Activa, passiva en eigen vermogen

Module 5 — Wat is Boekhouden

De echte vakwoorden — maar het blijven gewoon je bezittingen, je schulden en wat van jou is

Concepts

Welkom terug — vandaag krijgen de woorden een net pak aan

Fijn dat je er weer bent. Vorige les heb je iets belangrijks geleerd: wat een **balans** is. Je weet inmiddels dat een balans een soort foto is van een bedrijf op één moment. Links staan de **bezittingen** — alle dingen die het bedrijf heeft. En rechts staat **hoe die bezittingen betaald zijn** — met eigen geld of met geleend geld. En je weet ook dat die twee kanten altijd even zwaar zijn: ze zijn in evenwicht, net als een weegschaal.

Dat fundament hebben we vandaag nodig. Want nu komt het moment waar je misschien een beetje tegenop hebt gezien: we gaan de **echte vakwoorden** leren. De woorden die echte boekhouders gebruiken. Karin schuift haar stoel bij en glimlacht geruststellend. *"Schrik er nou niet van,"* zegt ze rustig. *"Ik beloof je: het zijn precies dezelfde dingen als vorige les. We hangen er alleen een net pak aan. Een bezitting heet voortaan een activum. Maar het blijft gewoon een bezitting. Echt waar."*

En dat is precies hoe we het vandaag doen: heel rustig, en bij elk vakwoord zet ik het **gewone woord** ernaast. Zodat je nooit hoeft te raden wat iets betekent. Je hoeft de woorden ook niet meteen vlekkeloos uit je hoofd te kennen. We gaan ze de hele cursus gebruiken, en vanzelf gaan ze wennen — net zoals je ooit "wifi" of "appen" gewoon bent gaan zeggen zonder erbij na te denken.

> TIP: Lees dit hoofdstuk eerst gerust rustig door, zonder Excel erbij. Begrijpen mag eerst. En als een vakwoord je even ontschiet — geen probleem. Kijk gewoon naar het gewone woord ernaast. Dat staat er niet voor niets bij.

---

De vertaaltabel — gewone woorden naast vakwoorden

Laten we beginnen met het allerbelangrijkste plaatje van vandaag: een **vertaaltabel**. Aan de linkerkant staat het gewone woord dat je al kent. Aan de rechterkant staat het vakwoord. Meer is het niet — het zijn vertalingen, zoals "hond" in het Engels "dog" is. Hetzelfde beestje, ander woord.

| Het gewone woord (dat je al kent) | Het vakwoord (vanaf nu) | |---|---| | Je bezittingen — alles wat je hebt | **Activa** | | Hoe het betaald is — de hele rechterkant | **Passiva** | | Wat echt van jou is | **Eigen vermogen** | | Geleend geld, je schulden | **Vreemd vermogen** |

Even langs ze heen, heel rustig:

  • **Activa** is gewoon een ander woord voor je **bezittingen**. Dat zijn alle dingen die het bedrijf heeft: het geld op de bank, de spullen, de voorraad, een auto. Activa staan op de balans aan de **linkerkant** — net als je bezittingen vorige les.
  • **Passiva** is het woord voor de hele **rechterkant** van de balans: hoe alles betaald is. Passiva vertellen het verhaal van *waar het geld vandaan kwam* om al die bezittingen te kunnen hebben.
  • **Eigen vermogen** is het deftige woord voor **wat echt van jou is** — het deel dat je met je eigen geld hebt betaald, waar geen schuld tegenover staat.
  • **Vreemd vermogen** klinkt misschien gek, maar het betekent gewoon **geleend geld**: je schulden. Het heet "vreemd" omdat het geld eigenlijk van een ander is (de bank, een leverancier) — je moet het ooit terugbetalen.

Karin tikt op de tabel. *"Onthoud dit ene ezelsbruggetje en je komt al een heel eind: links is wat je hébt, rechts is hoe je eraan bent gekomen. Links activa, rechts passiva. En rechts splitst zich in twee: het stukje dat van jezelf is — eigen vermogen — en het stukje dat je geleend hebt — vreemd vermogen. Dat is eigenlijk de hele les in vier woorden."*

Activa | je bezittingen
Alles wat het bedrijf heeft
Geld, spullen, voorraad, auto
Staat links op de balans
---
Passiva | hoe het betaald is
De hele rechterkant
Waar kwam het geld vandaan
Eigen geld + geleend geld
---
Eigen vermogen | van jou
Wat echt van jou is
Geen schuld tegenover
Het deel dat je zelf inbracht

> TIP: "Vreemd vermogen" betekent niet "raar geld". Denk aan "vreemd" zoals in "een vreemde", iemand anders. Het is geld van een ander — de bank of een leverancier — dat je geleend hebt en ooit terugbetaalt. Daarom: vreemd vermogen = je schulden.

---

Activa van dichtbij — niet alle bezittingen zijn hetzelfde

Nu we het woord **activa** kennen, gaan we er iets dieper in kijken. Want — en dit is logisch als je er even over nadenkt — niet alle bezittingen zijn hetzelfde soort ding. Een gebouw is iets heel anders dan het geld in je portemonnee, ook al zijn het allebei bezittingen.

Boekhouders delen de activa daarom in **drie groepjes**, gesorteerd op een simpele vraag: *hoe snel verandert dit weer in geld?* Heel rustig, één voor één:

  • **Vaste activa** — dat zijn de dingen die je **lang houdt**. Een gebouw, een bedrijfsauto, een grote machine. Je koopt ze niet om ze snel weer te verkopen; ze blijven jaren in het bedrijf en je gebruikt ze elke dag. "Vast" betekent hier dus: ze zitten vast in het bedrijf, ze blijven.
  • **Vlottende activa** — dat zijn de dingen die **vrij snel weer in geld veranderen**. Denk aan de voorraad in de winkel (die verkoop je en wordt dan geld), of geld dat klanten je nog moeten betalen (dat komt binnenkort binnen). "Vlottend" betekent: het is in beweging, het stroomt, het wordt snel weer geld.
  • **Liquide middelen** — dat is het **geld zelf**: het geld in de kas (de la met contanten) en het geld op de bankrekening. Dit hóeft niet meer in geld te veranderen — het ís al geld. "Liquide" komt van "vloeibaar": het is meteen bruikbaar, je kunt er direct mee betalen.

Hier staan ze netjes in een tabel, met een voorbeeld erbij:

| Soort activa | Gewone uitleg | Voorbeelden | |---|---|---| | **Vaste activa** | Dingen die je lang houdt | Gebouw, bedrijfsauto, machine | | **Vlottende activa** | Wordt snel weer geld | Voorraad, nog te ontvangen van klanten | | **Liquide middelen** | Het geld zelf | Kas (contant), bankrekening |

Karin glimlacht. *"Zie het als de volgorde waarin dingen geld worden. Een gebouw verkoop je niet zomaar even — dat is vast, dat blijft. Je voorraad verkoop je deze week misschien al — dat is vlottend, dat stroomt. En het geld op de bank? Dat is al geld, daar hoef je niets meer mee te doen. Van traag naar snel, van vast naar vloeibaar."*

> TIP: Twijfel je of iets vast of vlottend is? Stel jezelf de vraag: "Houd ik dit lang, of is het zo weer geld?" Een koelkast in je winkel om spullen koel te houden: die houd je lang → vaste activa. De melk in die koelkast die je verkoopt: zo weer geld → vlottende activa. Simpel.

---

Passiva van dichtbij — van jou, of geleend

We draaien nu naar de **rechterkant** van de balans: de **passiva**. Je weet al: passiva vertellen *hoe* alle bezittingen betaald zijn. En dat kan maar op twee manieren — met je eigen geld, of met geleend geld. Daarom splitsen de passiva zich altijd in precies die twee delen:

  • **Eigen vermogen** — het stukje dat **van jou** is, dat je zelf hebt ingebracht. Hier staat geen schuld tegenover. Als het bedrijf morgen alles zou verkopen en alle schulden zou afbetalen, dan is het eigen vermogen wat er voor de eigenaar overblijft.
  • **Vreemd vermogen** — het **geleende geld**, je **schulden**. Dit moet je ooit terugbetalen. En ook hier maken boekhouders nog een klein onderscheidje, op dezelfde manier als bij activa: hoe snel moet je het terugbetalen?
  • - **Lange schulden** — schulden die nog lang lopen, die je pas over jaren helemaal hebt afbetaald. Denk aan een **lening** bij de bank of een **hypotheek** op een gebouw. - **Korte schulden** — schulden die je **binnenkort** moet betalen. Denk aan een **rekening van een leverancier** die je nog moet voldoen, of de btw die je deze maand nog afdraagt.

In een tabel:

| Soort passiva | Gewone uitleg | Voorbeelden | |---|---|---| | **Eigen vermogen** | Van jou, geen schuld erover | Inbreng van de eigenaar, wat overblijft | | **Vreemd vermogen — lang** | Schulden die lang lopen | Banklening, hypotheek | | **Vreemd vermogen — kort** | Schulden die je snel betaalt | Rekening leverancier, nog te betalen btw |

*"Kijk eens hoe netjes het in elkaar past,"* zegt Karin. *"Links de activa, van traag naar snel: vast, vlottend, geld. Rechts de passiva, van 'echt van jou' naar 'geleend': eigen vermogen, lange schulden, korte schulden. Het is symmetrisch. Als je dat eenmaal ziet, voelt een balans heel logisch aan."*

> TIP: Het verschil tussen lange en korte schulden is gewoon de vraag "wanneer moet ik het terugbetalen?" Pas over jaren → lange schuld (lening, hypotheek). Binnenkort → korte schuld (een openstaande rekening). Maak je er nu niet te druk om — onthoud vooral dat schulden samen het vreemd vermogen heten.

---

De balansvergelijking — heel rustig

Nu komt iets wat misschien een beetje wiskundig klinkt, maar dat is het niet — het is gewoon gezond verstand in één zinnetje. We noemen het de **balansvergelijking**. Een mooi woord voor een heel simpele waarheid.

Je weet al dat een balans altijd in evenwicht is: links en rechts zijn even zwaar. In gewone woorden zegt dat:

   Bezittingen   =   Eigen vermogen   +   Schulden

Oftewel: alles wat je hébt (links), is samen betaald met je eigen geld én met geleend geld (rechts). Logisch toch? Elk ding dat je hebt, heb je óf met je eigen geld gekocht, óf met geleend geld. Een andere manier is er niet.

En nu hangen we er de vakwoorden aan. Precies dezelfde zin, alleen in het nette pak:

   Activa   =   Eigen vermogen   +   Vreemd vermogen

Dat is de balansvergelijking. Lees hem rustig: de activa (je bezittingen) zijn altijd gelijk aan het eigen vermogen (van jou) plus het vreemd vermogen (geleend). Links en rechts altijd even groot.

En nu het handigste trucje van vandaag. We kunnen dezelfde som **omdraaien**. Want als je wilt weten **wat er echt van jou is** — het eigen vermogen — dan neem je gewoon alles wat je hebt, en haal je je schulden eraf:

   Eigen vermogen   =   Bezittingen   −   Schulden
   Eigen vermogen   =   Activa        −   Vreemd vermogen

Laten we het uitrekenen met een voorbeeldje. Stel, een bedrijfje heeft voor **€ 50.000** aan bezittingen (activa). En het heeft **€ 30.000** aan schulden (vreemd vermogen). Wat is er dan echt van de eigenaar?

   Eigen vermogen  =  Activa  −  Vreemd vermogen
   Eigen vermogen  =  50.000  −  30.000
   Eigen vermogen  =  20.000

Daar staat het: **€ 20.000** is echt van de eigenaar. De rest (€ 30.000) is geleend en moet ooit terug. Zie je hoe simpel dat is? Het is precies wat je intuïtief al voelt: van alles wat je hebt, haal je je schulden af, en wat overblijft is van jou.

De som in gewone taal | bezit = van jou + schuld
Bezittingen = Eigen vermogen + Schulden
Alles wat je hebt, is ergens van betaald
Logisch, geen wiskunde
---
De som in vakwoorden | de balansvergelijking
Activa = Eigen vermogen + Vreemd vermogen
Links altijd gelijk aan rechts
Dat is het evenwicht
---
Omgedraaid | wat is van jou
Eigen vermogen = Activa − Vreemd vermogen
Neem alles, haal de schulden eraf
Wat overblijft is van jou

> TIP: Onthoud vooral de omgedraaide versie, want die gebruik je het vaakst: **eigen vermogen = bezittingen − schulden**. Wil je weten wat echt van je is? Tel al je spullen en geld op, trek je schulden eraf, en daar staat het. Dat geldt thuis net zo goed als in een bedrijf.

---

Ons oefenbedrijf — Van Ginkel Solutions BV

Vanaf nu werken we door de hele cursus met hetzelfde oefenbedrijf. Het heet **Van Ginkel Solutions BV**, en het verhaal erachter maakt de stof een stuk leuker om te leren.

*"Ons bedrijf begon als een eenmanszaak,"* vertelt Karin. *"De eigenaar startte als zelfstandig IT-consultant: hij hielp bedrijven met hun netwerken, laptops en software. Vanuit zijn slaapkamer, met één laptop en een paar vaste klanten. Gewoon freelancen."*

Maar die klanten vroegen steeds vaker: *"Kun jij ook even die nieuwe laptops regelen?"* of *"Wij hebben twintig nieuwe werkplekken nodig — kun jij dat leveren?" * De eigenaar zag een kans. Hij begon hardware in te kopen en door te verkopen — en dat liep als een trein.

Binnen een paar jaar groeide de eenmanszaak uit tot een echte BV: **Van Ginkel Solutions BV**, IT-groothandel. Ze leveren nu laptops, servers, netwerkapparatuur en software aan bedrijven door heel Nederland. Ze hebben een magazijn, acht medewerkers, meerdere leveranciers en honderden zakelijke klanten.

De IT-consultancy — waarmee het allemaal begon — bestaat nog steeds, maar is allang niet meer de hoofdactiviteit. Het is nu een kleine afdeling naast de grote handel.

Begonnen als | eenmanszaak
ZZP IT-consultant
Netwerken, laptops, software
Vanuit huis, één persoon
---
Gegroeid naar | IT-groothandel
Van Ginkel Solutions BV
Laptops, servers, netwerkapparatuur
8 medewerkers, magazijn, heel NL
---
Nu | een echt bedrijf
Omzet: meerdere miljoenen
Inkopen bij leveranciers
Verkopen aan zakelijke klanten

Karin is de financieel administratief medewerker die Twee jaar geleden in dienst trad — precies op het moment dat de boekhouding te complex werd voor een spreadsheet. *"En,"* zegt ze met een glimlach, *"precies op het moment dat ik jou nodig had om mee te leren."*

> TIP: Van Ginkel Solutions BV is ons oefenbedrijf door de hele cursus. Elk voorbeeld, elke journaalpost, elke balans — we doen het voor dit bedrijf. Zo bouw je stap voor stap één complete administratie op die je aan het eind van de cursus van voor naar achter kunt doorlopen.

---

Een volledige balans met de echte woorden

Tijd om alles samen te brengen in één plaatje. We zetten de balans van **Van Ginkel Solutions BV** op met de **echte vakwoorden**, links de activa en rechts de passiva. Let op de kleine, ronde bedragen — die heb ik expres zo gekozen, zodat je makkelijk kunt meerekenen.

Eerst even kijken wat Van Ginkel Solutions BV heeft (de activa, links). We houden de bedragen klein en rond zodat je makkelijk mee kunt rekenen — in werkelijkheid zijn ze een stuk groter:

  • Een **bedrijfspand** (magazijn + kantoor) — lang in gebruik, dus **vaste activa**: € 40.000
  • De **voorraad** in de winkel — die wordt snel weer geld, dus **vlottende activa**: € 15.000
  • Het **geld op de bank** — dat is geld zelf, dus **liquide middelen**: € 5.000

En hoe is dat betaald (de passiva, rechts)?

  • Een **banklening** voor het pand — een lange schuld, dus **vreemd vermogen**: € 35.000
  • En de rest is met **eigen geld** betaald — het **eigen vermogen**: € 25.000

Hier staat de hele balans, netjes naast elkaar:

| **Activa** (bezittingen) | € | **Passiva** (hoe betaald) | € | |---|---:|---|---:| | Vaste activa — winkelpand | 40.000 | Eigen vermogen | 25.000 | | Vlottende activa — voorraad | 15.000 | Vreemd vermogen — banklening | 35.000 | | Liquide middelen — bank | 5.000 | | | | **Totaal activa** | **60.000** | **Totaal passiva** | **60.000** |

Kijk eens naar de twee totalen onderaan: **€ 60.000** links, **€ 60.000** rechts. Precies gelijk! De balans is in evenwicht, zoals het hoort. En klopt de balansvergelijking? Reken even mee: eigen vermogen (25.000) + vreemd vermogen (35.000) = 60.000 = de totale activa. Het past. Altijd.

Karin knikt tevreden. *"Zie je wat hier gebeurt? Van Ginkel Solutions BV heeft voor € 60.000 aan spullen en geld. Daarvan is € 35.000 geleend bij de bank, en € 25.000 is echt van de eigenaar. Links staat wát ze hebben, rechts staat hóe ze eraan kwamen. En de onderste regel is altijd, altijd, aan beide kanten gelijk. Dat is de schoonheid van een balans."*

> TIP: De truc bij het opstellen is vaak: je kent de activa (je telt je spullen en geld op) en je kent je schulden. Het eigen vermogen reken je dan uit als sluitstuk: totaal activa − vreemd vermogen. Bij Van Ginkel Solutions BV: 60.000 − 35.000 = 25.000. Zo zorg je er meteen voor dat de balans precies klopt.

---

Geen zorgen — de woorden komen vanzelf

Best veel nieuwe woorden vandaag, en dat mag even bezinken. Karin legt haar hand even op de tafel en zegt rustig: *"Ik wil dat je met een gerust gevoel weggaat. Je hoeft deze woorden niet vanaf nu vlekkeloos uit je hoofd te kennen. Echt niet. We gaan ze de hele cursus gebruiken — in elke les komen ze weer langs. En geloof me: tegen het einde zeg je 'activa' en 'passiva' net zo gewoon als 'links' en 'rechts'."*

Het belangrijkste is dat je het **idee** snapt, en dat lukte je vandaag prima. Links staan je bezittingen (de activa), rechts staat hoe ze betaald zijn (de passiva), opgesplitst in wat van jou is (eigen vermogen) en wat geleend is (vreemd vermogen). En de twee kanten zijn altijd in evenwicht. Als je dat voelt, ken je het hart van de balans al — de woorden komen vanzelf erbij.

Snap het idee | dat is genoeg
Links bezittingen, rechts hoe betaald
Van jou + geleend
In evenwicht
---
De woorden wennen | geen haast
Je gebruikt ze de hele cursus
Elke les komen ze terug
Tegen het einde gaan ze vanzelf
---
Kijk naar het gewone woord | je hulpje
Activa = bezittingen
Passiva = hoe betaald
Het staat er steeds bij

> TIP: Maak voor jezelf een klein spiekbriefje met de vier woorden en het gewone woord ernaast: activa = bezittingen, passiva = hoe betaald, eigen vermogen = van jou, vreemd vermogen = geleend. Plak het naast je scherm. Na een paar lessen heb je het niet meer nodig.

---

Even op een rij — wat heb je vandaag geleerd?

Best veel, en het paste mooi op elkaar voort. Je kent nu de **echte vakwoorden** van de balans. Je weet dat **activa** gewoon je bezittingen zijn (de linkerkant), en dat ze in drie soorten komen: **vaste activa** (lang houden, zoals een gebouw), **vlottende activa** (snel weer geld, zoals voorraad) en **liquide middelen** (het geld zelf, kas en bank).

Je weet dat **passiva** de rechterkant is — hoe alles betaald is — en dat die zich splitst in **eigen vermogen** (van jou) en **vreemd vermogen** (geleend; lange en korte schulden). Je kent de **balansvergelijking**: **activa = eigen vermogen + vreemd vermogen**, en de handige omgedraaide versie **eigen vermogen = activa − vreemd vermogen**. En je hebt bij Van Ginkel Solutions BV gezien hoe een echte balans met deze woorden in evenwicht staat.

*"Onthoud vooral dit,"* zegt Karin tot slot. *"De vakwoorden zijn nieuw, maar de dingen erachter ken je al lang. Activa zijn je bezittingen. Passiva is hoe je eraan kwam. Eigen vermogen is wat van jou is, vreemd vermogen is wat je leende. En links is altijd gelijk aan rechts. Meer hoef je niet te onthouden — de rest komt vanzelf."*

Klaar voor de praktijk? In de missie hieronder bouw je in Excel een echte balans voor Van Ginkel Solutions BV, met de juiste woorden. Rustig aan, stap voor stap, en je kunt niets fout doen.

---

Missie

STORY: Karin legt een briefje met cijfers naast je toetsenbord. *"Vandaag maak je een echte balans voor Van Ginkel Solutions BV in Excel — met de juiste vakwoorden. We zetten links 'Activa' en rechts 'Passiva', vullen de bezittingen in en tellen ze op, zetten de banklening rechts erbij, en dan rekenen we het eigen vermogen uit als sluitstuk. Tot slot controleren we of links en rechts precies even groot zijn — want dat hóórt zo bij een balans. Niks moeilijks, gewoon de woorden van vandaag in Excel zetten. We pakken er rustig de tijd voor, en je kunt niets fout doen."*

Stap 1 — Zet de twee kanten neer: links Activa, rechts Passiva

Start Excel op met een **Leeg werkblad**. We maken een balans met twee kanten naast elkaar. Klik op cel **A1** en typ `Activa` (de linkerkant: de bezittingen). Klik dan op cel **C1** en typ `Passiva` (de rechterkant: hoe het betaald is). Maak beide kopjes vet met de knop **B**.

        A              B            C              D
   ┌──────────────┬──────────┬──────────────┬──────────┐
 1 │ *Activa*     │          │ *Passiva*    │          │   ← de twee kanten
   ├──────────────┼──────────┼──────────────┼──────────┤
 2 │              │          │              │          │   ← hier komen de regels
   └──────────────┴──────────┴──────────────┴──────────┘

Links (kolom A en B) komen straks de bezittingen met hun bedragen. Rechts (kolom C en D) komt hoe het betaald is. Dit is je geraamte — twee kanten, klaar om te vullen.

Stap 2 — Vul de activa in en tel ze op

Nu de bezittingen, links. Van Ginkel Solutions BV heeft drie soorten activa. Vul ze onder elkaar in kolom A in, met het bedrag ernaast in kolom B (als **kaal getal**, dus `40000`, geen "euro" erbij):

        A              B            C              D
   ┌──────────────┬──────────┬──────────────┬──────────┐
 1 │ *Activa*     │          │ *Passiva*    │          │
 2 │ Vaste activa │  40000   │              │          │
 3 │ Vlottende a. │  15000   │              │          │
 4 │ Liquide mid. │   5000   │              │          │
   └──────────────┴──────────┴──────────────┴──────────┘

Drie bezittingen: het winkelpand (vaste activa, 40000), de voorraad (vlottende activa, 15000) en het geld op de bank (liquide middelen, 5000). Tel ze nu op. Klik op cel **B5** en typ de formule, gevolgd door **Enter**:

=SOM(B2:B4)

Zet er in A5 het woord `Totaal activa` bij. Excel rekent het totaal uit: **60000**.

        A                B           C              D
   ┌──────────────────┬─────────┬──────────────┬──────────┐
 1 │ *Activa*         │         │ *Passiva*    │          │
 2 │ Vaste activa     │  40000  │              │          │
 3 │ Vlottende activa │  15000  │              │          │
 4 │ Liquide middelen │   5000  │              │          │
 5 │ *Totaal activa*  │ *60000* │              │          │   ← SOM telde op
   └──────────────────┴─────────┴──────────────┴──────────┘

Stap 3 — Vul het vreemd vermogen rechts in

Nu de rechterkant: hoe is het betaald? Van Ginkel Solutions BV heeft een **banklening** van 35000 — dat is geleend geld, dus **vreemd vermogen**. Zet dat rechts neer in kolom C, met het bedrag in kolom D. We laten regel 2 (rechtsboven) nog even leeg — daar komt zo het eigen vermogen.

        A                B           C                 D
   ┌──────────────────┬─────────┬──────────────────┬─────────┐
 1 │ *Activa*         │         │ *Passiva*        │         │
 2 │ Vaste activa     │  40000  │ Eigen vermogen   │         │   ← komt in stap 4
 3 │ Vlottende activa │  15000  │ Vreemd vermogen  │  35000  │   ← de banklening
 4 │ Liquide middelen │   5000  │                  │         │
 5 │ *Totaal activa*  │ *60000* │                  │         │
   └──────────────────┴─────────┴──────────────────┴─────────┘

Typ `Eigen vermogen` in cel **C2** (het bedrag laten we nog even leeg) en `Vreemd vermogen` in cel **C3** met `35000` in cel **D3**. De banklening staat nu netjes rechts.

Stap 4 — Reken het eigen vermogen uit als sluitstuk

Nu het mooiste trucje van vandaag. Het eigen vermogen — wat echt van de eigenaar is — rekenen we uit met de omgedraaide balansvergelijking: **totaal activa − vreemd vermogen**. We laten Excel dat doen. Klik op cel **D2** (naast "Eigen vermogen") en typ deze formule, gevolgd door **Enter**:

=B5-D3

Dat is: totaal activa (in B5 staat 60000) min het vreemd vermogen (in D3 staat 35000). Excel rekent uit: **25000**. Dát is het eigen vermogen van Van Ginkel Solutions BV.

        A                B           C                 D
   ┌──────────────────┬─────────┬──────────────────┬─────────┐
 1 │ *Activa*         │         │ *Passiva*        │         │
 2 │ Vaste activa     │  40000  │ Eigen vermogen   │ *25000* │   ← =B5-D3
 3 │ Vlottende activa │  15000  │ Vreemd vermogen  │  35000  │
 4 │ Liquide middelen │   5000  │                  │         │
 5 │ *Totaal activa*  │ *60000* │                  │         │
   └──────────────────┴─────────┴──────────────────┴─────────┘

Mooi! Van de € 60.000 aan bezittingen is € 35.000 geleend en € 25.000 echt van de eigenaar. Door het als formule te doen, klopt het altijd precies — Excel rekent het sluitend.

Stap 5 — Controleer: is links even groot als rechts?

Tot slot de belangrijkste controle van een balans: zijn de twee kanten **even groot**? Zo niet, dan klopt er iets niet. We tellen de passiva (rechts) op en vergelijken met de activa (links).

Klik op cel **D5** en typ deze formule, gevolgd door **Enter**, om het eigen vermogen en het vreemd vermogen op te tellen:

=SOM(D2:D4)

Zet er in C5 het woord `Totaal passiva` bij. Excel rekent uit: 25000 + 35000 = **60000**. Vergelijk nu de twee totalen onderaan:

        A                B           C                 D
   ┌──────────────────┬─────────┬──────────────────┬─────────┐
 1 │ *Activa*         │         │ *Passiva*        │         │
 2 │ Vaste activa     │  40000  │ Eigen vermogen   │  25000  │
 3 │ Vlottende activa │  15000  │ Vreemd vermogen  │  35000  │
 4 │ Liquide middelen │   5000  │                  │         │
 5 │ *Totaal activa*  │ *60000* │ *Totaal passiva* │ *60000* │   ← gelijk!
   └──────────────────┴─────────┴──────────────────┴─────────┘

Daar staat het: **60000** links, **60000** rechts. Precies gelijk — de balans is in evenwicht, zoals het hoort. Maak desgewenst de bedragen nog even op als **euro** (selecteer ze en klik op het muntje-knopje), en sla je werk op via **Bestand → Opslaan als** met de bestandsnaam `balans-nexus-retail`.

**Karin kijkt over je schouder mee en knikt tevreden.** *"Kijk eens aan. Je hebt een echte balans gebouwd met de juiste vakwoorden: links de activa — vaste activa, vlottende activa, liquide middelen — en rechts de passiva, met het eigen vermogen en het vreemd vermogen. Je rekende het eigen vermogen uit als activa min schulden, en je controleerde dat links precies even groot is als rechts. Onthoud het zinnetje: activa = eigen vermogen + vreemd vermogen. De woorden zijn nieuw, maar je deed het zelf — en het klopte tot op de euro."*