Wie mag wat

Bedrijfswereld — deel 7

Majorieke wil een factuur betalen en loopt tegen een muurtje: ze mag het niet. Ze dóét de administratie, ze is er verantwoordelijk voor, maar betalen mag ze niet zelf. In die ergernis zit een verschil dat overal in een bedrijf zit.

Concepts

Het was een kleine factuur, een paar honderd euro voor kantoorspullen, en Majorieke wilde hem gewoon even afhandelen. Ze had alles ingevoerd, gecontroleerd, klaargezet. Eén klik om te betalen. En toen kwam ze er niet doorheen. Het systeem liet haar niet betalen. Ze moest het doorzetten naar Alex.

Ze baalde, eerlijk gezegd. "Ik doe de hele administratie," zei ze tegen Willem, "ik heb die factuur drie keer bekeken, en ik mag hem niet eens betalen. Dat moet de baas doen. Hoe kan dat nou?"

Willem glimlachte, en het was die glimlach van iemand die wist dat hier iets goeds onder zat. "Dat je daar boos om wordt, is logisch. Maar wat je net tegenkomt is geen pesterij. Het is een verschil dat in elk bedrijf zit, en de meeste mensen halen het door elkaar." Hij pakte zijn vel en schreef drie woorden onder elkaar. *Taak. Verantwoordelijkheid. Bevoegdheid.*

"Drie woorden die op elkaar lijken," zei hij, "maar ze betekenen niet hetzelfde. En jouw factuur laat het verschil mooi zien." Hij wees op het eerste woord. "Een taak is wat je doet. Je werk, je klusje, het ding dat van jou is om te doen. De factuur invoeren, controleren, klaarzetten, dat is jouw taak. Daar ben je goed in, dat doe je elke dag." Hij onderstreepte het. "Een taak is dus een handeling. Iets wat je uitvoert."

Majorieke knikte. Dat deel klopte. De factuur klaarzetten was haar werk.

"Het tweede," zei Willem, en hij tikte op *verantwoordelijkheid*. "Dat is iets zwaarder. Je bent ergens verantwoordelijk voor als jij erop wordt aangesproken als het misgaat. Als die factuur fout is ingevoerd, als er een verkeerd bedrag in staat, dan kijkt iedereen naar jou. Niet omdat je het mocht beslissen, maar omdat het jouw werk was om het goed te doen. Je staat ervoor in." Hij keek haar aan. "Je kunt verantwoordelijk zijn voor iets zonder dat je er de baas over bent. Jij bent verantwoordelijk dat de administratie klopt. Dat is een last die je draagt, ook als je niet alles zelf mag beslissen."

"Dat voelt soms ook zo," zei Majorieke. "Dat ik ervoor opdraai als er iets niet klopt, ook al heb ik niet alles in de hand."

"Precies dat gevoel," zei Willem. "En nu het derde, want daar zat je net tegenaan." Hij tikte op *bevoegdheid*. "Een bevoegdheid is wat je mág. Wat je officieel mag beslissen of doen, waar je de macht voor hebt gekregen. En betalen, geld het bedrijf uit laten gaan, dat mag jij niet. Die bevoegdheid heeft Alex zichzelf gehouden. Niet omdat hij je niet vertrouwt, maar omdat het verstandig is dat niet één persoon zowel de factuur klaarzet als het geld wegklikt." Hij liet de pen rusten. "Dus je hebt de taak, je hebt de verantwoordelijkheid, maar de bevoegdheid om te betalen heb je niet. Daar liep je net tegenaan."

Majorieke keek naar de drie woorden, en het begon te schuiven. Doen, ervoor instaan, en mogen. Drie verschillende dingen die ze altijd op één hoop had gegooid.

"Dus ik kan iets moeten doen," zei ze langzaam, "en er verantwoordelijk voor zijn, zonder dat ik het zelf mag afmaken."

"Dat gebeurt aan de lopende band," zei Willem. "En andersom kan ook. Iemand kan de bevoegdheid hebben om iets te beslissen zonder dat hij het zelf doet of er de hele dag mee bezig is. Alex heeft de bevoegdheid om die betaling goed te keuren, maar het is niet zijn taak om facturen in te voeren, dat is van jou. Hij beslist, jij doet. De macht en het werk liggen bij verschillende mensen." Hij tekende een pijltje tussen de woorden. "Het mooiste is als die drie een beetje in balans zijn. Krijg je een verantwoordelijkheid, dan zou je er eigenlijk ook de bevoegdheden bij moeten krijgen die je nodig hebt om hem waar te maken. Anders sta je ergens voor in zonder dat je er iets aan kunt doen, en dat is precies de frustratie die jij net voelde."

Majorieke lachte half. "Dus mijn ergernis klopte eigenlijk?"

"Een beetje wel," zei Willem. "Je bent verantwoordelijk dat de administratie klopt, maar je mist een bevoegdheid die daar logisch bij hoort. In dit geval is dat met opzet zo, vanwege de controle, en dat is goed. Daar komen we nog over te spreken, waarom je sommige dingen juist níet in één hand wilt. Maar de spanning die je voelde tussen verantwoordelijk zijn en niet mogen, die is echt. Dat is het hart van deze drie woorden."

Hij schoof het vel naar haar toe.

"Onthoud het zo," zei hij. "Een taak is wat je doet. Een verantwoordelijkheid is waar je op wordt aangesproken. Een bevoegdheid is wat je mag. Doen, instaan, mogen. Bij een goede functie horen die drie bij elkaar, in verhouding. En als je ooit ergens voor verantwoordelijk wordt gemaakt, vraag dan altijd: krijg ik er ook de bevoegdheden bij om het waar te maken? Want zonder die bevoegdheden is een verantwoordelijkheid alleen maar een last."

Majorieke nam de drie woorden mee naar haar bureau. *Doen, instaan, mogen.* Ze keek naar de factuur, die nu bij Alex lag te wachten op een klik die zij niet mocht geven. Het ergerde haar nog steeds een beetje, maar het ergerde haar nu met begrip, en dat was anders. Ze wist nu waaróm het zo was geregeld. En ze vroeg zich af waarom een bedrijf het werk eigenlijk zo verdeelde, waarom de een dit deed en de ander dat, en of daar een gedachte achter zat of dat het gewoon zo gegroeid was.

> EXAMTIP: Houd de drie strak uit elkaar. Een taak is wat je doet (de handeling, je werk). Een verantwoordelijkheid is waar je op wordt aangesproken als het misgaat (je staat ervoor in). Een bevoegdheid is wat je mag (waar je de macht voor hebt gekregen). Bij een gezonde functie horen ze in verhouding bij elkaar: krijg je een verantwoordelijkheid, dan horen er ook de bevoegdheden bij om die waar te kunnen maken.

Dit hoofdstuk bevat een hands-on missie met live lab en opdracht-verificatie voor cursushouders.

Bekijk de cursus en koop toegang