"Dagboeken"
"Module 9 · Dagboeken & subadministraties"
"Transacties voorsorteren: inkoopboek, verkoopboek, kas, bank en memoriaal"
Concepts
Welkom terug — een nieuwe module, een nieuwe stap
Fijn dat je er weer bent. Je hebt Module 8 helemaal afgerond: je kunt nu een complete handelstransactie boeken, mét BTW en korting, van inkoop tot afdracht. Dat is een serieuze prestatie. Vandaag beginnen we aan Module 9, en die gaat over iets heel praktisch: hoe houd je het overzichtelijk als er niet één of twee transacties zijn, maar honderden?
Want dat is wat er gebeurt zodra een bedrijf echt draait. Van Ginkel Solutions BV koopt in, verkoopt, krijgt geld op de bank, betaalt rekeningen, krijgt contant geld in de kassa — elke dag, de hele dag door. Als je dat allemaal door elkaar in één grote lijst gooit, raak je het overzicht kwijt. De oplossing heet **dagboeken**, en die ga je vandaag grondig leren.
Karin schuift haar stoel bij. *"Stel je een grote kledingkast voor zonder enige indeling. Je gooit alles op één hoop: sokken, truien, jassen, ondergoed, schoenen. Zoek dan 's ochtends maar eens een paar bij elkaar passende sokken. Een ramp. Een boekhouder lost dat op precies dezelfde manier op als jij thuis: met laatjes. Eén laatje voor inkoopfacturen, één voor verkoopfacturen, één voor de bank. Die laatjes heten dagboeken. Vandaag leer je welke laatjes er zijn en wat er in elk hoort."*
> TIP: Een dagboek is niets engs. Zie het gewoon als een **gesorteerd laatje** waarin je transacties van dezelfde soort bij elkaar legt. Meer is het niet — al klinkt het woord misschien deftig.
---
Het probleem: alles op één hoop
Laten we eerst het probleem echt voelen. In Module 7 leerde je journaalposten maken, en in principe zou je álle transacties van het bedrijf achter elkaar in één groot **journaal** kunnen zetten. Dat werkt prima zolang het er tien zijn. Maar kijk eens wat er gebeurt bij een echt bedrijf in één week:
2 jun Inkoopfactuur leverancier A ........ Inkopen / Te vorderen BTW / Crediteuren
2 jun Klant betaalt per bank ............. Bank / Debiteuren
3 jun Verkoopfactuur klant X ............. Debiteuren / Verkopen / Af te dragen BTW
3 jun Contant verkocht in de winkel ...... Kas / Verkopen / Af te dragen BTW
3 jun Bankkosten afgeschreven ............ Bankkosten / Bank
4 jun Inkoopfactuur leverancier B ........ Inkopen / Te vorderen BTW / Crediteuren
4 jun Wij betalen leverancier A per bank . Crediteuren / Bank
5 jun Verkoopfactuur klant Y ............. Debiteuren / Verkopen / Af te dragen BTW
5 jun Contante uitgave benzine ........... Autokosten / Te vorderen BTW / Kas
... en zo nog tachtig regels deze weekZie je hoe alles door elkaar staat? Inkopen, verkopen, bank, kas — allemaal kriskras door elkaar. Wil je nu weten "hoeveel hebben we deze week verkocht op factuur?", dan moet je de hele lijst doorzoeken en de juiste regels eruit vissen. En als je bank niet klopt, moet je in diezelfde brij alle bankregels gaan zoeken. Onbegonnen werk.
> TIP: Hoe meer transacties, hoe harder je een indeling nodig hebt. Bij een paar regels merk je het niet, maar bij honderden regels per maand wordt sorteren vooraf pure tijdwinst.
---
De oplossing: voorsorteren in dagboeken
Hier komt het idee. In plaats van alles op één hoop te gooien, maak je vooraf **aparte lijstjes per soort transactie**. Elke soort krijgt zijn eigen lijstje, en zo'n lijstje noemen we een **dagboek**. Je legt elke transactie meteen in het juiste laatje, en dan blijft alles netjes bij elkaar.
Een **dagboek** is dus: een lijst waarin je transacties van één bepaalde soort verzamelt, op datum, op volgorde van binnenkomst. Het woord "dagboek" komt van het feit dat je er dag voor dag in bijhoudt wat er gebeurt — net als een persoonlijk dagboek, maar dan met bedragen.
Het probleem | alles door elkaar
Eén grote lijst met alle transacties
Onoverzichtelijk bij veel regels
Zoeken wordt een hel
---
De oplossing | dagboeken
Aparte lijst per soort transactie
Inkoop bij inkoop, bank bij bank
Vooraf sorteren = later overzicht
---
Een dagboek | een gesorteerd laatje
Eén soort transactie per dagboek
Op datum, op volgorde
Periodiek samen naar het grootboekWelke laatjes heb je nodig? Boekhouders gebruiken al meer dan honderd jaar dezelfde standaardset. Er zijn er vijf, en die nemen we nu één voor één grondig door.
> TIP: De vijf dagboeken zijn een vaste set die je overal tegenkomt — in elk boekhoudprogramma, op elke boekhoudopleiding. Leer ze nu goed, dan herken je ze straks overal terug.
---
De vijf standaard dagboeken
Hier zijn ze, op een rij, met wat er in elk hoort:
| Dagboek | Wat komt erin? | Voorbeeld | | --- | --- | --- | | **Inkoopboek** | Alle inkoopfacturen die je krijgt | Factuur van een leverancier | | **Verkoopboek** | Alle verkoopfacturen die je verstuurt | Factuur aan een klant | | **Kasboek** | Alle contante ontvangsten en uitgaven | Contant verkocht, benzine contant betaald | | **Bankboek** | Alle mutaties op je bankrekening | Klant betaalt per bank, jij betaalt een rekening | | **Memoriaal** | De rest: correcties, afschrijvingen, lonen, beginbalans | Maandelijkse afschrijving, salarisboeking |
Laten we ze één voor één bekijken, want het is belangrijk dat je precies weet wat waar hoort.
**Het inkoopboek.** Hierin komen alle **inkoopfacturen**: de rekeningen die je van je leveranciers krijgt voor spullen die je inkoopt. Let op: het gaat om de *factuur*, niet om de betaling. Krijg je een factuur van leverancier A voor 2.000 plus BTW, dan komt die in het inkoopboek. Wanneer je hem later betaalt, dat is een bankzaak — die betaling komt in het bankboek.
**Het verkoopboek.** De spiegel van het inkoopboek. Hierin komen alle **verkoopfacturen**: de rekeningen die jij naar je klanten stuurt. Verkoop je voor 3.000 plus BTW op rekening, dan komt die factuur in het verkoopboek. Ook hier weer: alleen de factuur. Wanneer de klant betaalt, komt dat in het bankboek (of het kasboek bij contant).
**Het kasboek.** Hierin houd je je **contante geld** bij — het echte geld in de kassa of de kas. Elke contante ontvangst (een klant rekent contant af) en elke contante uitgave (je betaalt de benzine cash) komt in het kasboek. Tegenwoordig is dat bij veel bedrijven klein geworden, maar een winkel met een kassa heeft het zeker nodig.
**Het bankboek.** Het drukste dagboek bij de meeste bedrijven. Hierin komt **alles wat er op je bankrekening gebeurt**: een klant maakt geld over, jij betaalt een leverancier, de bank schrijft kosten af, je betaalt de BTW aan de Belastingdienst. Je bankafschrift is in feite een kant-en-klaar bankboek — je hoeft het alleen maar te boeken.
**Het memoriaal.** Het laatste laatje, voor **alles wat in geen van de andere vier past**. Denk aan: de beginbalans aan het begin van het jaar, correcties van fouten, de maandelijkse afschrijving van een machine, de salarisboeking (lonen). Het memoriaal is je "diversen-laatje" — het vangt op wat geen inkoop, verkoop, kas of bank is.
> TIP: Twijfel je waar een transactie hoort? Stel jezelf de vraag: is het een factuur (inkoop/verkoop), of beweegt er geld (kas/bank)? Past het in geen van die vier, dan is het memoriaal. Die vraag lost negen van de tien gevallen op.
---
Inkoop versus betaling — let goed op dit verschil
Eén ding verwart beginners bijna altijd, dus laten we het meteen stevig vastzetten. Een inkoop op rekening bestaat uit **twee aparte gebeurtenissen**, op twee verschillende momenten, in twee verschillende dagboeken:
MOMENT 1 — de factuur komt binnen → INKOOPBOEK
Je koopt op rekening. Je krijgt de spullen
nu, maar je betaalt later. Er ontstaat een
schuld aan de leverancier (Crediteuren).
MOMENT 2 — je betaalt de factuur → BANKBOEK
Weken later maak je het geld over per bank.
De schuld verdwijnt, je banksaldo daalt.Dezelfde transactie raakt dus twee dagboeken, maar op twee momenten. Bij verkopen geldt precies hetzelfde: de factuur gaat in het **verkoopboek**, de betaling die later binnenkomt gaat in het **bankboek** (of het kasboek). Het laatje "facturen" en het laatje "geld" zijn echt twee verschillende laatjes.
> TIP: Onthoud: een **factuur** en een **betaling** zijn twee aparte gebeurtenissen. De factuur gaat in het inkoop- of verkoopboek, de betaling in het bank- of kasboek. Gooi ze nooit op één hoop.
---
Hoe een dagboek werkt: van dagboek naar grootboek
Goed, je hebt je transacties netjes voorgesorteerd in dagboeken. Maar wat doe je er dan mee? Een dagboek staat namelijk niet op zichzelf — uiteindelijk moet alles nog steeds in het **grootboek** terechtkomen, want daar staan je rekeningen (denk terug aan Module 7: grootboekrekeningen, debet en credit).
Het mooie is: omdat alle transacties in een dagboek van **dezelfde soort** zijn, ziet de journaalpost er telkens **hetzelfde** uit. In het inkoopboek is élke regel: Inkopen debet, Te vorderen BTW debet, Aan Crediteuren credit. Alleen de bedragen verschillen. Dat maakt het verwerken bijna automatisch.
Zo ziet de keten eruit:
DAGBOEK JOURNAALPOST GROOTBOEK
(voorgesorteerd) → (vaste vorm per → (de rekeningen,
lijstje) dagboek) debet/credit)
Inkoopboek: Inkopen debet → Inkopen-rekening (debet)
factuur 2.000 Te vorderen BTW debet → Te vorderen BTW (debet)
+ 420 BTW Aan Crediteuren credit → Crediteuren (credit)Je werkt dus zo: je verzamelt een periode lang (bijvoorbeeld een week of een maand) alle inkoopfacturen in het inkoopboek. Dan "boek" je het dagboek: je maakt de journaalposten en zet de bedragen in het grootboek. Omdat elke regel dezelfde vorm heeft, kun je zelfs gewoon de **kolomtotalen** van het dagboek in één keer naar het grootboek boeken. Stel het inkoopboek heeft deze week drie facturen met samen 6.000 aan inkopen en 1.260 aan BTW — dan boek je in één keer 6.000 op Inkopen, 1.260 op Te vorderen BTW, en 7.260 op Crediteuren. Eén boeking voor de hele week.
┌─────────────────────────────────────────────────────────┐
│ INKOOPBOEK — juni (voorgesorteerd lijstje) │
├──────────┬──────────────┬─────────┬────────┬─────────────┤
│ Datum │ Leverancier │ Inkopen │ BTW │ Te betalen │
├──────────┼──────────────┼─────────┼────────┼─────────────┤
│ 2 jun │ Leverancier A │ 2.000 │ 420 │ 2.420 │
│ 4 jun │ Leverancier B │ 3.000 │ 630 │ 3.630 │
│ 6 jun │ Leverancier C │ 1.000 │ 210 │ 1.210 │
├──────────┼──────────────┼─────────┼────────┼─────────────┤
│ │ TOTAAL │ 6.000 │ 1.260 │ 7.260 │ → naar grootboek
└──────────┴──────────────┴─────────┴────────┴─────────────┘Zie je het? Het dagboek is een tabel, en de **kolomtotalen onderaan** zijn precies wat je naar het grootboek boekt. Dat is de grote tijdwinst: in plaats van honderd losse journaalposten boek je per dagboek één keer het totaal.
> TIP: De kolomtotalen van een dagboek zijn goud waard. Eén dagboek = één verzamelboeking naar het grootboek. Dat is precies waarom dagboeken bestaan: tijdwinst en overzicht in één.
---
Uitgewerkt voorbeeld: een week bij Van Ginkel Solutions BV
Laten we nu een echte week pakken en alle transacties in de juiste dagboeken sorteren. Hier is wat er deze week bij Van Ginkel Solutions BV gebeurde:
2 jun Inkoopfactuur leverancier A: 2.000 + 420 BTW = 2.420
3 jun Verkoopfactuur klant X: 3.000 + 630 BTW = 3.630 (op rekening)
3 jun Contant verkocht in de winkel: 500 + 105 BTW = 605
4 jun Klant X betaalt 3.630 per bank
4 jun Bankkosten afgeschreven: 15
5 jun Inkoopfactuur leverancier B: 1.000 + 210 BTW = 1.210
5 jun Contant benzine getankt: 50 + 10,50 BTW = 60,50
6 jun Wij betalen leverancier A: 2.420 per bankAcht transacties, allemaal door elkaar. Nu sorteren we ze in de juiste laatjes. Let goed op: de inkoop- en verkoopfacturen gaan in hun eigen boek, maar de **betalingen** ervan gaan in het bank- of kasboek.
**Inkoopboek** (de inkoopfacturen):
┌──────────┬──────────────┬─────────┬────────┬─────────────┐
│ Datum │ Leverancier │ Inkopen │ BTW │ Te betalen │
├──────────┼──────────────┼─────────┼────────┼─────────────┤
│ 2 jun │ Leverancier A │ 2.000 │ 420 │ 2.420 │
│ 5 jun │ Leverancier B │ 1.000 │ 210 │ 1.210 │
├──────────┼──────────────┼─────────┼────────┼─────────────┤
│ │ TOTAAL │ 3.000 │ 630 │ 3.630 │
└──────────┴──────────────┴─────────┴────────┴─────────────┘**Verkoopboek** (de verkoopfacturen op rekening — let op: de contante verkoop hoort hier NIET, die is contant en gaat in het kasboek):
┌──────────┬──────────────┬──────────┬────────┬─────────────┐
│ Datum │ Klant │ Verkopen │ BTW │ Te innen │
├──────────┼──────────────┼──────────┼────────┼─────────────┤
│ 3 jun │ Klant X │ 3.000 │ 630 │ 3.630 │
├──────────┼──────────────┼──────────┼────────┼─────────────┤
│ │ TOTAAL │ 3.000 │ 630 │ 3.630 │
└──────────┴──────────────┴──────────┴────────┴─────────────┘**Kasboek** (alles contant — de winkelverkoop en de benzine):
┌──────────┬────────────────────┬──────────┬──────────┐
│ Datum │ Omschrijving │ Ontvangst│ Uitgave │
├──────────┼────────────────────┼──────────┼──────────┤
│ 3 jun │ Contante verkoop │ 605 │ │
│ 5 jun │ Benzine (contant) │ │ 60,50 │
├──────────┼────────────────────┼──────────┼──────────┤
│ │ TOTAAL │ 605 │ 60,50 │
└──────────┴────────────────────┴──────────┴──────────┘**Bankboek** (alles wat op de bank beweegt — de betaling van klant X, de bankkosten, onze betaling aan leverancier A):
┌──────────┬────────────────────────┬─────────┬─────────┐
│ Datum │ Omschrijving │ Bij │ Af │
├──────────┼────────────────────────┼─────────┼─────────┤
│ 4 jun │ Klant X betaalt │ 3.630 │ │
│ 4 jun │ Bankkosten │ │ 15 │
│ 6 jun │ Betaling leverancier A │ │ 2.420 │
├──────────┼────────────────────────┼─────────┼─────────┤
│ │ TOTAAL │ 3.630 │ 2.435 │
└──────────┴────────────────────────┴─────────┴─────────┘En het **memoriaal** blijft deze week leeg — er waren geen afschrijvingen, lonen of correcties. Dat is prima; niet elk dagboek is elke week in gebruik.
Karin tikt op de vier tabellen. *"Kijk eens hoe rustig dit er ineens uitziet. Diezelfde acht transacties die eerst een chaotische hoop waren, staan nu keurig in vier laatjes. Wil je weten wat we deze week op factuur verkochten? Eén blik in het verkoopboek: 3.000. Wil je je bank controleren? Het bankboek staat klaar. Dít is waarom boekhouders al honderd jaar met dagboeken werken — niet omdat het moet, maar omdat het je leven zoveel rustiger maakt."*
> TIP: Let in het voorbeeld op de **contante verkoop**: die ging naar het *kasboek*, niet naar het verkoopboek. Het verkoopboek is alleen voor verkopen **op rekening** (op factuur). Contant = kasboek. Per bank = bankboek. Dat onderscheid is de meestgemaakte beginnersfout.
---
Waarom dit zo handig is — en een vooruitblik
We sluiten de uitleg af met de drie grote voordelen, want het is goed om te weten *waarom* je dit doet.
**Overzicht.** Met dagboeken vind je alles meteen terug. Je wilt weten hoeveel je inkocht? Inkoopboek. Klopt je bank? Bankboek erbij. In plaats van zoeken in een grote brij heb je nette, gesorteerde lijstjes.
**Taakverdeling.** In een groter bedrijf kan de ene medewerker het inkoopboek bijhouden, een ander het verkoopboek, en weer een ander de bank. Omdat de dagboeken gescheiden zijn, lopen mensen elkaar niet in de weg. Iedereen werkt in zijn eigen laatje.
**Het sluit aan op de computer.** En dit is misschien wel het belangrijkste voor jou. **Boekhoudsoftware werkt precies zo.** Als je straks in Module 10 met een boekhoudprogramma werkt (of in het echt met software als Exact of e-Boekhouden), dan kies je bij elke boeking eerst een **dagboek**: "Inkoop", "Verkoop", "Bank", "Kas" of "Memoriaal". Wat je vandaag op papier leert, is exact hoe de computer het straks voor je doet. Je begrijpt dan precies wat er onder de motorkap gebeurt.
Overzicht | alles meteen vindbaar
Inkopen? Inkoopboek
Bank checken? Bankboek
Geen zoeken in een grote brij
---
Taakverdeling | ieder zijn laatje
Meerdere mensen tegelijk
Niemand loopt elkaar in de weg
Gescheiden dagboeken
---
Computerboekhouden | zo werkt software
Elk boekhoudprogramma kent dagboeken
Je kiest eerst een dagboek
Vandaag leg je die basisKarin leunt achterover en glimlacht. *"We hebben vandaag een rustige maar belangrijke les gehad. Geen ingewikkelde sommen, maar een manier van denken die je de rest van je boekhoudleven gebruikt. Je weet nu wat de vijf dagboeken zijn, wat er in elk hoort, en hoe een dagboek via de journaalpost in het grootboek belandt. In de missie ga je het zelf doen: je bouwt in Excel je eigen inkoop-, verkoop- en bankboek voor Van Ginkel Solutions BV, vult een week transacties in op de juiste plek, en telt per dagboek het totaal met SOM. Je gaat het meteen zelf in de vingers krijgen. Klaar? Aan de slag."*
> TIP: Onthoud de kern van deze les in één zin: **een dagboek is een voorgesorteerd lijstje van transacties van één soort, dat je periodiek via een vaste journaalpost naar het grootboek boekt.** Snap je die zin, dan snap je dagboeken.
---
Missie
STORY: Karin legt een stapeltje met bonnetjes, facturen en een bankafschrift naast je toetsenbord. *"Vandaag ga jij voor Van Ginkel Solutions BV de dagboeken bijhouden. Hier is een week aan transacties, lekker door elkaar zoals dat in het echt gaat. Jouw taak: maak in Excel aparte tabbladen voor het inkoopboek, het verkoopboek en het bankboek, sorteer elke transactie in het juiste boek, en tel per dagboek het totaal met SOM. Niveau is omhoog: ik geef je de transacties, jij bepaalt zelf waar ze horen en vult ze in. Je kunt niets fout doen — staat er iets verkeerd, dan typ je het opnieuw. Klaar? We beginnen met het inkoopboek."*
Stap 1 — Maak drie tabbladen aan
Open Excel met een **Leeg werkblad**. We gaan drie dagboeken maken, elk op een eigen tabblad. Onderaan je scherm zie je de tabbladen.
Dubbelklik op het tabblad onderaan (het heet waarschijnlijk **Blad1**) en typ `Inkoopboek`, druk op **Enter**. Klik dan op het plusje (**+**) naast het tabblad om een nieuw tabblad te maken, dubbelklik erop en noem het `Verkoopboek`. Maak op dezelfde manier een derde tabblad en noem het `Bankboek`.
Onderaan je scherm:
┌────────────┬─────────────┬──────────┬───┐
│ Inkoopboek │ Verkoopboek │ Bankboek │ + │
└────────────┴─────────────┴──────────┴───┘Drie laatjes, klaar voor gebruik. We vullen ze één voor één.
Stap 2 — Vul het inkoopboek
Klik op het tabblad **Inkoopboek**. Maak eerst de kopregel. Klik op **A1** en typ `Datum`, op **B1** typ `Leverancier`, op **C1** typ `Inkopen`, op **D1** typ `BTW`, op **E1** typ `Te betalen`. Maak rij 1 even vet.
Deze week kwamen er twee inkoopfacturen binnen. Vul ze in. De BTW is 21%, en "Te betalen" is inkopen + BTW:
- **3 jun** — Leverancier Groothandel Jansen: inkopen **4.000**, BTW = 4.000 × 0,21 = **840**, te betalen **4.840**
- **6 jun** — Leverancier De Vries Import: inkopen **2.000**, BTW = 2.000 × 0,21 = **420**, te betalen **2.420**
A B C D E
┌──────────┬────────────────────┬─────────┬────────┬───────────┐
1 │ Datum │ Leverancier │ Inkopen │ BTW │ Te betalen│
2 │ 3 jun │ Groothandel Jansen │ 4.000 │ 840 │ 4.840 │
3 │ 6 jun │ De Vries Import │ 2.000 │ 420 │ 2.420 │
└──────────┴────────────────────┴─────────┴────────┴───────────┘Tel nu per kolom het totaal met SOM. Klik op **C4** en typ `=SOM(C2:C3)`, druk op **Enter**. Doe hetzelfde in **D4** met `=SOM(D2:D3)` en in **E4** met `=SOM(E2:E3)`. Zet in **B4** het woord `Totaal`.
4 │ │ Totaal │ 6.000 │ 1.260 │ 7.260 │ ← =SOMControleer in je hoofd: 4.000 + 2.000 = 6.000 inkopen, 840 + 420 = 1.260 BTW, samen 7.260 te betalen. Dat zijn de bedragen die straks in één keer naar het grootboek gaan.
Stap 3 — Vul het verkoopboek
Klik op het tabblad **Verkoopboek**. Maak de kopregel: **A1** `Datum`, **B1** `Klant`, **C1** `Verkopen`, **D1** `BTW`, **E1** `Te innen`. Rij 1 vet.
Deze week verstuurde Van Ginkel Solutions BV twee verkoopfacturen op rekening. Reken de BTW (21%) en het te innen bedrag zelf uit en vul in:
- **4 jun** — Klant Bakker BV: verkopen **5.000**, BTW = 5.000 × 0,21 = **1.050**, te innen **6.050**
- **7 jun** — Klant Smit Retail: verkopen **3.000**, BTW = 3.000 × 0,21 = **630**, te innen **3.630**
A B C D E
┌──────────┬──────────────┬──────────┬────────┬──────────┐
1 │ Datum │ Klant │ Verkopen │ BTW │ Te innen │
2 │ 4 jun │ Bakker BV │ 5.000 │ 1.050 │ 6.050 │
3 │ 7 jun │ Smit Retail │ 3.000 │ 630 │ 3.630 │
└──────────┴──────────────┴──────────┴────────┴──────────┘Tel weer met SOM. **C4**: `=SOM(C2:C3)`, **D4**: `=SOM(D2:D3)`, **E4**: `=SOM(E2:E3)`. In **B4** typ je `Totaal`.
4 │ │ Totaal │ 8.000 │ 1.680 │ 9.680 │ ← =SOMWacht — controleer dat laatste even mee. Verkopen: 5.000 + 3.000 = **8.000**. BTW: 1.050 + 630 = **1.680**. Te innen: 6.050 + 3.630 = **9.680**. Klopt je E4-totaal met **9.680**? Mooi, dan heeft je SOM-formule het goed gedaan. (Stond er iets anders? Controleer of je `=SOM(E2:E3)` precies zo hebt getypt.)
Stap 4 — Vul het bankboek
Klik op het tabblad **Bankboek**. Dit dagboek heeft twee bedrag-kolommen: **Bij** (geld erbij) en **Af** (geld eraf). Maak de kopregel: **A1** `Datum`, **B1** `Omschrijving`, **C1** `Bij`, **D1** `Af`. Rij 1 vet.
Dit stond deze week op het bankafschrift van Van Ginkel Solutions BV. Bepaal zelf of elk bedrag bij **Bij** of bij **Af** hoort:
- **5 jun** — Klant Bakker BV betaalt zijn factuur: **6.050** komt binnen → Bij
- **5 jun** — Bankkosten: **20** afgeschreven → Af
- **8 jun** — Wij betalen leverancier Groothandel Jansen: **4.840** → Af
A B C D
┌──────────┬────────────────────────┬─────────┬─────────┐
1 │ Datum │ Omschrijving │ Bij │ Af │
2 │ 5 jun │ Bakker BV betaalt │ 6.050 │ │
3 │ 5 jun │ Bankkosten │ │ 20 │
4 │ 8 jun │ Betaling Jansen │ │ 4.840 │
└──────────┴────────────────────────┴─────────┴─────────┘Tel beide kolommen met SOM. Klik op **C5** en typ `=SOM(C2:C4)`. Klik op **D5** en typ `=SOM(D2:D4)`. Zet in **B5** het woord `Totaal`.
5 │ │ Totaal │ 6.050 │ 4.860 │ ← =SOMControleer: er kwam 6.050 binnen, er ging 20 + 4.840 = **4.860** af. Het verschil (6.050 − 4.860 = 1.190) is wat je banksaldo deze week is gegroeid.
Stap 5 — Bereken per dagboek het banksaldo-effect
Tot slot een klein extraatje op het tabblad **Bankboek**. Hoeveel is het banksaldo deze week netto veranderd? Dat is alles wat erbij kwam min alles wat eraf ging.
Klik op **B7** en typ `Saldo deze week`. Klik op **C7** en typ de formule die het verschil pakt tussen je twee totalen:
=C5-D5 B C
┌────────────────────┬─────────┐
7 │ Saldo deze week │ 1.190 │ ← =C5-D5
└────────────────────┴─────────┘In **C7** verschijnt **1.190**. Het banksaldo van Van Ginkel Solutions BV is deze week dus met 1.190 gegroeid — precies het verschil tussen de 6.050 die binnenkwam en de 4.860 die eraf ging.
Stap 6 — Kijk terug op je drie dagboeken
Klik nog eens door je drie tabbladen heen: **Inkoopboek**, **Verkoopboek**, **Bankboek**. Zie je wat je gemaakt hebt? Een week aan rommelige transacties staat nu keurig voorgesorteerd in drie laatjes, elk met een net kolomtotaal eronder.
Bekijk je totalen nog één keer:
INKOOPBOEK → Inkopen 6.000 | BTW 1.260 | Te betalen 7.260
VERKOOPBOEK → Verkopen 8.000 | BTW 1.680 | Te innen 9.680
BANKBOEK → Bij 6.050 | Af 4.860 | Saldo +1.190**Karin kijkt over je schouder mee en knikt tevreden.** *"Kijk eens aan. Je hebt drie echte dagboeken gebouwd in Excel, elk op een eigen tabblad, een week aan transacties zelf in het juiste laatje gesorteerd, en per dagboek het totaal met SOM uitgerekend. Die kolomtotalen — 6.000 inkopen, 8.000 verkopen, een banksaldo dat met 1.190 groeide — dat is precies wat een boekhouder straks in één keer naar het grootboek boekt. En weet je wat het mooiste is? Dit is exact hoe boekhoudsoftware werkt: eerst kies je een dagboek, dan boek je. Je hebt vandaag de basis gelegd voor computerboekhouden. Goed bezig, echt waar — je tilt jezelf elke les een stukje hoger."*