"Kortingen"
"Module 8 · BTW & handel"
"Rabat, betalingskorting en de juiste rekenvolgorde"
Concepts
Welkom terug — vandaag wordt er afgedongen
Fijn dat je er weer bent. Vorige les hebben we de **BTW** onder de knie gekregen: je weet inmiddels dat je BTW *af te dragen* (op je verkopen) en BTW *te vorderen* (op je inkopen) kunt hebben, en dat de BTW bovenop het bedrag komt. Daar gaan we vandaag op verder.
Want in de echte handel betaalt bijna niemand precies de catalogusprijs. Er wordt **korting** gegeven. De ene klant koopt veel tegelijk en krijgt daarvoor wat van de prijs af. De andere klant betaalt razendsnel en krijgt daar een kleine beloning voor. Twee verschillende soorten korting, met elk een eigen naam en — let op — een eigen manier van boeken.
Karin schuift haar stoel bij. *"Korting klinkt simpel, en het rekenen valt ook reuze mee. Maar er zit één addertje onder het gras: de volgorde. Eerst de korting eraf, dán pas de BTW erover. Doe je het andersom, dan klopt je hele factuur niet. Vandaag oefenen we die volgorde tot hij vanzelf gaat. En je doet dit keer wat meer zelf — je kunt het al."*
> TIP: Lees dit hoofdstuk gerust eerst rustig door zonder Excel erbij. In de missie maak je daarna zelf een kortingscalculator voor Van Ginkel Solutions BV, waarin je veel van de formules zelf invult. Begrijpen mag eerst.
---
Waarom geven bedrijven eigenlijk korting?
Even de intuïtie, voordat we gaan rekenen. Waarom zou een bedrijf vrijwillig minder vragen dan het zou kunnen? Daar zijn twee heel praktische redenen voor, en die sluiten precies aan op de twee soorten korting die we vandaag behandelen.
**Reden 1 — grote orders zijn aantrekkelijk.** Als een klant in één keer een hele pallet afneemt in plaats van één doosje, scheelt dat Van Ginkel Solutions BV een hoop werk: één keer inpakken, één keer versturen, één keer factureren. Die besparing geeft het bedrijf graag deels terug als korting. Zo lokt het grote bestellingen uit. Dit is de **rabatgedachte**.
**Reden 2 — snel geld binnen is goud waard.** Een factuur die pas over 30 dagen betaald wordt, is lastig: tot die tijd heeft Van Ginkel Solutions BV het geld niet. Door een kleine korting te bieden aan klanten die binnen bijvoorbeeld 8 dagen betalen, komt het geld véél sneller binnen. Dat heet **liquiditeit** — gewoon: geld in kas hebben om je eigen rekeningen te betalen. Dit is de **betalingskortinggedachte**.
Rabat | grote orders lokken
Korting omdat iemand veel afneemt
Scheelt werk en transport
Zo lok je grote bestellingen
---
Betalingskorting | snel geld binnen
Korting als de klant snel betaalt
Geld komt eerder in kas
Dat heet liquiditeit
---
Twee soorten, twee redenen | onthoud het verschil
Rabat = vanwege de hoeveelheid
Betalingskorting = vanwege de snelheid
Andere naam, ander boekstuk> TIP: Korting is dus geen cadeautje uit aardigheid — het is slim ondernemen. Met rabat trek je grote klanten aan, met betalingskorting krijg je je geld sneller. Beide kosten een beetje, maar leveren iets op wat meer waard is.
---
Soort 1 — het rabat (ook wel quantumkorting)
Het **rabat** is korting die je **vooraf** geeft, meteen op de factuur, meestal omdat iemand een grote hoeveelheid afneemt. Omdat het met de *hoeveelheid* (het quantum) te maken heeft, hoor je ook wel de naam **quantumkorting**. Twee namen, hetzelfde idee.
Het belangrijkste kenmerk van rabat: het zit **al verwerkt in de factuurprijs**. De klant ziet op zijn factuur niet eerst de hoge prijs en dan een aftrek — hij ziet meteen de al verlaagde prijs. Het rabat is er als het ware al "afgehaald" voordat de factuur de deur uitgaat.
Een voorbeeld. De catalogusprijs van een artikel is **1.000 euro**. Een klant bestelt een grote partij en krijgt daarom **10% rabat**. Dan reken je:
Catalogusprijs (bruto) ....... 1.000
Rabat 10% .................... - 100 (= 1.000 × 10%)
─────────────────────────────────────
Factuurprijs (netto) ......... 900Op de factuur staat dus gewoon **900 euro** als basisprijs. Daar gaat de BTW straks overheen — maar daarover zo meer. Het rabat zelf hoef je niet apart te boeken: het zit al in die 900 verstopt. Daarom is rabat het *makkelijkste* om te verwerken.
Karin tikt op de factuur. *"Zie het rabat als een afslag die de verkoper al voor je heeft genomen. Jij krijgt de prijs ná de afslag te zien — 900 in plaats van 1.000. Verder hoef je er niks mee. Het rabat heeft geen eigen kaartje in de boekhouding; het is gewoon de prijs zelf geworden."*
> TIP: Rabat en quantumkorting zijn twee woorden voor hetzelfde: korting vooraf, meestal vanwege een grote afname, al verwerkt in de factuurprijs. Onthoud vooral: rabat boek je *niet apart* — het zit al in de prijs.
---
Soort 2 — de betalingskorting (kassakorting / contante korting)
De **betalingskorting** is een heel ander beestje. Dit is korting die je krijgt áls je **snel** of **contant** betaalt. Je hoort er meerdere namen voor: **kassakorting**, **contante korting**, of gewoon **betalingskorting**. Allemaal hetzelfde idee: een beloning voor wie vlot afrekent.
Het grote verschil met rabat: bij een betalingskorting weet je op het moment van de factuur **nog niet** of de klant hem gaat pakken. Dat hangt ervan af of hij op tijd betaalt. De factuur gaat dus de deur uit voor het **volle** bedrag, en pas bij de betaling blijkt of de korting wordt benut.
Een voorbeeld. Op de factuur staat: *"2% betalingskorting bij betaling binnen 8 dagen."* De factuur is **900 euro**. Betaalt de klant binnen 8 dagen, dan mag hij 2% aftrekken:
Factuurbedrag ................ 900
Betalingskorting 2% .......... - 18 (= 900 × 2%)
─────────────────────────────────────
Klant betaalt ................ 882De klant maakt dan 882 euro over in plaats van 900. Die **18 euro** korting is het verschil — en dat verschil moet, anders dan bij rabat, **wél apart geboekt** worden. Want de factuur stond op 900, maar er kwam maar 882 binnen. Die 18 euro "ontbrekend" bedrag verdwijnt niet zomaar; het krijgt zijn eigen plekje in de boekhouding. Hoe precies, zie je verderop bij het boeken.
Rabat | korting vooraf
Vanwege grote afname
Zit al in de factuurprijs
Niet apart boeken
---
Betalingskorting | korting achteraf
Vanwege snel/contant betalen
Pas bij betaling bekend
Wél apart boeken
---
De namen | laat je niet verwarren
Rabat = quantumkorting
Betalingskorting = kassakorting
= contante korting> TIP: Het verschil in één zin: **rabat** weet je meteen (zit in de prijs, niet apart boeken), **betalingskorting** weet je pas bij betaling (apart boeken). Onthoud dat onderscheid goed — straks bepaalt het hoe je boekt.
---
De gouden rekenvolgorde: eerst korting, dán BTW
Nu het hart van deze les, en meteen het enige waar je echt moet opletten: de **volgorde** waarin je rekent. De regel is heilig:
> **Eerst de korting eraf. Dán pas de BTW erover.**
Waarom in deze volgorde? Heel logisch als je erover nadenkt: de BTW wordt berekend over het bedrag dat de klant écht betaalt voor de spullen. Geeft de verkoper korting, dan is de prijs lager geworden — en dus ook de BTW. Je betaalt geen belasting over een korting die je niet eens krijgt. Dus eerst de korting van het brutobedrag af, en pas over het **nettobedrag** dat overblijft reken je de 21% BTW.
Even de woorden op een rij, want die komen steeds terug:
BRUTO = de prijs vóór korting (catalogusprijs)
KORTING = het bedrag dat eraf gaat
NETTO = bruto min korting (de prijs ná korting)
BTW = 21% over het NETTO bedrag
TOTAAL = netto + BTW (wat de klant betaalt)Let goed op het woord **netto**: dat is de prijs *nadat* de korting eraf is, maar *voordat* de BTW erbij komt. Over dát bedrag reken je de BTW. Laten we dit in een paar volledige voorbeelden uitwerken, zodat je de stappen écht ziet lopen.
---
Voorbeeld 1 — 10% rabat, daarna 21% BTW
Van Ginkel Solutions BV verkoopt een partij voor een catalogusprijs van **1.000 euro**. De klant neemt veel af en krijgt **10% rabat**. Het BTW-tarief is **21%**. We lopen de stappen langs.
Stap 1 Bruto ................. 1.000
Stap 2 Rabat 10% ............ - 100 (1.000 × 0,10)
Stap 3 Netto ................ 900 (1.000 - 100)
Stap 4 BTW 21% .............. + 189 (900 × 0,21)
Stap 5 Totaal ............... 1.089 (900 + 189)Zie je hoe de BTW (189) berekend is over de **900**, niet over de 1.000? Dat is het hele punt. De klant betaalt uiteindelijk **1.089 euro**: 900 voor de spullen plus 189 BTW.
Wat als je het fóút had gedaan en de BTW over de 1.000 had gerekend? Dan kreeg je 210 BTW in plaats van 189 — dat is 21 euro te veel. De klant zou terecht klagen. Daarom: korting eerst, dan BTW.
---
Voorbeeld 2 — 2% betalingskorting, daarna 21% BTW
Nu een betalingskorting. De factuur staat op een nettoprijs van **900 euro**. De klant betaalt binnen 8 dagen en pakt daarmee de **2% betalingskorting**. Het BTW-tarief is weer **21%**.
Stap 1 Netto (factuur) ...... 900
Stap 2 Betalingskorting 2% .. - 18 (900 × 0,02)
Stap 3 Netto na korting ..... 882 (900 - 18)
Stap 4 BTW 21% .............. + 185,22 (882 × 0,21)
Stap 5 Totaal ............... 1.067,22 (882 + 185,22)Ook hier: de korting gaat er eerst af (900 wordt 882), en de BTW van 21% wordt over de **882** gerekend. De klant betaalt **1.067,22 euro** in totaal. Merk op dat de BTW hierdoor ook iets lager wordt dan zonder korting — netjes evenredig mee omlaag.
> TIP: In het echt heeft de BTW bij betalingskorting een eigen regeltje (sommige bedrijven berekenen de BTW alsnog over het volle bedrag). Voor jouw niveau houden we de heldere hoofdregel aan: korting eraf, BTW over het bedrag dat overblijft. Zo snap je de logica; de uitzonderingen komen later.
---
Voorbeeld 3 — rabat én betalingskorting samen
Soms krijgt een klant allebei: eerst rabat op de hoeveelheid, en daarna nog betalingskorting omdat hij snel betaalt. De volgorde blijft hetzelfde principe: alle kortingen eerst, dán de BTW. Catalogusprijs **2.000 euro**, **10% rabat**, **2% betalingskorting**, **21% BTW**.
Stap 1 Bruto ................ 2.000
Stap 2 Rabat 10% ........... - 200 (2.000 × 0,10)
Stap 3 Na rabat ............ 1.800
Stap 4 Betalingskorting 2% . - 36 (1.800 × 0,02)
Stap 5 Netto ............... 1.764 (1.800 - 36)
Stap 6 BTW 21% ............. + 370,44 (1.764 × 0,21)
Stap 7 Totaal ............. 2.134,44 (1.764 + 370,44)Let op stap 4: de 2% betalingskorting wordt gerekend over de **1.800** (dus ná het rabat), niet over de oorspronkelijke 2.000. Kortingen stapelen op het bedrag dat steeds overblijft. Pas als alle kortingen eraf zijn, komt de BTW erover. De klant betaalt **2.134,44 euro**.
De volgorde | heilig
Eerst alle kortingen eraf
Dán de BTW over het netto
Nooit andersom
---
Netto | het sleutelbedrag
De prijs ná korting
Vóór de BTW
Hierover reken je 21%
---
Stapelen | korting op korting
Tweede korting over het restant
Niet over het oorspronkelijke bruto
Steeds over wat overblijft> TIP: Bouw je twijfel weg met één zinnetje: *"korting, korting, dán BTW."* Zolang de BTW als allerláátste komt en over het nettobedrag gaat, zit je goed. Reken in stappen, niet in één keer — dan zie je precies waar elk bedrag vandaan komt.
---
Hoe boek je korting? — voortbouwend op je journaalposten
Nu het boeken. Je kent de journaalpost al uit Module 7: debet boven, credit (met "Aan") eronder, en debet altijd gelijk aan credit. Daar bouwen we op voort. We kijken naar de **betalingskorting**, want die moet je apart boeken. (Rabat niet — dat zit al in de prijs, weet je nog.)
Bedenk eerst vanuit wélke kant je kijkt. Voor **jou als verkoper** is een betalingskorting die je aan een klant geeft een **kostenpost**: je krijgt minder binnen dan op de factuur stond, dat geld ben je kwijt. We boeken dat op een kaartje met de naam **Betalingskortingen** (een kostenrekening). En kosten staan altijd... debet, precies.
**Boeking bij de verkoper — klant pakt 2% korting.** De factuur stond op 900 (netto, even zonder BTW voor de duidelijkheid). De klant betaalt 882 per bank en pakt 18 korting. Je vordering op de klant (**Debiteuren**, een bezit) stond op 900 en moet helemaal weg. Er komt 882 op de **Bank** binnen, en de ontbrekende 18 boek je als kostenpost **Betalingskortingen**:
Bank 882 debet
Betalingskortingen 18 debet
Aan Debiteuren 900 creditTel even na: debet is 882 + 18 = 900. Credit is 900. Gelijk! De gouden regel klopt. Je vordering van 900 is helemaal verdwenen, je hebt 882 echt ontvangen, en de 18 die je liet schieten staat netjes als kostenpost geboekt.
Nu de andere kant. Voor **jou als koper/afnemer** is precies diezelfde korting een **opbrengst**: je hoeft minder te betalen dan op de factuur stond, dat is voordeel. Stel jíj bent de klant met een schuld van 900 aan je leverancier (**Crediteuren**), je betaalt 882 en pakt 18 korting. Opbrengsten staan credit:
Crediteuren 900 debet
Aan Bank 882 credit
Aan Betalingskortingen 18 creditTel na: debet 900, credit 882 + 18 = 900. Gelijk. Je schuld van 900 is helemaal afbetaald, er ging maar 882 van je bank af, en de 18 die je mocht houden staat als opbrengst (credit).
Bij de verkoper | korting = kostenpost
Je krijgt minder binnen
Betalingskortingen staat debet
Het is geld dat je liet schieten
---
Bij de koper | korting = opbrengst
Je betaalt minder
Betalingskortingen staat credit
Het is voordeel voor jou
---
Rabat boeken? | niet nodig
Rabat zit al in de factuurprijs
Geen apart kaartje
Alleen betalingskorting boek je apart> TIP: Hetzelfde tientje korting is voor de gever een kostenpost (debet) en voor de ontvanger een opbrengst (credit). Wie geeft, raakt kwijt; wie krijgt, wint. Vraag jezelf bij het boeken altijd af: *sta ik aan de gevende of de ontvangende kant?*
---
Even op een rijtje — en geruststelling
Dat was best wat, dus laten we het samenballen. Twee soorten korting, één gouden volgorde, twee manieren van boeken:
| Onderwerp | Rabat (quantumkorting) | Betalingskorting (kassa/contant) | | --- | --- | --- | | Reden | grote afname | snel/contant betalen | | Wanneer bekend | meteen, op de factuur | pas bij de betaling | | In de factuurprijs? | ja, al verwerkt | nee, factuur is vol bedrag | | Apart boeken? | nee | ja | | Bij verkoper | — | kostenpost (debet) | | Bij koper | — | opbrengst (credit) |
En de rekenvolgorde, nog één keer, want die is het belangrijkste van vandaag:
BRUTO ──► korting eraf ──► NETTO ──► BTW erover ──► TOTAALKarin leunt achterover. *"Mooi gedaan. Het rekenen is gewoon optellen en aftrekken en een keer maal 0,21 — dat kun je al lang. De kunst zit in de volgorde en in het uit elkaar houden van de twee soorten korting. En het boeken is een journaalpost zoals je er al tientallen hebt gezien, alleen met een extra regeltje voor de korting. Je staat er sterker voor dan je denkt."*
> TIP: Voel je je nog wat onzeker over het boeken? Niet erg. Onthoud voor nu het belangrijkste: *rabat reken je gewoon van de prijs af en boek je niet apart; betalingskorting boek je wél apart, als kostenpost bij de gever en opbrengst bij de ontvanger.* De rest komt met oefenen.
Klaar voor de praktijk? In de missie bouw je in Excel een echte kortingscalculator voor Van Ginkel Solutions BV, die bruto → korting → netto → BTW → totaal uitrekent. Je vult dit keer flink wat formules zelf in — je kunt het.
---
Missie
STORY: Karin zet twee facturen van Van Ginkel Solutions BV naast je toetsenbord. *"Vandaag bouw je je eigen kortingscalculator in Excel. Je voert een brutobedrag en een kortingspercentage in, en je laat Excel het netto, de BTW en het totaal uitrekenen — netjes in stappen. Je kent SOM, percentages en celverwijzingen al, dus dit keer schrijf je de meeste formules zelf. Ik zet je op weg en jij doet het werk. We controleren op het eind met een paar bedragen die je uit het hoofd kunt natellen. Klaar? We beginnen linksboven."*
Stap 1 — Maak de opzet van de calculator
Start Excel met een **Leeg werkblad**. We maken een nette calculator met een kolom voor de **omschrijving** en een kolom voor het **bedrag**.
Typ de labels in kolom A en laat kolom B vrij voor de bedragen. Klik op **A1** en typ `KORTINGSCALCULATOR NEXUS RETAIL`. Typ daarna de regels eronder:
A B
┌────────────────────────────┬──────────┐
1 │ KORTINGSCALCULATOR │ │
2 │ │ │
3 │ Bruto (catalogusprijs) │ │ ← invoer
4 │ Kortingspercentage │ │ ← invoer
5 │ Korting (in euro) │ │ ← formule
6 │ Netto (na korting) │ │ ← formule
7 │ BTW-percentage │ │ ← invoer
8 │ BTW (in euro) │ │ ← formule
9 │ TOTAAL (klant betaalt) │ │ ← formule
└────────────────────────────┴──────────┘De cellen met "invoer" vul je zelf met getallen. De cellen met "formule" laat je Excel uitrekenen. Mooi overzichtelijk.
Stap 2 — Vul de invoervelden zelf in
Nu de drie getallen die jíj bepaalt. We nemen het voorbeeld uit de les: een catalogusprijs van 1.000 euro met 10% rabat en 21% BTW.
- Klik op **B3** en typ `1000` (het brutobedrag).
- Klik op **B4** en typ `0,10` (10% korting — let op de komma).
- Klik op **B7** en typ `0,21` (21% BTW).
A B
3 │ Bruto (catalogusprijs) │ 1000 │
4 │ Kortingspercentage │ 0,10 │
7 │ BTW-percentage │ 0,21 │Tip: door het percentage als `0,10` en `0,21` in te typen, kun je er straks zó mee vermenigvuldigen. 10% is immers hetzelfde als 0,10, en 21% is 0,21.
Stap 3 — Reken zelf de korting en het netto uit
Nu ga jíj de eerste formules schrijven. We willen eerst de korting in euro's (bruto × kortingspercentage), en daarna het netto (bruto min korting).
Klik op **B5** en typ de formule voor de **korting in euro**. Denk even na: het is het brutobedrag (B3) maal het kortingspercentage (B4).
=B3*B4Klik nu op **B6** en typ zelf de formule voor het **netto** — dat is bruto min de korting:
=B3-B5Controleer je scherm. In B5 hoort **100** te staan (1000 × 0,10), en in B6 hoort **900** te staan (1000 − 100).
A B
5 │ Korting (in euro) │ 100 │ =B3*B4
6 │ Netto (na korting) │ 900 │ =B3-B5Klopt het? Mooi. Je hebt nu zelf de korting eraf gehaald. Nu de BTW erover.
Stap 4 — Reken zelf de BTW en het totaal uit
Nu komt de gouden volgorde in de praktijk: de BTW reken je over het **netto** (B6), niet over het bruto. Schrijf zelf de formule.
Klik op **B8** en typ de formule voor de **BTW in euro** — dat is netto (B6) maal het BTW-percentage (B7):
=B6*B7Klik daarna op **B9** en typ zelf de formule voor het **totaal** — dat is netto plus BTW:
=B6+B8Controleer: in B8 hoort **189** te staan (900 × 0,21), en in B9 hoort **1089** te staan (900 + 189).
A B
8 │ BTW (in euro) │ 189 │ =B6*B7
9 │ TOTAAL (klant betaalt) │ 1089 │ =B6+B8Tel zelf even na: 900 netto + 189 BTW = 1.089. Precies het bedrag uit de les! En het mooiste: omdat je met formules werkt, kun je nu zó een andere prijs testen.
Stap 5 — Test je calculator met andere bedragen
Hier komt de kracht van formules: verander alleen de invoer, en alle uitkomsten rekenen automatisch mee. Probeer het bedrag uit voorbeeld 2 van de les.
Klik op **B3** en verander het in `2000`. Klik op **B4** en verander het kortingspercentage in `0,10` (laat staan als het al zo stond). De BTW in B7 blijft `0,21`. Kijk wat er gebeurt:
A B
3 │ Bruto (catalogusprijs) │ 2000 │
5 │ Korting (in euro) │ 200 │ (2000 × 0,10)
6 │ Netto (na korting) │ 1800 │ (2000 − 200)
8 │ BTW (in euro) │ 378 │ (1800 × 0,21)
9 │ TOTAAL (klant betaalt) │ 2178 │ (1800 + 378)Alle bedragen zijn vanzelf meegerekend zonder dat je één formule opnieuw hoefde te typen. Tel na: 1.800 netto + 378 BTW = 2.178. Klopt. Zet daarna B3 gerust weer op `1000` als je wilt.
> TIP: Wil je controleren of je de volgorde goed hebt? Reken in B8 nooit `=B3*B7` (BTW over het bruto) — dat zou fout zijn. Het moet `=B6*B7` zijn, BTW over het **netto**. Klopt jouw B8-formule? Dan zit de gouden volgorde goed in je calculator.
Stap 6 — Voeg een betalingskorting-rij toe (extra)
Tot slot bouwen we de calculator iets verder uit, zoals in voorbeeld 3 van de les: ook nog een betalingskorting, vóór de BTW. Dat oefent het stapelen van kortingen.
Voeg twee regels in tussen netto en BTW. Klik op **A10** en typ `Betalingskorting %`, en op **A11** typ `Netto na betalingskorting`. Vul in **B10** het percentage `0,02` in. Schrijf nu zelf de formule in **B11**: het netto uit B6, min de betalingskorting (B6 × B10).
=B6-(B6*B10)Pas tot slot je BTW-formule in B8 even aan zodat hij over dit nieuwe nettobedrag rekent: klik op **B8** en maak er `=B11*B7` van. Met bruto 1000, 10% rabat en 2% betalingskorting hoort er nu dit uit te komen:
A B
6 │ Netto (na korting) │ 900 │ (1000 − 100)
10 │ Betalingskorting % │ 0,02 │
11 │ Netto na betalingskorting │ 882 │ =B6-(B6*B10)
8 │ BTW (in euro) │ 185,22 │ =B11*B7
9 │ TOTAAL (klant betaalt) │ 1067,22 │ =B11+B8Tel na: 882 netto × 0,21 = 185,22 BTW, en 882 + 185,22 = 1.067,22 totaal. Precies het bedrag uit voorbeeld 2 van de les!
**Karin kijkt over je schouder mee en knikt tevreden.** *"Kijk eens aan. Je hebt een echte kortingscalculator gebouwd, de meeste formules zelf geschreven, en de gouden volgorde zit er netjes in: eerst de kortingen eraf, dán de BTW over het netto. Je hebt zelfs het stapelen van twee kortingen onder de knie. Onthoud het zinnetje 'korting, korting, dán BTW' en je rekent nooit meer een factuur verkeerd. En het boeken — rabat niet apart, betalingskorting wél, kostenpost bij de gever en opbrengst bij de ontvanger — dat herken je nu zo. Sterk gedaan."*