaal? Zo ja, is het schema compleet en consistent.