De cao
Arbeidswereld — deel 20
Majorieke dacht dat een contract het hele verhaal was. Tot Willem haar een boekje liet zien dat boven elk contract bij VGS hing, en dat dingen regelde die niemand ooit met elkaar had afgesproken.
Concepts
"Dit klopt toch niet," zei de nieuwe man, en hij legde zijn contract op Majoriekes bureau met een vinger erop. Hij heette Rachid, hij was net een week binnen, en hij was niet boos, alleen verbaasd. "Een vriend van me doet precies hetzelfde werk, een eindje verderop, en die verdient minder. En hij heeft minder vrije dagen. Hoe kan dat? Wie heeft dit zo bepaald?"
Majorieke keek naar het contract. Ze had het zelf ingevuld, een paar weken terug, regel voor regel, en ze was er trots op geweest dat dat haar nu lukte zonder dat haar maag samenkneep. Maar Rachid stelde precies de vraag die zíj toen ook had gehad en had ingeslikt. Het loon was hoger geweest dan ze had verwacht, en de vakantiedagen meer dan het wettelijke minimum dat ze geleerd had. Ze had het niet zelf bedacht. Iemand had haar een bedrag gegeven en een aantal dagen, en haar gevraagd dat over te nemen.
"Eerlijk gezegd," zei ze tegen Rachid, "weet ik dat ook niet precies. Maar ik ga het uitzoeken, en dan kom ik bij je terug. Want je hoort te weten waar je eigen loon vandaan komt."
Toen Rachid weer naar het magazijn was, hield ze Willem aan, die net langsliep met een stapel post. "Waar komt dit bedrag vandaan," vroeg ze, en ze hield het contract omhoog. "Dit loon. En die vakantiedagen. Ik heb het niet verzonnen, maar ik snap niet waarom het precies dít is, en de nieuwe man al helemaal niet."
Willem zette de post neer en kwam erbij staan. Hij keek even naar het contract, knikte, en liep toen naar de kast achter haar. Hij trok er een dik boekje uit, een stug ingebonden ding met een saaie kaft, en legde het naast haar toetsenbord.
"Dat komt hieruit," zei hij. "Dit is de cao. En zolang je niet weet dat dit boekje bestaat, snap je nooit waarom een contract is zoals het is."
Majorieke keek naar het boekje. *Cao.* Je zei het als drie losse letters, see-aa-oo, zoals de meeste mensen het uitspraken. Ze had het woord wel eens gehoord, op het nieuws, als het over stakingen ging, of als er werd gezegd dat ergens een nieuwe cao was afgesloten. Maar wat het wás, dat had ze nooit echt geweten. Het had altijd geklonken als iets van vakbonden en grote bedrijven, niet als iets wat op haar bureau zou belanden.
"Cao staat voor collectieve arbeidsovereenkomst," zei Willem. "En dat is een mond vol, dus laat ik het anders zeggen. Een arbeidsovereenkomst, dat ken je. Dat is het contract tussen één werkgever en één werknemer. Tussen VGS en die nieuwe man. Twee mensen, één afspraak." Hij tikte op het boekje. "Maar een collectieve arbeidsovereenkomst is een afspraak voor heel veel mensen tegelijk. Niet tussen één baas en één werknemer, maar tussen partijen die voor hele groepen praten. En in dat boekje staat wat er voor al die mensen geldt. Wat ze minstens moeten verdienen. Hoeveel vakantiedagen ze krijgen. Allerlei dingen."
"Dus dit geldt voor iedereen hier?"
"Voor iedereen die onder deze cao valt, ja." Willem trok een stoel bij. "En dat is het belangrijke. Die cao is er al voordat jij een contract schrijft. Hij hangt erboven. Als jij een loon invult dat lager is dan wat de cao zegt, dan klopt het niet, hoe netjes je het ook hebt opgeschreven. De cao gaat voor."
Majorieke voelde iets verschuiven, net als die keer met de werknemer en de zzp'er, lang geleden in haar eerste week hier. Toen had ze geleerd dat het papier niet beslist maar de werkelijkheid. En nu hoorde ze iets wat daarop leek: dat boven haar contract nog een ander papier hing, een groter, dat al was ingevuld voordat zij ook maar een pen had opgepakt.
"Maar wie maakt dat dan," vroeg ze. "Wie zet dat in dat boekje."
"Daar moet je je nu nog niet druk om maken," zei Willem, en hij zei het op een toon die ze vertrouwde, de toon waarmee hij dingen wegzette die ze later wel zou krijgen. "Dat het er ís, en wat het regelt, dat is wat je moet zien. Wie aan welke tafel zit om het te maken, dat is een ander hoekje van het vak." Hij sloeg het boekje open, ergens in het midden, en draaide het naar haar toe. "Kijk hier. Dit is een loontabel. En dit hier, dit gaat over vakantiedagen. Dit zijn de dingen die jij straks terugziet in een contract zonder dat je weet dat ze hier vandaan komen."
Ze keek naar de pagina. Rijen en kolommen, schalen, bedragen. Het zag er ingewikkeld uit, maar Willem wees alleen naar één regel, en daar stond een bedrag dat ze herkende. Het bedrag uit het contract voor zich. Het brutoloon, zag ze, het getal bovenaan de strook, waar straks de loonheffing nog af zou gaan voor Rachid het netto in handen kreeg. En omdat het loon uit werk was, gewoon geld dat hij verdiende met sjouwen, liep het op zijn strook langs de witte tabel, niet langs de groene die voor uitkeringen en pensioen gold. Dat dacht ze er vanzelf bij, zonder dat ze het hoefde op te zoeken.
"Daarom is het loon zo," zei ze langzaam. "Niet omdat iemand het zo wilde. Omdat het hier staat."
"Precies. En het mocht hoger, hoor. Een cao zegt meestal: dit is het minste. Hieronder mag je niet zakken, maar erboven mag altijd." Willem leunde achterover. "Maar je mag niet eronder. Dus als die nieuwe man straks komt zeuren dat hij te weinig krijgt, dan pak jij dit boekje, je zoekt zijn schaal op, en je kijkt: zit hij op het cao-niveau of niet. Het boekje is je scheidsrechter."
Daar bleef Majorieke even bij stilstaan. Een scheidsrechter. Iets buiten de twee partijen om, iets waar je naartoe kon wijzen als er ruzie kwam. Niet de mening van Alex, niet de mening van de werknemer, maar een regel die voor allebei gold.
"En die vakantiedagen," zei ze. "Er staan er hier meer in het contract dan het wettelijke minimum dat ik ken. Twintig, had ik geleerd, voor iemand die fulltime werkt."
"Goed onthouden." Willem knikte. "Het wettelijk minimum is twintig dagen voor een voltijder. Dat is de bodem die de wet legt. Maar de cao mag daar bovenop nog dagen geven. Extra dagen, boven op het wettelijke. We noemen dat bovenwettelijke vakantiedagen. Boven de wet. Die staan in het boekje, en dáárom heeft die man straks meer dan twintig dagen, terwijl de wet maar twintig eist."
Majorieke betrapte zich erop dat ze al een stap verder dacht. Als Rachid straks zijn vakantiegeld kreeg, werd dat over zijn loon gerekend, en dan was het weer die grondslag-vraag van laatst: niet zomaar over alles, maar eerst kijken waarover je rekent. Hier in het boekje, zag ze, stond precies waar je dat over deed. Ze hield het voor zich, maar het stelde haar gerust dat ze het zag aankomen voor Willem het zei.
Majorieke proefde het woord even, zei het zachtjes voor zich uit. Bovenwettelijk. Het was zo'n woord waar ze vroeger van zou zijn weggelopen, een woord dat klonk alsof het niet voor haar bedoeld was. Maar uit elkaar gehaald was het gewoon: boven de wet. Extra. Daar viel niets engs aan te ontdekken. Dat kon ze straks zo aan Rachid uitleggen, dacht ze, in gewone taal.
"En wie bepaalt wanneer hij die dagen opneemt," vroeg ze. "Mag hij dat zelf kiezen, of mag Alex daar wat van zeggen?"
"Daar kan de cao ook iets over regelen." Willem bladerde een stukje verder. "Soms staat er in de cao dat de werkgever bepaalde vakantiedagen mag vaststellen. Dat hij mag zeggen: tussen kerst en oud en nieuw is iedereen vrij, of de hele bouwvak gaat dicht. Dan kiest de werknemer niet zelf, maar legt de cao of de werkgever het rooster. Verplichte vrije dagen, zou je kunnen zeggen, alleen niet vrij in de zin van zelf gekozen."
"Dus de cao kan zowel geven als nemen."
"Zo zou je het kunnen zien, ja. Hij geeft extra dagen, en hij kan ook regelen wanneer er een paar vastliggen." Willem keek haar even aan. "Maar onthou vooral: het zijn richtlijnen die boven het contract hangen. Voor het loon, voor de vakantiedagen, voor of een tijdelijk contract wel of niet mag worden verlengd, en hoe vaak. Allemaal dingen die jij straks in een contract terugziet, en die niet uit de lucht komen vallen. Ze komen uit dit boekje."
Het bleef even stil. Buiten begon het te regenen, zachtjes tegen het raam, en Majorieke draaide het boekje een stukje haar kant op. Ze zag een hoofdstuk dat ging over wat er gebeurde als een werknemer overleed, en ze fronste.
"Wat is dit," zei ze. "Overlijdensuitkering."
Willem volgde haar vinger en werd even rustiger in zijn stem. "Dat is een trieste, maar een belangrijke. Als een werknemer overlijdt terwijl hij nog in dienst is, dan houdt zijn loon natuurlijk op. Maar voor de mensen die hij achterlaat, zijn partner, zijn kinderen, valt dat ineens weg. En dat zou hard aankomen, midden in zoiets. Dus is er een overlijdensuitkering: een bedrag dat na zijn overlijden nog wordt uitgekeerd aan de nabestaanden. Een soort zachte landing, zodat het inkomen niet van de ene op de andere dag helemaal stopt."
"En dat staat in de cao?"
"De wet regelt al een basis, maar de cao kan er meer van maken. Een ruimere uitkering, een langere periode. Net als bij die vakantiedagen: de wet legt de bodem, de cao mag erbovenop. Het is een van die dingen die je hoopt nooit nodig te hebben, maar als het gebeurt, ben je blij dat het er is."
Majorieke knikte langzaam. Ze dacht aan de mensen die ze inmiddels kende, aan namen die voor haar geen namen meer waren maar gezichten, en het idee dat een van hen er ineens niet meer zou zijn, dat raakte haar meer dan ze had verwacht. Maar er was iets troostends aan dat zelfs dat geregeld was. Dat iemand, ooit, aan een tafel had bedacht dat je een gezin niet in één klap zonder geld mocht laten zitten.
"Er zit nog iets geks in," zei Willem, en hij bladerde terug. "Kijk, sommige cao's vormen fondsen. Een potje. Geld dat werkgevers samen opzij zetten voor situaties die ze alleen niet kunnen dragen. In de bouw heb je bijvoorbeeld vorstverlet. Als het hard vriest en de stratenmakers niet aan de slag kunnen, dan kunnen ze niet werken, maar ze moeten wel eten. Dan betaalt zo'n fonds een deel van hun loon door, terwijl er geen steen wordt gelegd."
"Dus de werkgevers leggen samen geld in voor als het misgaat."
"Voor situaties die niemand kan helpen, ja. Vorst. Iets waar geen baas iets aan kan doen. In plaats van dat elk bouwbedrijf dat in zijn eentje moet opvangen, doen ze het samen, via een fonds in de cao." Willem klapte het boekje half dicht. "Het is dezelfde gedachte als bij die overlijdensuitkering, eigenlijk. Samen een vangnet spannen voor dingen die te groot zijn voor één mens of één bedrijf."
Majorieke keek nog een keer naar het contract dat ze had liggen, en het zag er anders uit dan een uur geleden. Toen was het een vel met afspraken tussen VGS en één man geweest. Nu zag ze er een schaduw achter, een dikker boekje dat boven dat ene vel hing en dat allang had bepaald wat erin mocht. Het loon kwam ergens vandaan. De extra vakantiedagen kwamen ergens vandaan. Zelfs het ergste, het overlijden, was ergens bedacht en opgevangen.
Ze hield het in haar hoofd zoals je een zin onthoudt die je later wilt kunnen navertellen: de cao hangt boven het contract, hij geeft de bodem, en soms meer. Zo zou ze het aan Rachid zeggen. Niet als een regel uit een boekje, maar als iets wat klopte.
Aan het eind van de middag liep ze nog even langs het magazijn, naar Rachid, die net een pallet aan het wegzetten was. Ze legde het hem uit zoals ze het zichzelf had voorgenomen. Dat zijn loon en zijn extra dagen niet uit de lucht kwamen vallen, en ook niet van Alex' goede humeur afhingen, maar uit een boekje dat boven het contract hing en dat voor een hele groep mensen tegelijk gold. Dat zijn vriend verderop misschien onder een andere cao viel, of onder geen, en dat dat het verschil verklaarde.
Rachid luisterde, knikte, en zei toen iets wat haar bijbleef. "Dus iemand heeft dit voor ons bedacht. Niet voor mij persoonlijk, maar voor mensen zoals ik." Hij zette de pallet recht. "Wie zijn dat dan, die dat bepalen?"
Daar had ze geen kant-en-klaar antwoord op, en dat gaf ze eerlijk toe. Maar de vraag bleef in haar hangen toen ze naar haar bureau terugliep, en ze merkte dat het haar eigen vraag werd. Als die cao zoveel regelde, voor zoveel mensen, dan moest er ergens een plek zijn waar de stem van die mensen vandaan kwam. Het kon toch niet zo zijn dat een paar mensen aan een tafel alles bepaalden zonder dat iemand op de werkvloer iets te zeggen had. Ze nam zich voor het Willem te vragen. Hoe de mensen die het werk deden, mochten meepraten over de regels die over hen gingen.
Dit hoofdstuk bevat een hands-on missie met live lab en opdracht-verificatie voor cursushouders.