Weer aan het werk
Arbeidswereld — deel 38
De keuring is achter de rug en Henk mag het weer proberen, en Majorieke ontdekt dat het stelsel niet alleen vangt maar ook duwt: een hele gereedschapskist om iemand met een beperking terug naar werk te helpen.
Concepts
De uitslag kwam op een maandag, en het was de WGA. Niet de zwaarste deur, niet de IVA met haar rust en haar opgeven. De keuringsarts had geoordeeld dat Henk nog wat kon, niet veel, maar genoeg om niet afgeschreven te worden, en dat het misschien zelfs nog iets kon opknappen. Gedeeltelijk arbeidsongeschikt. Werken naar vermogen.
Henk had het nieuws met gemengde gevoelens ontvangen. Aan de ene kant de erkenning dat er iets mis was, zwart op wit, na tweeënhalf jaar twijfelen of hij niet gewoon aanstelde. Aan de andere kant het besef dat hij weer aan de bak moest, met een rug die nooit meer de oude werd. En een derde gevoel, het stilste, dat hij niet hardop zei maar dat Majorieke aan de telefoon hoorde: hoop. De WGA betekende dat hij nog meedeed.
"Hij wil terug," zei ze tegen Willem die ochtend. "Bij ons. Hij vroeg of dat kon. Lichter werk, minder uren. En Alex wil het ook, geloof ik, maar hij is bang dat het te duur wordt. Iemand met een kapotte rug die zo weer ziek kan worden, dat kost een werkgever toch handenvol geld?"
"Dat dacht vroeger iedereen, ja." Willem leunde achterover met een blik die ze als plezier herkende, het plezier van iemand die goed nieuws gaat brengen. "En dat is precies waarom de wet er iets op heeft gevonden. Want bedenk: als werkgevers bang zijn voor de kosten, durft niemand iemand als Henk meer aan te nemen of terug te nemen. Dan zit hij voor altijd thuis. Dat wil de wet niet. Dus heeft hij een hele gereedschapskist gemaakt om die angst weg te halen. Voorzieningen. Een woord dat je nu gaat leren in een nieuwe betekenis: hulpmiddelen om iemand terug naar werk te krijgen."
"Een gereedschapskist," herhaalde Majorieke.
"Twee zelfs. Eén voor de werknemer, om hem te helpen werken. En één voor de werkgever, om de drempel weg te halen om hem aan te nemen." Willem pakte een vel. "Laten we bij Henk beginnen, bij de werknemer. Stel, Henk komt terug, maar zijn rug kan dat oude karretje niet meer aan. Hij heeft een aangepaste werkplek nodig, een speciale stoel, een hulpmiddel om te tillen. Dat kost geld, en dat hoeft niet uit Alex zijn zak. Daar zijn voorzieningen voor: het UWV kan zo'n aanpassing van de werkplek betalen. Een arbeidsplaatsvoorziening, een hulpmiddel of aanpassing zodat iemand met een beperking zijn werk kan doen."
Majorieke schreef. *Arbeidsplaatsvoorziening = aangepaste werkplek, betaald door UWV.* "Mooi. Dat scheelt Alex al."
"En het mooiste komt nog, want het haalt de allergrootste angst weg." Willem boog naar voren. "Alex durft niet, omdat hij denkt: straks neem ik Henk in dienst en dan is hij na een maand weer ziek, en dan zit ik weer aan die twee jaar loondoorbetaling vast. Dat is een reële angst. En daar heeft de wet een prachtig antwoord op. Het heet de no-riskpolis. Een polis die het risico weghaalt. Neem je iemand met een arbeidsbeperking aan, en die wordt opnieuw ziek, dan betaalt niet jij die kosten, maar het UWV, via de Ziektewet. Jij draagt het risico niet. Dat is wat 'no-risk' betekent: geen risico voor de werkgever."
"Dus als Henk terugkomt en zijn rug gaat weer," zei Majorieke, "dan betaalt het UWV, niet Alex?"
"Precies dat. En het geldt een aantal jaren. Dat haalt de grootste steen uit de weg." Willem glimlachte. "Maar er is meer in die werkgevers-kist. Want behalve de angst voor het risico is er de gewone kostenangst: iemand met een beperking is misschien minder productief, kost net zoveel loon maar levert wat minder op. Daar zijn potjes voor om de werkgever tegemoet te komen." Hij stak vingers op. "Eén. Er is een geldbedrag per uur dat de werkgever krijgt als hij iemand uit een kwetsbare groep aanneemt, zoals iemand met een arbeidsbeperking. Een voordeel op de loonkosten. Dat heet het loonkostenvoordeel. Een jaarlijks bedrag, een paar jaar lang, dat de loonkosten verlicht."
Majorieke schreef *loonkostenvoordeel* op. "En dat krijgt Alex gewoon?"
"Als hij Henk als arbeidsbeperkte in dienst neemt en het netjes aanvraagt, ja. Het wordt verrekend met de loonheffingen die hij toch al afdraagt, dus dat sluit mooi aan op je loonjaar." Willem stak een tweede vinger op. "Twee, en dit is een ander potje, voor lage lonen. Werkgevers die mensen met een laag loon in dienst hebben, krijgen daar ook een tegemoetkoming voor, zodat werk aan de onderkant aantrekkelijk blijft. Dat heet het lage-inkomensvoordeel. Verwar ze niet: het loonkostenvoordeel is voor bepaalde doelgroepen zoals arbeidsbeperkten, het lage-inkomensvoordeel is voor wie weinig verdient."
"Loonkostenvoordeel voor de doelgroep, lage-inkomensvoordeel voor het lage loon," herhaalde Majorieke, en schreef het naast elkaar zodat ze het uit elkaar kon houden.
"Goed. En nog twee gereedschappen voor de werkgever, dan is die kist gevuld." Willem ging door. "Er is een subsidie waarmee het UWV een deel van de re-integratiekosten kan vergoeden, een tegemoetkoming in wat het kost om iemand terug te helpen. En er bestaat iets bijzonders dat loondispensatie heet, vooral voor mensen die echt minder kunnen presteren. Dan mag de werkgever, met toestemming, tijdelijk minder loon betalen omdat de werknemer minder oplevert, en het UWV vult het inkomen van die werknemer aan. Zo wordt niemand onbetaalbaar, en houdt de werknemer toch genoeg over. Dispensatie, ontheffing: even minder loon mogen betalen dan normaal moet."
Majorieke knikte. Het begon zich te ordenen tot één beeld: een werkgever die bij elke stap een handje geholpen werd, zodat 'ja' zeggen tegen iemand als Henk niet onmogelijk werd.
"Maar je zei: twee kisten," zei ze. "De andere was voor de werknemer zelf. Wat zit daarin, behalve die aangepaste werkplek?"
"Een hoop, en het is de moeite, want het laat zien hoe ver de wet gaat om iemand aan het werk te krijgen." Willem nam een nieuwe regel. "Stel dat Henk niet bij ons terugkomt maar bij een ander bedrijf begint. Zo'n nieuwe werkgever durft niet meteen een vast contract te geven, hij wil eerst zien of het werkt. Daar is iets moois voor. Henk mag dan een tijdje bij dat bedrijf werken met behoud van zijn uitkering, als een soort proefperiode zonder dat de werkgever loon hoeft te betalen. Bevalt het, dan volgt een echte baan. Dat heet een proefplaatsing. Een proefperiode waarin de werknemer werkt met behoud van uitkering, zodat de werkgever hem kan uitproberen zonder risico."
"Slim," zei Majorieke. "Dan kan iedereen het rustig aankijken."
"Heel slim. En er is nog zoiets voor mensen die nog niet aan echt werk toe zijn, die eerst weer moeten wennen aan werken, aan op tijd komen, aan een dagritme. Die kunnen op een participatieplaats terecht, een plek waar je met behoud van uitkering werkervaring opdoet om weer mee te komen. Niet meteen een betaalde baan, maar een opstapje ernaartoe." Willem stak weer een vinger op. "En geld-kant. Stel dat Henk weer gaat werken, maar in een baan die minder betaalt dan vroeger, omdat hij minder kan. Dan kan zijn inkomen worden aangevuld, zodat de stap naar werken lonend blijft en hij er niet op achteruitgaat door te gaan werken. Dat noemen we suppletie, een aanvulling. Er is loonsuppletie en inkomenssuppletie, allebei aanvullingen zodat werken meer oplevert dan thuiszitten."
Majorieke schreef. *Proefplaatsing, participatieplaats, suppletie = aanvulling op lager loon.* "Het stelsel duwt mensen echt richting werk, hè. Het vangt niet alleen, het port ook."
"Dat is een goede manier om het te zeggen." Willem keek tevreden. "Vangen én porren. En er zijn nog een paar dingen in die werknemerskist die ik gewoon even noem, omdat ze erbij horen en je ze tegen kunt komen. Iemand mag, in plaats van het UWV zijn re-integratie te laten regelen, ook zélf een bureau kiezen en daar afspraken mee maken, via een eigen overeenkomst. Een individuele re-integratieovereenkomst, je eigen plan met een eigen begeleider. Er is een speciale voorziening voor wie vanuit een uitkering een eigen bedrijf wil starten, voor de startende zelfstandige. En als werken alleen kan met opvang voor de kinderen, kan er een bijdrage in de kinderopvang zijn, zodat de zorg thuis geen blokkade wordt om weer aan de slag te gaan."
Majorieke zette de laatste woorden op haar blad en bekeek het geheel. Het was een lange lijst, langer dan ze had verwacht, en toch had het één duidelijke richting. Alles wees naar werk. Aangepaste werkplekken, een polis tegen het risico, geld voor de werkgever, een proefperiode, aanvullingen op een mager loon, hulp bij een eigen bedrijf, opvang voor de kinderen. Stuk voor stuk een drempel die werd weggehaald.
"Het is eigenlijk hoopvol," zei ze. "Al die andere wetten gingen over wat er misging. Dit gaat over hoe je weer begint."
"Dat is precies waar deze laag voor is." Willems stem werd warm. "De ziekte, de poortwachter, de WIA, dat zijn de wetten van het vangen. Dit is de wet van het opstaan. En het mooie is: ze geloven niet dat iemand met een beperking afgeschreven is. Ze zetten een hele kist gereedschap klaar om te bewijzen van niet. Voor Henk betekent dat: hij hoeft niet als een kostenpost te worden gezien. Met de no-riskpolis en het loonkostenvoordeel is hij voor Alex juist een aantrekkelijke kracht. Een ervaren man, die het bedrijf kent, en die dankzij die potjes betaalbaar terugkomt."
Majorieke dacht aan het telefoongesprek van die ochtend, aan dat stilste gevoel in Henks stem, de hoop die hij niet had durven benoemen. Ze had hem niets kunnen beloven over de keuring. Maar dit, dit kon ze hem wél vertellen. Dat er een weg terug was. Dat zijn rug hem niet onbruikbaar had gemaakt in de ogen van de wet. Dat er gereedschap klaarlag om hem weer in dat magazijn te zetten, langzamer, lichter, maar terug.
Ze pakte de telefoon. Het magazijn had tweeënhalf jaar scheef gestaan. Misschien, met een aangepaste stoel en een polis en een paar potjes die ze nu kende, ging het binnenkort weer recht. Niet helemaal zoals vroeger. Maar recht genoeg. En terwijl ze het nummer intoetste, bedacht ze dat ze de hele cirkel had gezien nu, van de eerste ziektedag tot deze terugkeer, en dat er nog één wereld was die ze niet kende: die van de mensen die niet ziek werden, maar gewoon hun werk kwijtraakten. Daar zou ze het binnenkort over hebben. Maar nu eerst Henk.
Dit hoofdstuk bevat een hands-on missie met live lab en opdracht-verificatie voor cursushouders.