De sollicitatie
Arbeidswereld — deel 2
Voordat iemand een contract krijgt, moet hij eerst over de drempel. En al bij die eerste kennismaking gelden er regels, ook over de vragen die je niet mag stellen.
Concepts
Een week later zat er een vrouw in de wachtruimte die Majorieke niet kende, met een map op schoot en haar jas nog aan, en aan de manier waarop ze rechtop zat kon je zien dat ze zenuwachtig was. Alex liep langs het raam van het kantoortje en knikte naar haar. "Voor de administratie," zei hij zacht tegen Majorieke. "Sofie. Ik wil haar erbij. We groeien, ik kan het niet meer alleen aan."
Majorieke keek even naar de vrouw. Een jaar of dertig, dacht ze, misschien een kind thuis, je zag het aan niets maar je voelde het. En ze betrapte zich op een vreemde gewaarwording. Een jaar geleden had ze zelf zo gezeten, ergens, met een map en een te warme jas, hopend dat iemand haar een kans zou geven na al die jaren thuis. Nu zat ze aan de andere kant van de muur.
"Mag ik er straks bij zitten?" vroeg ze.
"Daarom vroeg ik het," zei Alex. "Ik wil weten of ze in de cijfers thuis is. En jij weet wat we nodig hebben."
Het gesprek ging goed. Sofie was rustig zodra ze eenmaal zat, ze wist waar ze het over had, ze had ergens anders met facturen gewerkt. Maar halverwege stelde Alex een vraag die Majorieke iets in de buik deed knijpen.
"Heb je kinderen? Want we draaien soms door tot 's avonds in de drukke periodes."
Sofie aarzelde. Ze zei iets vaags, dat het wel te regelen zou zijn, en het gesprek liep door. Maar Majorieke zag de aarzeling, en ze hield de vraag vast in haar hoofd, want er was iets aan dat niet goed voelde. *Waarom zou dat mogen.* Toen Sofie weg was en Alex tevreden zijn pen neerlegde, ging ze het bij Willem na.
Willem luisterde, en zijn gezicht betrok een beetje. "Dat had hij niet moeten vragen," zei hij. "Niet zo."
"Waarom niet? Hij wil toch weten of ze beschikbaar is."
"Beschikbaar zijn mag hij vragen. Of ze 's avonds kan werken, prima, dat gaat over het werk." Willem leunde naar voren. "Maar 'heb je kinderen' gaat niet over het werk. Dat gaat over wie ze is. En daar zit precies de grens. Een werkgever mag van alles vragen over of iemand het werk kán, maar hij mag niet kiezen op grond van wie iemand ís."
Majorieke dacht na. "Wat is het verschil dan."
"Stel je voor dat Alex twee even goede mensen had," zei Willem. "En hij koos de een niet omdat ze een vrouw was, of omdat ze zwanger zou kunnen worden, of omdat ze een andere afkomst had, of te oud was, of een geloof had dat hem niet beviel. Dan kiest hij niet op wat iemand kan. Dan kiest hij op wat iemand is. En dat mag niet. Iedereen heeft recht op dezelfde kans. Dat is geen beleefdheid, dat staat in de wet."
Er was een woord aan het opkomen in Majoriekes hoofd, en ze liet het uitspreken door Willem.
"We noemen dat gelijke behandeling," zei hij. "De werkgever moet iedereen die solliciteert gelijk behandelen. Hij mag niet onderscheid maken op dingen waar een mens niets aan kan doen. Geslacht, leeftijd, afkomst, geloof, of iemand een beperking heeft, of iemand een man of een vrouw is die met een man of een vrouw thuiskomt. Dat zijn allemaal dingen die niets met het werk te maken hebben. En als hij daarop kiest, dan maakt hij verboden onderscheid. Dan discrimineert hij."
*Discrimineren.* Het was een groot, zwaar woord, en Majorieke had het altijd ergens ver weg geplaatst, bij krantenkoppen en rechtszaken. Maar hier zat het ineens dichtbij, in een gewone vraag aan een gewone keukentafel van een sollicitatiegesprek. Een vraag over kinderen.
"Dus die vraag van Alex," zei ze.
"Op zich is hij geen slecht mens, Alex," zei Willem. "Hij vroeg het niet om haar af te wijzen. Maar de vraag zelf is gevaarlijk, want als hij haar straks niet aanneemt, kan zij denken: dat kwam door die kinderen. En dan staat hij met lege handen. Beter is dat hij vraagt wat hij echt wil weten. Kun je 's avonds werken als het moet. Dat gaat over het werk, en daar mag ze gewoon ja of nee op zeggen."
Majorieke knikte langzaam. Het was logischer dan ze had verwacht. Vraag naar het werk, niet naar de mens.
"En als ze zich nou onrecht aangedaan voelt?" vroeg ze. "Als iemand echt het idee heeft dat hij is afgewezen om iets verbodens?"
"Dan kan diegene een klacht indienen," zei Willem. "Een goed bedrijf heeft daar een plek voor. Iemand bij wie je terechtkunt als je vindt dat het niet eerlijk is gegaan, een vertrouwenspersoon of een procedure. Dat heet klachtenbehandeling. Het hoort erbij dat een werkgever een eerlijke manier heeft waarop mensen kunnen zeggen: hier klopt iets niet. En kom je er samen niet uit, dan is er nog een instantie buiten het bedrijf die naar discriminatie kijkt. Maar zover komt het bij ons hopelijk nooit."
Hij stond op, en Majorieke dacht dat het gesprek klaar was, maar hij draaide zich nog om.
"Twee dingen moet je nog weten over de eerste dag," zei hij. "Want Alex gaat haar straks aannemen, dat zie ik aan hem. Het eerste. Als iemand bij ons komt werken, moet hij zich laten zien. Echt zien. Een geldig bewijs, een paspoort of een identiteitskaart, geen kopie maar het echte ding, op de eerste werkdag. Wij moeten zeker weten wie er voor ons werkt en dat die persoon hier mag werken. Dat heet de identificatieplicht. En wij bewaren daar een kopie van in onze administratie, want als de Belastingdienst of de inspectie langskomt, moeten wij kunnen laten zien dat we het hebben gecontroleerd."
"En het tweede?"
"Het tweede gaat over haar gezondheid." Willem aarzelde even, alsof hij het zorgvuldig wilde zeggen. "Soms wil een werkgever weten of iemand gezond genoeg is voor het werk. Een medische keuring. Mag dat? Bijna nooit. Alleen als het werk echt bijzondere eisen aan het lichaam stelt, een brandweerman, een piloot, iemand die op hoogte werkt. Dan mag er gekeurd worden, en dan nog door een onafhankelijke arts, niet door de baas zelf. Maar voor een administratie? Nooit. Alex mag niet vragen of Sofie wel eens ziek is, of ze ergens aan lijdt, of ze in de ziektewet heeft gezeten. Dat gaat hem niets aan. Zo'n keuring noemen we een aanstellingskeuring, en die is bij gewoon werk gewoon verboden."
Majorieke liet het bezinken. Het werd een soort lijstje in haar hoofd, een lijstje van dingen die níét mochten, en dat was nieuw voor haar, want bij het loon ging het altijd over wat moest. Hier ging het over grenzen. Vraag niet naar de kinderen. Keur niet zomaar. Maar laat de mens zich wel echt identificeren.
"Het lijkt wel of de wet de sollicitant beschermt nog voordat hij in dienst is," zei ze.
"Precies dat," zei Willem, en er klonk waardering in. "De bescherming begint niet bij het contract. Ze begint bij de deur. Vanaf het moment dat iemand binnenkomt om te vragen of hij mag werken, staat de wet om hem heen. Want juist dan is hij kwetsbaar. Hij wil de baan, hij durft niets te zeggen, hij slikt de vervelende vraag in. En daarom is het aan de werkgever om het netjes te doen, ook als niemand kijkt."
Die avond, thuis, vertelde ze het aan Bram terwijl ze de tafel afruimde. Over Sofie met haar map, en de vraag over de kinderen, en hoe ze zelf een jaar geleden zo had gezeten. Bram luisterde en zei na een tijdje: "Hebben ze jou dat toen ook gevraagd? Over ons?"
Ze dacht terug. "Ik weet het niet meer," zei ze. "Volgens mij wel. En ik durfde niets te zeggen, want ik wilde zo graag weer aan de slag." Ze zette de borden neer. "Ik wist toen niet eens dat het niet mocht."
Bram keek haar even aan op een manier die ze de laatste tijd vaker zag, alsof hij iets in haar opmerkte dat hij was vergeten. "En nu zit je aan de andere kant," zei hij. "En nu weet je het wel."
Ze glimlachte, maar er bleef iets hangen, een klein ongemak dat ze niet meteen kon plaatsen. Het had ook met haarzelf te maken, al zei ze dat niet hardop. Haar eigen contract was er een voor bepaalde tijd, een jaar, en dat jaar liep af. Of Alex haar zou houden, had nog niemand gezegd. Ze zat aan de andere kant van de muur nu, ja, maar haar eigen stoel stond er nog niet zo vast als het leek. Ze schoof de gedachte weg, want morgen zou Alex Sofie waarschijnlijk aannemen. En dan moest er een contract komen, op papier, met alles erin wat erin hoorde. Wat hoorde daar eigenlijk in? Ze had duizend loonstroken gezien, maar een arbeidsovereenkomst van begin tot eind, met alles wat er volgens de wet in moest staan, dat had ze nog nooit echt bekeken. Dat werd morgen.