De tijden waarin het niet mag

Arbeidswereld — deel 18

Petra komt met nieuws dat alles verandert, en het roept een vraag op die Majorieke nog niet had durven stellen. Want er zijn momenten in iemands leven waarop een baas helemaal niet mag opzeggen, hoe graag hij ook zou willen.

Concepts

Petra vertelde het op een donderdagochtend midden in december, met een glimlach die ze niet helemaal kon binnenhouden. Ze werkte op de administratie, twee bureaus verderop, en ze leunde even over de scheidingswand naar Majorieke toe.

"Ik ben in verwachting," zei ze zacht. "Net over de drie maanden. Ik durf het bijna niet hardop te zeggen."

Majorieke voelde de blijdschap meteen, maar ze zag er ook iets anders in, een schaduwtje achter Petra's ogen. "Wat fijn voor je," zei ze, en ze meende het. "Maar er zit nog iets, hè."

Petra knikte. "Ik durf het niet te zeggen op kantoor. Straks denken ze: die valt straks toch uit. Straks willen ze van me af voor het zover is. Ik weet het, het is gek, maar die angst zit er gewoon."

Het bleef even hangen, die angst, en Majorieke herkende hem. Het was dezelfde soort angst die zij jaren had gevoeld, dat ze elk moment overbodig kon blijken. "Ik weet niet of die angst terecht is," zei ze eerlijk. "Maar ik ga het uitzoeken. Want jij hoort niet bang te zijn voor iets wat juist een blijde gebeurtenis is."

Ze liep naar Willem, die met zijn jas nog half aan binnenkwam, en ze vertelde het hem, zonder Petra's naam te noemen.

"Daar heb je een van de mooiste stukken bescherming die het arbeidsrecht kent," zei Willem, en hij hing zijn jas op. "Het opzegverbod. Er zijn momenten in iemands leven waarop een werkgever niet mag opzeggen, hoe graag hij ook zou willen. En zwangerschap is er daar een van. Tijdens de zwangerschap, en rond de bevalling, en een tijd daarna, mag een baas een werknemer niet ontslaan. Niet omdat ze zwanger is, maar ook gewoon niet in die periode. De wet zet er een hek omheen."

Majorieke voelde de opluchting al voor Petra. "Dus haar angst is onterecht."

"Haar angst is begrijpelijk, maar de wet staat aan haar kant," zei Willem. "Het idee is dat je iemand niet mag laten vallen op het kwetsbaarste moment. Iemand die zwanger is, die net is bevallen, die hoort niet ook nog haar baan te hoeven vrezen. Dat verbod is hard. Zelfs als de werkgever een ander argument heeft, in die beschermde periode komt hij er niet langs."

"Zijn er nog meer van die momenten?"

"Een paar," zei Willem, en hij ging zitten. "De bekendste is ziekte. Een werknemer die ziek is, mag in principe niet worden opgezegd vanwege die ziekte, de eerste twee jaar dat hij ziek is. Het zou wreed zijn om iemand eruit te zetten juist omdat hij ziek werd. Dus de wet beschermt hem: zolang die twee jaar lopen, kan de baas hem niet zomaar wegsturen." Hij hief een vinger. "Met één belangrijke nuance, want anders krijg je een verkeerd beeld. Dat verbod geldt niet als de ziekte pas begon nadat het ontslag al in gang was gezet. Iemand kan niet snel ziek worden om een ontslag tegen te houden dat al liep. Maar wie ziek wordt en daarna dreigt te worden ontslagen vanwege die ziekte, die zit achter het hek."

Majorieke schreef het op. Ziekte, de eerste twee jaar. Zwangerschap en de tijd rond de bevalling. "En nog een derde?"

"De mensen die meepraten over het bedrijf," zei Willem. "Wie in de ondernemingsraad zit, de OR, die de werknemers vertegenwoordigt, die geniet ook bescherming. Anders zou een baas zo iemand die kritisch is en lastige vragen stelt, gewoon kunnen wegwerken. Dan durft niemand meer in de OR te gaan zitten. Dus de wet beschermt OR-leden tegen ontslag, juist zodat ze vrij hun werk kunnen doen zonder bang te zijn dat het ze hun baan kost." Hij keek haar aan. "Drie van de bekendste, dus. Ziekte, zwangerschap en bevalling, en het OR-lidmaatschap. Het zijn de tijden en de posities waarin het hek dichtgaat."

Het paste in Majoriekes hoofd als drie sterke palen. De zieke. De zwangere. De medezeggenschapper. Allemaal mensen die om een reden extra kwetsbaar of extra belangrijk waren, en die de wet om die reden uit de wind hield.

"En als zo'n verbod niet speelt," vroeg ze, "als iemand wél gewoon mag worden opgezegd, hoe snel kan dat dan?"

"Daar heb je het andere stuk van vandaag, en dat is droger maar je moet het kennen," zei Willem. "De opzegtermijn. Een arbeidscontract eindigt niet van de ene op de andere dag bij een gewone opzegging. Er zit een termijn tussen het moment dat je opzegt en het moment dat het echt afgelopen is. Een soort aanloop, zodat niemand ineens zonder werk of zonder werknemer zit."

"En hoe lang is die termijn."

"Dat verschilt voor de werkgever en de werknemer. Voor de werknemer is het simpel: die heeft in principe één maand. Wil hij weg, dan zegt hij een maand van tevoren op, en dan is hij vrij." Willem hield zijn hand op. "Voor de werkgever loopt het op met hoe lang iemand in dienst is. Hoe langer iemand er werkt, hoe meer aanloop hij krijgt. Bij een kort dienstverband is het ook een maand, en dat wordt twee, drie, tot vier maanden naarmate iemand langer in dienst is geweest. Het idee is dat wie jaren ergens heeft gewerkt, niet met dezelfde korte aanloop op straat hoort te staan als iemand die er net een jaar zit. De precieze grenzen zoek je op, maar het patroon onthoud je makkelijk: voor de werknemer een maand, voor de werkgever oplopend met de dienstjaren."

Majorieke knikte. Voor de werknemer een maand. Voor de werkgever langer naarmate je er langer werkte. Het was eerlijk, vond ze, dat trouwe jaren iets opleverden, al was het maar wat meer tijd om iets nieuws te vinden.

"Mag ik het Petra vertellen," vroeg ze. "Dat ze niets te vrezen heeft."

"Vertel het haar," zei Willem, en er kwam iets warms in zijn stem. "Dat is precies waar deze regels voor bestaan. Niet om bazen dwars te zitten, maar om mensen niet te laten vallen op het moment dat ze het minst kunnen hebben. Een vrouw die een kind verwacht, hoort zich daar blij over te kunnen voelen, niet bang."

Toen Majorieke terugliep naar haar bureau, leunde ze nog even over de scheidingswand naar Petra. "Ik heb het uitgezocht," zei ze zacht. "Je angst is begrijpelijk, maar onterecht. Ze mogen je niet ontslaan, juist nu niet. De wet houdt je uit de wind, de hele zwangerschap en de tijd daarna. Vertel het maar gerust, als je er klaar voor bent."

Petra's gezicht veranderde, de schaduw eronder verdween, en de glimlach die ze de hele ochtend half had ingehouden brak nu helemaal door. "Echt," zei ze. "Echt waar."

"Echt waar," zei Majorieke, en ze zag de opluchting over Petra's gezicht trekken als water dat wegloopt. Ze ging weer zitten met een warm gevoel dat ze niet helemaal kon plaatsen. Het had iets te maken met dat ze nu de mens was die het goede nieuws kon brengen in plaats van degene die bang in een hoekje zat. Buiten begon het zachtjes te sneeuwen, de eerste van het jaar.

Die avond vertelde ze het aan Bram, hoe bang Petra was geweest en hoe ze haar had kunnen geruststellen. "Ze dacht echt dat ze haar baan kwijt zou raken," zei ze. "En het enige wat ik hoefde te doen was opzoeken dat dat niet mocht." Bram glimlachte over de tafel. "Je zegt dat alsof het niks is," zei hij. "Maar die vrouw ging vanavond een stuk geruster naar huis door jou." Majorieke haalde haar schouders op, maar van binnen voelde ze het wel, dat hij gelijk had. Een halfjaar geleden zou ze die vraag niet eens hebben aangedurfd.

Er bleef nog één ding aan haar knagen. Willem had het over opzeggen gehad, over termijnen, over verboden. Maar wat als de werkgever en de werknemer het echt niet eens werden, als het op een conflict uitliep? Wie besliste er dan, en hoe ging dat in zijn werk, een echte gang naar de rechter? Dat had ze nog nooit van dichtbij gezien. En met Joeri's dossier dat nog steeds meeliep op de achtergrond, vermoedde ze dat het niet lang meer zou duren.

Dit hoofdstuk bevat een hands-on missie met live lab en opdracht-verificatie voor cursushouders.

Bekijk de cursus en koop toegang