Projecten, divisies en netwerken
Bedrijfswereld — deel 6
Drie verhalen van drie oud-collega's van Majorieke, elk bij een bedrijf dat heel anders in elkaar zit dan VGS. Samen maken ze de laatste drie manieren waarop een organisatie kan zijn opgebouwd herkenbaar.
Concepts
Majorieke had drie oude collega's van vroeger, van voor VGS, en ze appten nog weleens. Die week ging het toevallig over werk, en ze merkte dat ze alle drie iets vertelden wat haar aan Willems tekeningen deed denken. Ze schreef het op een briefje en nam het mee.
"Mooi," zei Willem toen hij het las. "Je collega's hebben je drie bedrijven cadeau gedaan. En het toeval wil dat dit precies de laatste drie vormen zijn die je nog moet kennen. Daarna heb je ze alle zeven gehad." Hij pakte zijn vel. "Laten we ze een voor een doen, want het zijn er drie en ik wil niet dat ze door elkaar gaan lopen."
Hij las het eerste briefje. Sanne, die bij een bouwbedrijf werkte en steeds van klus naar klus ging.
"Dit is de eerste," zei Willem. "Sanne werkt in een bedrijf dat draait om klussen. Bouwprojecten. Voor elke klus wordt een tijdelijk team samengesteld, met een projectleider erbovenop, en als de klus klaar is valt het team weer uit elkaar en gaan de mensen naar een volgende klus." Hij tekende een blokje met een kring eromheen, tijdelijk. "Dat noemen we een projectorganisatie. Het hele bedrijf is ingericht op losse projecten. Niet vaste afdelingen die voor altijd bestaan, maar teams die ontstaan voor een klus en weer verdwijnen als die af is." Hij keek op. "Het mooie is dat het flexibel is, je zet je mensen precies daar waar het werk is. Het lastige is dat er weinig vastigheid is. Steeds een nieuw team, een nieuwe leider, een nieuwe klus. Voor sommige mensen is dat fijn, voor anderen onrustig."
Majorieke knikte. Ze kende Sanne, die hield juist van dat steeds-iets-nieuws. "En dat is anders dan de matrix van vorige week?"
"Goed dat je het vraagt," zei Willem. "In een matrix bestaan de afdelingen gewoon door, en het project ligt eroverheen, twee bazen tegelijk. In een zuivere projectorganisatie is het project het hoofdding. De mensen horen bij de klus, niet bij een vaste afdeling. Dat is het verschil. De een legt projecten óver de afdelingen heen, de ander máákt projecten tot de hoofdzaak."
Hij las het tweede briefje. Driss, die bij een groot concern werkte met allerlei verschillende takken.
"De tweede," zei Willem. "Driss werkt bij een grote zaak die heel verschillende dingen doet. Stel je een concern voor dat zowel auto's maakt als verzekeringen verkoopt als een keten supermarkten heeft. Dat zijn zulke verschillende werelden dat je ze niet onder één leiding kunt proppen. Dus knip je het bedrijf in stukken. Elk stuk, elke tak, krijgt zijn eigen leiding, zijn eigen administratie, bijna een eigen bedrijfje binnen het bedrijf." Hij tekende een grote koepel met daaronder drie aparte blokken. "Dat noemen we een divisieorganisatie. Boven hangt een hoofdkantoor dat het geheel in de gaten houdt, en daaronder draaien de divisies, de takken, ieder grotendeels op zichzelf." Hij wees naar de blokken. "Elke divisie kan een markt, een product of een gebied zijn. Een autodivisie, een verzekeringsdivisie. Het voordeel is dat elke tak zich kan richten op zijn eigen wereld. Het nadeel is dat dingen dubbel gebeuren, elke divisie heeft bijvoorbeeld een eigen administratie, en dat het hoofdkantoor soms ver weg staat van wat er op de werkvloer gebeurt."
Majorieke keek naar de koepel met de drie blokken eronder. Een bedrijf opgeknipt in bijna-bedrijfjes. "Dus binnen zo'n divisie kan het dan weer een gewone lijn zijn?"
"Heel goed," zei Willem. "Ja. De divisie zegt iets over de bovenkant, hoe je het concern opdeelt. Daarbinnen kan elke divisie weer gewoon een lijnorganisatie zijn. De vormen kunnen over elkaar heen liggen. Maar dat hoef je nu niet uit elkaar te pluizen. Onthoud: divisie betekent opgeknipt in zelfstandige takken onder één koepel."
Hij las het derde briefje, en hij glimlachte. Sofie, die voor een klein bedrijf werkte dat bijna alles uitbesteedde.
"De derde, en de modernste," zei Willem. "Sofie werkt bij een klein clubje dat zelf bijna niks in huis heeft. Ze bedenken iets, en al het andere kopen ze in bij anderen. De productie laten ze ergens anders doen. De boekhouding huren ze in. De verzending besteden ze uit. Het echte bedrijf is een kleine kern, en daaromheen een web van partners die elk een stukje doen." Hij tekende een kleine kring in het midden, met allemaal losse kringen eromheen, verbonden met lijntjes. "Dat noemen we een netwerkorganisatie. Geen groot bedrijf met alles onder één dak, maar een kleine kern die samenwerkt met een netwerk van zelfstandige partijen. Iedereen doet waar hij goed in is, en samen leveren ze het eindproduct." Hij keek op. "Het voordeel is dat je heel flexibel en licht bent, je hoeft niet alles zelf te bezitten. Het nadeel is dat je afhankelijk bent van die anderen. Valt een partner weg, dan heb jij een probleem, want je hebt het zelf niet in huis."
Majorieke keek naar de drie tekeningen naast elkaar. Het tijdelijke team van Sanne. De opgeknipte takken van Driss. Het web van Sofie. Drie heel verschillende manieren, en toch allemaal een antwoord op dezelfde vraag: hoe deel je een bedrijf in.
"Dat zijn ze," zei Willem. "Alle zeven nu. De rechte lijn, de functionele met een baas per vak, de lijn met staf ernaast, de matrix met twee bazen, het project, de divisie, en het netwerk. Je hoeft ze niet uit je hoofd op te dreunen. Je moet ze herkennen. Zie je een tijdelijk team rond een klus, denk je: project. Zie je een concern opgeknipt in takken, denk je: divisie. Zie je een kleine kern met een web van partners eromheen, denk je: netwerk." Hij borg zijn vel op. "En als je ze door elkaar haalt, geeft dat niks. Ze komen vanzelf terug. Het gaat erom dat je voelt dat een bedrijf op verschillende manieren in elkaar kan zitten."
Majorieke appte haar drie collega's terug. *Ik weet nu hoe jullie bedrijven heten. Sanne zit in een projectorganisatie, Driss in een divisie, Sofie in een netwerk. Leg ik nog eens uit.* En terwijl ze het verstuurde, dacht ze aan VGS, het kleine bedrijf met de rechte lijn, en hoe het in dit rijtje van zeven de eenvoudigste van allemaal was. Maar binnen dat eenvoudige bedrijf liep wel iets wat ze nog niet helemaal kon benoemen. Wie mocht eigenlijk wat? Ronald deed dingen, Alex besliste dingen, zij regelde dingen, maar wat was nou precies het verschil tussen iets doen, ergens verantwoordelijk voor zijn en iets mógen?
> EXAMTIP: De laatste drie van de zeven structuren herken je aan hun beeld. Projectorganisatie: het bedrijf draait om losse klussen; voor elke klus een tijdelijk team dat daarna weer uit elkaar valt. Divisieorganisatie: een groot concern opgeknipt in zelfstandige takken (divisies) onder één hoofdkantoor, vaak per product, markt of gebied. Netwerkorganisatie: een kleine kern die veel uitbesteedt en samenwerkt met een web van zelfstandige partners. Je hoeft ze niet op te dreunen, alleen te herkennen.
Dit hoofdstuk bevat een hands-on missie met live lab en opdracht-verificatie voor cursushouders.