De systemen waarmee je werkt

Bedrijfswereld — deel 22

Vroeger liep iedereen met een briefje naar de loonadministratie. Nu kunnen mensen veel zelf doen, vanuit hun browser. Een paar woorden helpen je dat te begrijpen.

Concepts

Driss stond bij haar bureau met een papiertje. "Mijn adres is veranderd," zei hij. "Ik ben verhuisd. Kun jij dat aanpassen?"

Majorieke wilde haar hand al uitsteken naar het briefje, maar Willem, die meeluisterde, schudde zijn hoofd met een glimlach. "Laat hem dat zelf doen, Majorieke. Daar hebben we dat systeem nou juist voor." Hij draaide zich naar Driss. "Log in op het personeelsportaal, dat tegeltje op je startscherm. Daar kun je je eigen adres aanpassen. Veel sneller dan via ons."

Driss haalde zijn schouders op en liep terug, en Willem ging erbij zitten. "Goed moment om je een paar woorden te leren," zei hij. "Het zijn afkortingen, en ze klinken ingewikkelder dan ze zijn. Maar het examen wil dat je ze kent, dus we lopen ze rustig langs."

Majorieke pakte haar pen, een beetje op haar hoede, want afkortingen had ze er al genoeg gehad.

"Het eerste wat Driss net gebruikt," zei Willem, "heet ESS, employee self service. Self service, zoals bij een tankstation waar je zelf tankt. De werknemer doet zelf een paar dingen die vroeger via ons liepen. Zijn adres aanpassen. Zijn loonstrook bekijken. Verlof aanvragen. Vroeger kwam hij daarvoor naar jou met een briefje. Nu doet hij het zelf, in zijn eigen schermpje. Dat scheelt jou werk, en hem ook."

*Employee self service. De werknemer tankt zelf.* Majorieke vond het wel een prettig idee, eerlijk gezegd. Minder briefjes.

"Het tweede lijkt erop," zei Willem. "MSS, manager self service. Hetzelfde idee, maar dan voor de leidinggevende. Een manager kan in zijn eigen scherm bijvoorbeeld het verlof van zijn team goedkeuren, of zien wie er allemaal onder hem werkt, of een wijziging in gang zetten. Wat de werknemer voor zichzelf doet met ESS, doet de manager voor zijn team met MSS. Self service, maar dan op managerniveau."

"ESS voor de werknemer, MSS voor de manager," zei Majorieke, en ze schreef het naast elkaar. "Employee, manager. Dat onthoud ik wel."

"Mooi. Dan het derde, en die is iets technischer, maar nog steeds eenvoudig." Willem leunde achterover. "SAAS, software as a service. Software als een dienst. Vroeger kocht een bedrijf een programma, zette het op zijn eigen computers, en moest het zelf onderhouden. Nu draait het programma ergens anders, bij de leverancier, en jij gebruikt het gewoon via je browser. Je opent een website, je logt in, en daar staat je loonprogramma. Je hoeft niks te installeren, niks te onderhouden. Dat noem je ook wel webbased, omdat het via het web werkt, via de browser."

Majorieke knikte. Dat herkende ze. Het loonprogramma waar ze elke dag in werkte, opende ze inderdaad gewoon in haar browser, net als een website. Ze had er nooit een naam voor gehad. Op het scherm stonden de bedragen vaak in twee kolommen naast elkaar, een linker en een rechter, en onderaan een regel die liet zien of ze gelijk uitkwamen. Ze had nooit goed begrepen waaróm het er zo uitzag, maar ze was eraan gewend geraakt. "Dus dat ding waar ik in werk, dat is SAAS," zei ze.

"Grote kans van wel," zei Willem. "Je merkt het zelf nauwelijks, en dat is juist de bedoeling. Het draait ergens, jij gebruikt het, klaar. Het voordeel is dat je altijd de nieuwste versie hebt, want de leverancier werkt het bij. Het nadeel, als je het zo wilt noemen, is dat je afhankelijk bent van die leverancier en van een goede internetverbinding. Maar voor jou als gebruiker is het vooral makkelijk."

"En de laatste," zei Majorieke, want Willem hield nog een vinger achter de hand.

"De laatste is mijn favoriet, want die scheelt iedereen ergernis," zei Willem. "Single sign-on. Dat betekent: één keer inloggen. Stel, je hebt het loonprogramma, het personeelsportaal, je mail, allemaal aparte programma's. Zonder single sign-on zou je in elk daarvan apart moeten inloggen, telkens je wachtwoord intikken. Met single sign-on log je 's ochtends één keer in, en dan ben je meteen overal binnen. Eén deur, en daarachter staat alles open. Vandaar de naam: single, één, sign-on, inloggen."

Majorieke moest erom glimlachen, want dat herkende ze ook. Ze logde 's ochtends inderdaad één keer in, en daarna kwam ze overal zonder opnieuw haar wachtwoord te hoeven typen. Dat was dus single sign-on. "Ik gebruik al die dingen al," zei ze, "ik wist alleen niet hoe ze heetten."

"Dat is bijna altijd zo met deze vier," zei Willem. "Ze zijn niet moeilijk, ze zitten gewoon al om je heen. ESS, de werknemer regelt zelf wat hij kan. MSS, de manager doet dat voor zijn team. SAAS, het programma draait elders en jij gebruikt het via de browser. En single sign-on, één keer inloggen en je bent overal binnen. Vier woorden voor dingen die je elke dag al doet. Dat is het hele hoofdstuk."

Hij stond op en rekte zich uit. "Lekker licht, dit, na het datalek van laatst. Geniet er even van, want hierna gaan we het over de mensen hebben, en over wat een bedrijf eigenlijk waard maakt. Dat is een mooi stuk."

> EXAMTIP: Vier begrippen die je moet kunnen toelichten. ESS (employee self service): de werknemer regelt zelf zaken als adreswijziging, strook en verlof. MSS (manager self service): de leidinggevende doet dat voor zijn team, zoals verlof goedkeuren. SAAS / webbased (software as a service): het programma draait bij de leverancier en je gebruikt het via de browser. Single sign-on: één keer inloggen geeft toegang tot alle systemen.

Dit hoofdstuk bevat een hands-on missie met live lab en opdracht-verificatie voor cursushouders.

Bekijk de cursus en koop toegang