Premies volksverzekeringen en werknemersverzekeringen

Module 2 — Dienstbetrekking & Loonheffingen

AOW, ANW, Wlz, WW en WIA — wie betaalt wat?

Concepts

Volksverzekeringen — werknemerslast via de loonheffing

De **volksverzekeringen** zijn verplichte sociale verzekeringen voor iedereen die in Nederland woont of werkt, ongeacht of men in dienstbetrekking is. Voor werknemers worden de premies volksverzekeringen (PVV) samen met de loonbelasting ingehouden als één gecombineerde heffing: de **loonheffing**.

**De drie volksverzekeringen en hun premie in 2026:**

Volksverzekering                            Premie 2026
──────────────────────────────────────────────────────────
AOW   Algemene Ouderdomswet                   17,90%
ANW   Algemene nabestaandenwet                 0,10%
Wlz   Wet langdurige zorg                      9,65%
──────────────────────────────────────────────────────────
Totaal premie volksverzekeringen (PVV)        27,65%
──────────────────────────────────────────────────────────

**Grondslag en maximum:**

  • De premies gelden over het **loon tot de grens van de eerste belastingschijf**: €75.518/jaar in 2026
  • Over het loon boven €75.518 worden **geen premies volksverzekeringen** meer berekend
  • Het volledige loon tot dit maximum is de grondslag voor zowel de loonbelasting als de PVV

**Gecombineerd in het loonheffingspercentage:**

Het tarief van **35,82%** dat je ziet in de loonheffingstabellen (eerste schijf) is de optelling van loonbelasting én premie volksverzekeringen. Werknemers betalen dit via hun nettoloon — zij zien de splitsing niet, maar de werkgever boekt het als één afdracht.

> EXAMTIP: Premies volksverzekeringen zijn al verwerkt in het loonheffingspercentage (35,82% = loonbelasting + PVV samen). Je betaalt ze dus NIET apart — ze zitten verborgen in de "loonheffing" die je afdraagt. Werknemersverzekeringen staan LOS van de loonheffing en worden apart berekend en afgedragen.

**AOW-gerechtigden betalen geen AOW-premie**

Werknemers die de AOW-leeftijd hebben bereikt (67 jaar in 2026) betalen **geen AOW-premie meer**. Hun loonheffingspercentage is daardoor lager: 35,82% − 17,90% = **17,92%** voor de eerste schijf. Dit heet de **leeftijdskorting op de premie volksverzekeringen**.

---

Werknemersverzekeringen — werkgeverslast

De **werknemersverzekeringen** zijn verzekeringen die alleen gelden voor werknemers in een echte dienstbetrekking (niet voor ZZP-ers, vrijwilligers of AOW-gerechtigden zonder arbeidscontract). De premies komen volledig voor rekening van de werkgever en worden **niet ingehouden op het loon** van de werknemer.

**WW — Werkloosheidswet**

Het WW-premietarief in 2026 kent twee niveaus:

WW-premie 2026
──────────────────────────────────────────────────────────
Laag tarief:   2,74%   → vaste contracten, BBL-leerlingen
Hoog tarief:   7,74%   → tijdelijke contracten, oproepkrachten,
                          werknemers die een WW-uitkering
                          van meer dan €2.600 per maand ontvangen
──────────────────────────────────────────────────────────

De werkgever registreert in de loonaangifte voor elke werknemer afzonderlijk welk WW-tarief van toepassing is, op basis van het contracttype.

**WIA — Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen**

De WIA bestaat uit twee regelingen:

WIA-componenten 2026
──────────────────────────────────────────────────────────
WGA  Gedeeltelijk arbeidsgeschikte werknemers
     → Gedifferentieerd tarief per werkgever (afhankelijk van
       sector en eigen schadegeschiedenis van de werkgever)
     → Werkgevers met veel WGA-uitkeringen betalen meer

IVA  Volledig en duurzaam arbeidsongeschikten
     → Laag tarief (risico ligt bij UWV, niet bij werkgever)
──────────────────────────────────────────────────────────
Basispremie WAO/WIA (vereenvoudigd, PDL-examen): 6,37%
──────────────────────────────────────────────────────────

> EXAMTIP: Op het PDL-examen reken je met de **basispremie WAO/WIA van 6,37%**. In de praktijk is het tarief gedifferentieerd per werkgever, maar voor examenvraagstukken gebruik je altijd dit vaste percentage tenzij anders vermeld.

---

Volksverzekeringen vs. werknemersverzekeringen — het grote verschil

Volksverzekeringen | werknemerslast
AOW, ANW, Wlz
Betaald door werknemer (ingehouden op loon)
Iedereen in Nederland verzekerd
Premie zit verwerkt in loonheffingspercentage
Maximum: loon tot €75.518/jaar
---
Werknemersverzekeringen | werkgeverslast
WW, WIA (WGA + IVA)
Betaald door werkgever (NIET ingehouden op loon)
Alleen werknemers in echte dienstbetrekking
Los van de loonheffing afgedragen
Maximum: maximumpremieloon €71.628/jaar

---

Maximum premieloon

Zowel voor WW als voor WIA geldt een **maximumpremieloon**: in 2026 is dat **€71.628 per jaar** (€5.969 per maand). Over loon boven dit maximum worden geen werknemersverzekeringspremies berekend. De VCR-methode zorgt voor de juiste begrenzing bij wisselende lonen (zie hoofdstuk ch01d).

---

Eigenrisicodragerschap werknemersverzekeringen

Een werkgever kan **eigenrisicodrager** worden voor de WGA en/of de ZW. Dit betekent dat hij het financiële risico voor arbeidsongeschiktheid niet overdraagt aan het UWV, maar zelf draagt — al dan niet via een particuliere verzekering.

Eigenrisicodrager WGA | zelf WGA-uitkering betalen
Werkgever betaalt maximaal 10 jaar zelf de WGA-uitkering van (ex-)werknemers
Voordeel: lagere gedifferentieerde Whk-premie (WGA-component vervalt)
Aanvraag: uiterlijk 13 weken vóór 1 januari of 1 juli (ingangsdatum)
Garantieverklaring van een erkende bank of verzekeraar verplicht
WGA-uitkering aangeven in loonaangifte met code inkomstenverhouding 40
---
Eigenrisicodrager ZW | zelf ZW-uitkering betalen
Werkgever betaalt zelf de ZW-uitkering van (ex-)werknemers die ziek uitstromen
Voordeel: lagere gedifferentieerde Whk-premie (ZW-component vervalt)
Aanvraag: uiterlijk 13 weken vóór 1 januari of 1 juli
Gecertificeerde arbodeskundige of bedrijfsarts verplicht voor verzuimbegeleiding
ZW-uitkering aangeven met code inkomstenverhouding 31

**Gevolgen voor de premieafdracht:**

Als eigenrisicodrager betaal je een lagere gedifferentieerde Whk-premie omdat je de premiecomponent WGA (en/of ZW) niet meer betaalt aan UWV. Je betaalt die kosten nu zelf als er een uitkering moet worden verstrekt.

Kosten verhalen op werknemers | optioneel
Eigenrisicodrager WGA mag maximaal 50% van de WGA-kosten verhalen
Verhaal via inhouding op het nettoloon van alle werknemers
Verhaal is niet verplicht — niet verhalen leidt ook niet tot loonheffing
Maximum verhaalpercentage: fictieve premie × 50%
---
Einde eigenrisicodragerschap | van rechtswege of op verzoek
Beëindigen per 1 januari of 1 juli (aanvraag 13 weken van tevoren)
Van rechtswege bij faillissement of einde werkgeversstatus
Na beëindiging: WGA-/ZW-kosten van bestaande gevallen (uitlooprisico) blijven
Niet overdraagbaar bij fusie of overname — nieuwe entiteit moet zelf aanvragen

> EXAMTIP: Eigenrisicodragerschap gaat over de **WGA** en de **ZW** — niet over de WW of de Zvw. De werkgever betaalt bij eigenrisicodragerschap dezelfde bijdrage voor het Whk-loon in de aangifte, maar de **premiecomponent WGA of ZW is nul**. Het uitlooprisico (verplichtingen die doorlopen na beëindiging) is een veelgesteld examonderwerp.

---

Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) — hoog en laag tarief

Het **Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof)** is het fonds waaruit IVA-uitkeringen (volledig en duurzaam arbeidsongeschikte werknemers) worden betaald én de basisdekking van de WGA. De Aof-premie kent een **hoog en laag tarief** op basis van de loonsom van de werkgever.

Aof-premie 2026 (indicatief):

Drempel: loonsom ≤ ca. €905.000 per jaar → kleine werkgever
──────────────────────────────────────────────────────────────────────
Aof laag:   kleine werkgevers (loonsom ≤ drempel)    ca. 5,82%
Aof hoog:   grotere werkgevers (loonsom > drempel)   ca. 7,11%
──────────────────────────────────────────────────────────────────────

Grondslag:  maximumpremieloon (€71.628/jaar = €5.969/maand)
Betaald door: werkgever — werkgeverslast, NIET ingehouden op loon

**Structuur van de WIA/Whk-premie in de praktijk:**

Totale WIA/Whk-last werkgever (vereenvoudigd):

Aof-basispremie (hoog of laag)          → naar Belastingdienst / UWV
+ Gedifferentieerde Whk-premie WGA       → bepaald per werkgever/sector
─────────────────────────────────────────────────────────────────────
= Totale premielast arbeidsongeschiktheid

Eigenrisicodrager WGA: Aof WEL betalen, Whk WGA-component = 0
Eigenrisicodrager ZW: Aof WEL betalen, Whk ZW-component = 0

> EXAMTIP: Op het PDL/BKL-examen wordt voor berekeningen de **vereenvoudigde basispremie WIA van 6,37%** gebruikt. In de praktijk is er een Aof hoog/laag splitsing op basis van loonsom — kleine werkgevers betalen een lager percentage. Het onderscheid hoog/laag is examenrelevant als uitlegvraag, niet als rekenvraag.

---

Internationale situaties — Wfsv coördinatiebepaling

Voor werknemers die in meerdere landen werken of tijdelijk worden gedetacheerd, bepaalt de **Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv)** in samenhang met de Europese **coördinatieverordening 883/2004** welk land de sociale premies heft.

Coördinatiebepaling — basisregel
Werknemer is sociaalverzekerd in slechts één lidstaat tegelijk
Hoofdregel: lidstaat waar men daadwerkelijk werkzaam is
Voorkómt dubbele premieheffing bij grensarbeid of detachering
---
Detachering — uitzondering max. 24 maanden
Werknemer blijft verzekerd in thuisland bij detachering tot 24 maanden
Bewijs: A1-verklaring (vroeger E101), aangevraagd bij de SVB
Werkgever hoeft geen premies te betalen in het werkland
---
Gevolg voor de loonadministratie
Met A1-verklaring: normaal Nederlandse premies afdragen, geen buitenlandse heffing
Zonder A1-verklaring bij grensoverschrijdend werk: risico op dubbele heffing
Buitenlandse werkgever met werknemer in NL: inhoudingsplicht via Belastingdienst regelen

> EXAMTIP: De coördinatiebepaling voorkomt dat een werknemer in twee landen tegelijk premies betaalt. De **A1-verklaring** is het sleuteldocument bij detachering: zolang die geldig is, blijft de Nederlandse loonadministratie en premieplicht ongewijzigd. Aanvraag loopt via de **Sociale Verzekeringsbank (SVB)**, niet via de Belastingdienst.

---

Doen in Excel — Volledige loonkostenberekening

Gegeven

| Naam | BrutoMaand | ContractType | LHK | AOWGerechtigd | |---|---|---|---|---| | Fatima El Amrani | 3.200 | Vast | Ja | Nee | | Mark Jansen | 2.600 | Tijdelijk | Ja | Nee | | Sandra de Boer | 5.100 | Vast | Ja | Nee | | Tom Verhoeven | 1.800 | BBL | Nee | Nee | | Ans Dijkstra | 3.500 | Vast | Ja | Ja |

Tarieven 2026: WW laag 2,74% / WW hoog 7,74% / WIA 6,37% / Zvw WG 6,57% / Zvw WN 5,43% / maximumpremieloon € 5.969/maand.

Opdracht

Bouw een Excel-tabel tblMedewerkers met bovenstaande gegevens. Voeg berekeningskolommen toe voor loonheffing, Zvw-werknemersbijdrage, netto uitbetaling, WW-premie werkgever, WIA-premie werkgever, Zvw-werkgeversbijdrage en totale werkgeverskosten. Let op dat het maximumpremieloon (€ 5.969/maand) de grondslag begrenst voor WW, WIA en Zvw. Maak een samenvattingstabel met de totalen per premiesoort en voeg een kostenfactorkolom toe (totale werkgeverskosten gedeeld door netto loon) om te vergelijken wie het duurste is om in dienst te hebben.

Sleutelformule

Gebruik IFS voor het WW-tarief — het contracttype bepaalt laag of hoog, maar kap eerst het premieloon af:

=MIN([@BrutoMaand], 5969) * IFS([@ContractType]="Vast",0.0274, [@ContractType]="BBL",0.0274, TRUE,0.0774)

---

Missie

STORY: Van Ginkel Solutions BV heeft vijf medewerkers, een mix van vaste en tijdelijke contracten. Jij bouwt het volledige loonkostenmodel in Excel, berekent per medewerker de werkgeverskosten en geeft de directie een totaaloverzicht van alle af te dragen premies.

Stap 1 — Voer de medewerkers in

Medewerker         BrutoMaand  ContractType  LHK  AOWGerechtigd
──────────────────────────────────────────────────────────────────
Fatima El Amrani    3.200       Vast          Ja   Nee
Mark Jansen         2.600       Tijdelijk     Ja   Nee
Sandra de Boer      5.100       Vast          Ja   Nee
Tom Verhoeven       1.800       BBL           Nee  Nee
Ans Dijkstra        3.500       Vast          Ja   Ja

Stap 2 — Bereken de werkgeverskosten per medewerker

Gebruik de formules uit de theorie. Let op:

  • Tom Verhoeven heeft geen loonheffingskorting — reken met het hogere tarief
  • Ans Dijkstra is AOW-gerechtigd — haar loonheffingspercentage is 17,92%
  • Mark Jansen heeft een tijdelijk contract — hoog WW-tarief (7,74%)
Verwachte uitkomsten werkgeverskosten per maand:

Fatima:   3.200 + (2,74% + 6,37% + 6,57%) × 3.200  = €3.200 + €501,76 = €3.701,76
Mark:     2.600 + (7,74% + 6,37% + 6,57%) × 2.600  = €2.600 + €540,28 = €3.140,28
Sandra:   5.100 + (2,74% + 6,37% + 6,57%) × 5.100
          → let op: premieloon begrensd op €5.969 maar Sandra zit onder max
          = €5.100 + 15,68% × 5.100                  = €5.100 + €799,68 = €5.899,68
Tom:      1.800 + (2,74% + 6,37% + 6,57%) × 1.800  = €1.800 + €282,24 = €2.082,24
Ans:      3.500 + (2,74% + 6,37% + 6,57%) × 3.500  = €3.500 + €548,80 = €4.048,80

Stap 3 — Totaaloverzicht premieafdracht

Maak een samenvattingstabel die de directie in één oogopslag toont welke premies de komende maand worden afgedragen:

Premieoverzicht Van Ginkel Solutions BV — juni 2026

Loonheffing (werknemerslast):          [SUMPRODUCT van kolom F]
Zvw werknemer (werknemerslast):        [SUMPRODUCT van kolom G]
WW-premie werkgever:                   [SUMPRODUCT van kolom I]
WIA-premie werkgever:                  [SUMPRODUCT van kolom J]
Zvw werkgeversbijdrage:                [SUMPRODUCT van kolom K]
──────────────────────────────────────────────────────────────────
Totale afdracht aan Belastingdienst:   [SOM loonheffing + Zvw WN]
Totale werkgeverskosten boven bruto:   [SOM WW + WIA + Zvw WG]
Totale loonkosten Van Ginkel BV:       [SOM bruto + werkgeverslasten]

Stap 4 — Kostenfactor analyse

Voeg de kostenfactorkolom toe (totale werkgeverskosten / netto loon). Welke medewerker heeft de hoogste kostenfactor en waarom? Leg uit hoe het hoge WW-tarief van Mark Jansen bijdraagt aan zijn kostenfactor ten opzichte van Fatima.