Gesprekstechnieken
Module 3 — Communicatie
Effectief communiceren in HR-gesprekken
Concepts
Verbale en non-verbale communicatie in gesprekken
In een gesprek — of het nu een sollicitatiegesprek, functioneringsgesprek of werkoverleg is — spelen zowel verbale als non-verbale communicatie een rol.
Verbale communicatie in gesprekken
Wat je zegt: de woorden, de inhoud, de vragen die je stelt en de antwoorden die je geeft.
---
Non-verbale communicatie in gesprekken
Hoe je het zegt: toon, tempo, volume. En wat je uitstraalt: lichaamstaal, oogcontact, gezichtsuitdrukking, houding.
---
---> EXAMTIP: Studies tonen aan dat in een face-to-face gesprek meer dan 70% van de indruk bepaald wordt door non-verbale communicatie. Wat je uitstraalt, telt dus zwaarder dan wat je zegt.
Criteria voor een effectief gesprek
**1. Voorbereiding** Een goed gesprek begint vóór het gesprek:
- Doel bepalen: wat wil je bereiken?
- Informatie verzamelen (cv, beoordelingsformulier, dossier)
- Locatie en tijdstip goed kiezen
- Agenda of gespreksopbouw voorbereiden
**2. Luisteren, samenvatten en doorvragen (LSD)** De LSD-techniek is de kern van actief luisteren:
flowchart LR
A[Luisteren\nVolledige aandacht\ngeen oordeel] --> B[Samenvatten\nVerifiëren of je het\ngoed begrepen hebt]
B --> C[Doorvragen\nVerdiepen en\nverhelderen]
C --> ALuisteren
Actief luisteren: oogcontact, knikken, niet onderbreken, stiltes laten vallen. Toon dat je geïnteresseerd bent.
---
Samenvatten
Vat in eigen woorden samen wat de ander zei. Dit bevestigt begrip en geeft de ander de kans te corrigeren. "Als ik het goed begrijp, zeg je dat..."
---
Doorvragen
Stel open vragen om meer diepgang te krijgen. "Kun je daar een voorbeeld van geven?" "Wat bedoel je precies met...?"**3. Kernachtige communicatie**
- Korte, duidelijke zinnen
- Geen jargon
- Concreet: feiten en voorbeelden, niet vage algemeenheden
- Geen monoloog: ruimte geven aan de ander
**4. Gespreksopbouw**
flowchart TD
A[Openingsfase\nRapport opbouwen, sfeer scheppen\nDoel en agenda benoemen] --> B[Informatiefase\nVragen stellen, luisteren,\nsamenvatten, doorvragen]
B --> C[Kernfase\nHoofdonderwerp besprekenBeslissingen of afspraken\nformuleren]
C --> D[Slotfase\nSamenvatten, afspraken\nbevestigen, afsluiten]Het sollicitatiegesprek specifiek
In een sollicitatiegesprek gelden dezelfde principes, maar er zijn extra aandachtspunten:
Voor de interviewer (HR/leidinggevende)
Gebruik competentiegerichte vragen ("Geef een voorbeeld van..."). Let op non-verbale signalen. Geef de kandidaat ruimte. Geen discriminerende vragen.
---
Voor de sollicitant
Goede voorbereiding (ken het bedrijf). Helder antwoorden geven (STAR-methode). Bewust zijn van eigen non-verbale communicatie: houding, oogcontact, handdruk.
---
STAR-methode
Situatie – Taak – Actie – Resultaat. Structuur voor het beantwoorden van gedragsgerichte vragen.Valkuilen in gesprekken
Doorslaan in praten
Zelf te veel aan het woord zijn. Geef de ander minimaal 60% van de spreektijd in een sollicitatiegesprek.
---
Oordelen in plaats van beschrijven
"Jij bent niet gemotiveerd" vs. "Ik merk dat je de afgelopen drie overleggen geen vragen hebt gesteld."
---
Doorvragen vergeten
Bij een oppervlakkig antwoord niet doorvragen. Hierdoor mis je de diepte van de boodschap.---
Missie
STORY: Van Ginkel Solutions heeft twee sollicitanten uitgenodigd voor de functie van IT-supportmedewerker. Karin bereidt zich voor op de gesprekken en vraagt jou mee te helpen.
Stap 1 — Gespreksopbouw uitschrijven
Schrijf een gespreksopbouw voor het sollicitatiegesprek van Karin. Gebruik de vier fasen (opening, informatie, kern, slot). Beschrijf per fase wat Karin concreet doet of zegt bij Van Ginkel Solutions.
Stap 2 — STAR-vragen schrijven
Schrijf drie competentiegerichte (STAR-)vragen die Karin kan stellen aan de sollicitant voor de functie van IT-supportmedewerker. De competenties die Van Ginkel Solutions zoekt zijn:
- Klantgerichtheid
- Probleemoplossend vermogen
- Samenwerken
Schrijf elke vraag op de STAR-manier: "Beschrijf een situatie waarin je..."
Stap 3 — Non-verbale observatie
Tijdens het gesprek zit sollicitant A achterover geleund, kijkt regelmatig naar zijn telefoon en geeft korte antwoorden. Sollicitant B zit rechtop, maakt oogcontact en geeft uitgebreide antwoorden.
Beschrijf hoe Karin deze non-verbale signalen kan meenemen in haar beoordeling, zonder dat ze alleen op non-verbale communicatie baseert. Welke valkuil moet ze vermijden?