Het Decimale Rekeningschema

Module 4 — Gegevensverwerking financiële administratie

Balansrekeningen, tussenrekeningen en kostenrekeningen herkennen

Concepts

Wat is een rekeningschema?

Een **rekeningschema** (of grootboekschema) is een geordende lijst van alle rekeningen die een onderneming gebruikt voor haar boekhouding. In Nederland wordt veel gewerkt met het **decimale rekeningschema**, waarbij rekeningen zijn ingedeeld in klassen van 0 t/m 9.

Klasse 0 | Vaste activa
Gebouwen, machines, inventaris, immateriële activa
---
Klasse 1 | Vlottende activa
Voorraden, debiteuren, liquide middelen
---
Klasse 2 | Eigen vermogen & voorzieningen
Aandelenkapitaal, reserves, voorzieningen
Klasse 3 | Langlopende schulden
Hypotheken, obligatieleningen
---
Klasse 4 | Kortlopende schulden
Crediteuren, loonschulden, af te dragen LH
---
Klasse 5 | Kostenrekeningen
Personeelskosten, huisvestingskosten, afschrijvingen
Klasse 6 | Kostenrekeningen (vervolg)
Inkoopkosten, transportkosten
---
Klasse 7 | Opbrengstenrekeningen
Verkoopopbrengsten, overige baten
---
Klasse 8 & 9 | Resultaat & tussenrekeningen
W&V-rekening, loonheffingstussenrekening

> EXAMTIP: Klasse 4 is voor de loonadministrateur het meest relevant: loonschulden en af te dragen loonheffingen staan hier. Klasse 5 bevat de personeelskosten (brutoloon en werkgeverspremies).

Soorten rekeningen

Balansrekening | Blijvend
Staat op de balans (activa of passiva)
Saldo loopt door naar volgend jaar
Voorbeelden: debiteuren, eigen vermogen, loonschuld
---
Tussenrekening | Tijdelijk
Overbrugt twee processen (bijv. LA → FA)
Wordt nul gemaakt na verwerking
Voorbeeld: loonheffingstussenrekening
---
Kostenrekening | W&V
Staat op de W&V-rekening (debet = kosten)
Wordt nul na jaarafsluiting
Voorbeeld: personeelskosten (klasse 5)
Opbrengstenrekening | W&V
Staat op de W&V-rekening (credit = opbrengsten)
Wordt nul na jaarafsluiting
Voorbeeld: verkoopopbrengsten (klasse 7)

Rekeningen in de loonadministratie

In de loonadministratie komen typisch de volgende rekeningen voor:

KLASSE 5 — Kostenrekeningen (debet)
  5010 Brutoloon
  5020 Werkgeverspremies WW
  5030 Werkgeverspremie WIA/ZW
  5040 Werkgeversdeel Zvw
  5050 Pensioenpremie werkgever

KLASSE 4 — Kortlopende schulden (credit)
  4010 Loonschuld (netto te betalen)
  4020 Af te dragen loonheffing
  4030 Af te dragen premies werknemersverzekeringen
  4040 Pensioenpremie schuld

KLASSE 9 — Tussenrekening (tijdelijk)
  9000 Loonheffingstussenrekening

> EXAMTIP: Kun je een rekening niet direct plaatsen? Denk dan: staat het op de balans (klasse 0-4)? Dan balansrekening. Heeft het met kosten/opbrengsten te maken (klasse 5-7)? Dan resultaatrekening.

Missie

STORY: Karin wil dat je het grootboek van Van Ginkel Solutions BV beter leert begrijpen. Ze geeft je een lijst met rekeningen en vraagt je deze te classificeren.

Stap 1 — Rekeningen classificeren

Geef voor elk van de volgende rekeningen aan: balansrekening, tussenrekening, kostenrekening of opbrengstenrekening:

  1. Brutoloon medewerkers
  2. Eigen vermogen
  3. Loonheffingstussenrekening
  4. Verkoopopbrengst hardware
  5. Af te dragen premies werknemersverzekeringen
  6. Voorraad laptops

Stap 2 — Klasse bepalen

Geef voor de rekeningen uit stap 1 ook de klasse aan (0 t/m 9) in het decimale rekeningschema.

Stap 3 — Debet of credit?

Leg voor de volgende rekeningen uit of ze bij boeking normaal debet of credit staan:

  • Brutoloon (klasse 5): debet of credit?
  • Loonschuld (klasse 4): debet of credit?
  • Af te dragen LH (klasse 4): debet of credit?