"Degressief afschrijven"
"Module 10 · Vaste activa & afschrijven"
"Elk jaar een vast percentage over de boekwaarde: meer in het begin"
Concepts
Terugblik — en een nieuwe aanpak
Welkom bij deze aanvullende les. In ch10a heb je lineair afschrijven grondig geleerd: je verdeelt de kosten van een vast activum eerlijk over de jaren door elk jaar precies hetzelfde bedrag af te schrijven. De formule ken je: (aanschafwaarde − restwaarde) / levensduur. Netjes, voorspelbaar, een rechte lijn naar beneden.
Karin schuift een folderblad opzij. *"Goed. Maar nu een vraag. Stel dat Van Ginkel Solutions BV een machine koopt. Die machine is in het eerste jaar echt veel waard — hij is nieuw, modern, efficiënt. Na een paar jaar is hij verouderd, raken er onderdelen slijt, en in de laatste jaren stelt hij eerlijk gezegd niet zoveel meer voor. Past het dan wel om elk jaar precies hetzelfde als kosten te boeken? Of zou je in het begin meer kosten mogen nemen en later minder?"*
Dat is precies de intuïtie achter **degressief afschrijven**. Het woord "degressief" betekent afnemend: de afschrijving wordt elk jaar kleiner. En dat werkt met een vast percentage over de boekwaarde — niet de aanschafwaarde, maar wat het bezit op dat moment nog waard is.
> TIP: "Degressief" klinkt ingewikkeld, maar de kern is simpel: je rekent elk jaar hetzelfde percentage, maar over een steeds kleiner bedrag (de boekwaarde). Daardoor is de afschrijving het eerste jaar het grootst en wordt hij elk jaar wat kleiner.
---
Het verschil met lineair — twee filosofieën
Voordat we rekenen, is het goed om het verschil helder te hebben. Beide methoden schrijven hetzelfde bezit af, maar op een andere manier.
Bij **lineair** afschrijven is het afschrijvingsbedrag elk jaar hetzelfde. Je berekent het één keer — (aanschaf − restwaarde) / levensduur — en dat bedrag boek je jaar in, jaar uit, tot het bezit volledig is afgeschreven. Een rechte, voorspelbare lijn.
Bij **degressief** afschrijven is het afschrijvingsbedrag elk jaar anders. Je rekent elk jaar een vast percentage over de boekwaarde van dat moment. De boekwaarde daalt elk jaar, dus ook het afschrijvingsbedrag. Het eerste jaar schrijf je het meeste af, het laatste jaar het minste.
Lineair | elk jaar gelijk
Vast bedrag per jaar
Formule: (aanschaf − restwaarde) / levensduur
Bus Van Ginkel Solutions BV: 4 × 6.000 per jaar
---
Degressief | elk jaar minder
Vast percentage over boekwaarde
Formule: boekwaarde × percentage
Eerste jaar veel, daarna steeds minder
---
Gemeenschappelijk | zelfde totaal
Totale afschrijving = aanschaf − restwaarde
Alleen de verdeling over de jaren verschilt
Het eindpunt is hetzelfdeHet totaal dat je afschrijft is bij beide methoden identiek. Het verschil zit alleen in het tempo: degressief laad je de kosten voortaan aan het begin, lineair verdeelt ze gelijkmatig.
> TIP: Onthoud het verschil zo: lineair = altijd hetzelfde bedrag. Degressief = altijd hetzelfde percentage, maar over een steeds kleiner getal (de boekwaarde). Daardoor worden de bedragen elk jaar kleiner.
---
De formule — boekwaarde × percentage
Degressief afschrijven heeft maar één rekenregel nodig, en die is verrassend eenvoudig:
afschrijving jaar n = boekwaarde begin jaar n × afschrijvingspercentageDaarna bereken je de nieuwe boekwaarde:
eindboekwaarde jaar n = beginboekwaarde jaar n − afschrijving jaar nDie eindboekwaarde is meteen de beginboekwaarde van het volgende jaar. Zo werkt het bij lineair ook — dat is vertrouwd terrein.
Het grote verschil met lineair: bij lineair is de boekwaarde in de formule niet nodig (het bedrag staat al vast). Bij degressief is de boekwaarde elk jaar het vertrekpunt voor de berekening. Verandert de boekwaarde → verandert de afschrijving. En de boekwaarde daalt elk jaar, dus de afschrijving ook.
> TIP: De veelgemaakte fout is degressief berekenen als aanschafwaarde × percentage. Dat is FOUT. Het percentage gaat altijd over de BOEKWAARDE van dat jaar — niet de aanschafwaarde. Alleen in jaar 1 zijn de beginboekwaarde en de aanschafwaarde gelijk (als er geen restwaarde al van afgetrokken is).
---
Uitgewerkt voorbeeld — machine 20.000, 30% degressief
Van Ginkel Solutions BV koopt een inpakmachine voor het magazijn. De gegevens:
- Aanschafwaarde: **20.000**
- Afschrijvingspercentage (degressief): **30% per jaar**
- Levensduur: **4 jaar** (we bekijken vier jaar)
We werken de afschrijvingsstaat stap voor stap uit.
**Jaar 1:** De beginboekwaarde is de aanschafwaarde: 20.000. De afschrijving is 20.000 × 30% = **6.000**. De eindboekwaarde is 20.000 − 6.000 = **14.000**.
**Jaar 2:** De beginboekwaarde is de eindboekwaarde van jaar 1: 14.000. De afschrijving is 14.000 × 30% = **4.200**. De eindboekwaarde is 14.000 − 4.200 = **9.800**.
**Jaar 3:** De beginboekwaarde is 9.800. De afschrijving is 9.800 × 30% = **2.940**. De eindboekwaarde is 9.800 − 2.940 = **6.860**.
**Jaar 4:** De beginboekwaarde is 6.860. De afschrijving is 6.860 × 30% = **2.058**. De eindboekwaarde is 6.860 − 2.058 = **4.802**.
Hier is de volledige staat in één tabel:
| Jaar | Beginboekwaarde | Afschrijving (30%) | Eindboekwaarde | |---|---|---|---| | 1 | 20.000 | 6.000 | 14.000 | | 2 | 14.000 | 4.200 | 9.800 | | 3 | 9.800 | 2.940 | 6.860 | | 4 | 6.860 | 2.058 | 4.802 |
Let op twee dingen. Eén: het afschrijvingsbedrag daalt elk jaar (6.000, 4.200, 2.940, 2.058). Dat klopt — de boekwaarde wordt elk jaar kleiner, dus ook het percentage erover. Twee: de boekwaarde bereikt na vier jaar **4.802**, niet nul. Degressief bereikt de boekwaarde in theorie nooit precies nul — het gaat steeds dichter bij nul (of de restwaarde), maar het getal wordt elk jaar kleiner zonder ooit nul te worden.
> TIP: Controleer elke rij in je staat: afschrijving = beginboekwaarde × percentage, en eindboekwaarde = beginboekwaarde − afschrijving. Die twee checks zijn alles. Als die kloppen per rij, klopt de hele staat.
---
Wanneer stopt het afschrijven?
Dat laatste punt is praktisch belangrijk. In theorie daalt de boekwaarde bij degressief afschrijven eindeloos — elk jaar een beetje, maar nooit nul. In de praktijk zijn er twee manieren om ermee om te gaan.
**Methode 1: stop bij de restwaarde.** Als de boekwaarde de restwaarde bereikt (of eronder dreigt te komen), stop je met afschrijven. De restwaarde is het minimumgetal waar je op stopt.
**Methode 2: overstap op lineair.** Op een bepaald moment in de levensduur wordt de lineaire afschrijving hoger dan de degressieve. Vanaf dat moment is het gunstiger om over te stappen op lineair, zodat de rest van de afschrijfbare waarde nog volledig weggeschreven wordt. Dit behandelen we verderop in deze les.
> TIP: Voor het BKB-examen is het meest gevraagde principe dit: schrijf degressief af zolang je boven de restwaarde zit. Bereik je de restwaarde, dan stopt het afschrijven — precies zoals bij lineair.
---
Een tweede voorbeeld — bedrijfswagen 15.000, 25% degressief
Om zeker te zijn dat je de berekening beheerst, hier nog een voorbeeld met andere getallen. Van Ginkel Solutions BV koopt een bedrijfswagen:
- Aanschafwaarde: **15.000**
- Afschrijvingspercentage (degressief): **25% per jaar**
- Restwaarde: **2.000** (we stoppen zodra de boekwaarde de restwaarde nadert)
| Jaar | Beginboekwaarde | Afschrijving (25%) | Eindboekwaarde | |---|---|---|---| | 1 | 15.000 | 3.750 | 11.250 | | 2 | 11.250 | 2.813 | 8.437 | | 3 | 8.437 | 2.109 | 6.328 | | 4 | 6.328 | 1.582 | 4.746 | | 5 | 4.746 | 1.187 | 3.559 | | 6 | 3.559 | 890 | 2.669 | | 7 | 2.669 | 669 | 2.000 |
In jaar 7 bereikt de eindboekwaarde precies 2.000 — de restwaarde. Hier stoppen we. De bedrijfswagen staat dan op zijn restwaarde in de boeken, en we schrijven hem niet verder af.
Zie je ook het patroon in de afschrijvingsbedragen? 3.750 → 2.813 → 2.109 → 1.582 → 1.187 → 890 → 669. Elk jaar kleiner, elk jaar een stukje minder — maar het gaat steeds langzamer. Dat is degressief afschrijven in actie.
> TIP: Bij degressief afschrijven wordt het afschrijvingsbedrag elk jaar kleiner — maar nooit nul zolang de boekwaarde boven nul (of de restwaarde) staat. In de praktijk houdt dit op als je de restwaarde bereikt, of eerder als je overstapt op lineair.
---
Vergelijking lineair vs. degressief — dezelfde machine
Nu zetten we de twee methoden naast elkaar voor dezelfde machine. Zo zie je precies wat het verschil is. We nemen de inpakmachine van het eerste voorbeeld, maar nu met een restwaarde van 2.000 en een levensduur van 4 jaar, zodat we lineair netjes kunnen uitrekenen.
**Lineaire afschrijving:** Afschrijving per jaar = (20.000 − 2.000) / 4 = 18.000 / 4 = **4.500 per jaar**
**Degressieve afschrijving (30%):** Zie de staat die we hierboven al berekenden (met dien verstande dat we hier stoppen als we 2.000 bereiken).
| Jaar | Lineair — afschrijving | Lineair — boekwaarde | Degressief — afschrijving | Degressief — boekwaarde | |---|---|---|---|---| | Start | — | 20.000 | — | 20.000 | | 1 | 4.500 | 15.500 | 6.000 | 14.000 | | 2 | 4.500 | 11.000 | 4.200 | 9.800 | | 3 | 4.500 | 6.500 | 2.940 | 6.860 | | 4 | 4.500 | 2.000 | 2.058 | 4.802 |
Lees de tabel rustig. Een paar dingen springen eruit.
**In de vroege jaren** is degressief zwaarder: in jaar 1 schrijf je degressief 6.000 af, tegenover 4.500 lineair. Dat zijn 1.500 euro meer kosten in het eerste jaar. Je winst dat jaar is dus 1.500 lager dan bij lineair.
**In de latere jaren** is het omgekeerde het geval: in jaar 4 schrijf je degressief nog maar 2.058 af, terwijl lineair gewoon 4.500 blijft. De kosten zijn dan aanzienlijk lager bij degressief.
**De totalen zijn niet gelijk over vier jaar** — dat is belangrijk om te zien. Degressief schrijf je in vier jaar 6.000 + 4.200 + 2.940 + 2.058 = 15.198 af. Lineair schrijf je 4 × 4.500 = 18.000 af. Na vier jaar staat de degressieve boekwaarde dus nog op 4.802, terwijl lineair al op de restwaarde van 2.000 zit. Degressief schrijft niet in hetzelfde tempo — je hebt meer tijd nodig om dezelfde totale afschrijving te bereiken.
BOEKWAARDEVERLOOP — lineair vs. degressief
20.000 ┤ ■ ◆ ■ = lineair
15.500 ┤ ■ ◆ = degressief
14.000 ┤ ◆
11.000 ┤ ■
9.800 ┤ ◆
6.860 ┤ ◆
6.500 ┤ ■
4.802 ┤ ◆
2.000 ┤ ■ restwaarde
└────────┬───────┬───────┬───────┬──
start jr1 jr2 jr3 jr4> TIP: Onthoud voor het examen: degressief = hoge kosten vroeg, lage kosten laat. Lineair = gelijkmatig. Welke methode een bedrijf kiest, hangt af van voorkeur, fiscale regels en de aard van het bezit. Voor de berekening maakt de keuze niet uit — je past gewoon de juiste formule toe.
---
Wanneer gebruikt een bedrijf welke methode?
Beide methoden zijn in Nederland toegestaan voor de commerciële (de eigen) boekhouding. De keuze hangt van een paar overwegingen af.
Degressief | snel dalende waarde
Auto, computer, moderne machine
Technologie veroudert snel
Hoge kosten vroeg past bij hoge waardedaling vroeg
---
Lineair | gelijkmatige slijtage
Gebouw, stellingen, eenvoudige machine
Elk jaar een beetje minder waard
Gelijkmatige kosten passen daarbij
---
Fiscaal vs. commercieel | let op
Belasting kent eigen afschrijvingsregels
Commercieel kies je zelf de methode
Voor BKB: commerciële kant is het uitgangspunt**Fiscaal** (belastingaangifte) gelden andere regels, en die veranderen regelmatig. Het is voor het BKB-examen voldoende te weten dat commercieel en fiscaal kunnen verschillen. De cursus houdt het op de commerciële kant.
> TIP: Voor het BKB-examen hoef je de fiscale regels niet te kennen. Het gaat erom dat je de berekening beheerst: lineair met de bekende formule, degressief met boekwaarde × percentage. Welke methode wordt gebruikt staat altijd in de vraag vermeld.
---
Overstap degressief naar lineair
In de praktijk doet zich een interessant moment voor: er komt een jaar waarop de **lineaire** afschrijving van de resterende boekwaarde hoger uitvalt dan de **degressieve**. Vanaf dat punt loont het om over te stappen op lineair, anders blijft de boekwaarde te langzaam dalen.
Hoe werkt dat? Je berekent elk jaar wat de lineaire afschrijving zou zijn over de resterende afschrijfbare waarde. Die resterende afschrijfbare waarde is: huidige boekwaarde − restwaarde, gedeeld door de resterende jaren.
Zodra dat lineaire bedrag groter is dan boekwaarde × percentage, stap je over.
Een voorbeeld met de bedrijfswagen (aanschaf 15.000, restwaarde 2.000, degressief 25%, levensduur 7 jaar):
| Jaar | Boekwaarde begin | Degressief (25%) | Lineair resterende looptijd | Actie | |---|---|---|---|---| | 1 | 15.000 | 3.750 | (15.000−2.000)/7 = 1.857 | degressief | | 2 | 11.250 | 2.813 | (11.250−2.000)/6 = 1.542 | degressief | | 3 | 8.437 | 2.109 | (8.437−2.000)/5 = 1.287 | degressief | | 4 | 6.328 | 1.582 | (6.328−2.000)/4 = 1.082 | degressief | | 5 | 4.746 | 1.187 | (4.746−2.000)/3 = 915 | degressief | | 6 | 3.559 | 890 | (3.559−2.000)/2 = 780 | degressief | | 7 | 2.669 | 667 | (2.669−2.000)/1 = 669 | → overstap! |
In jaar 7 is de lineaire afschrijving (669) plotseling iets hoger dan de degressieve (667). Dit is het moment om over te stappen: je schrijft dat jaar 669 af in plaats van 667 en de boekwaarde bereikt dan precies de restwaarde van 2.000.
Het verschil is hier minimaal, maar bij hogere percentages of langere looptijden kan de overstap al in een vroeger jaar plaatsvinden en een groter verschil maken.
> TIP: De overstap naar lineair doe je zodra lineair meer afschrijft dan degressief. Vanaf dat jaar gebruik je de lineaire formule over de resterende afschrijfbare waarde. In de praktijk wordt dit moment automatisch berekend — voor het examen geldt: begrijp de redenering, herken het principe.
---
De journaalpost — precies hetzelfde als bij lineair
Goed nieuws: de journaalpost bij degressief afschrijven is identiek aan bij lineair. Het maakt boekhoudkundig niet uit welke methode je gebruikt — de post ziet er altijd hetzelfde uit.
Datum: 31 december (einde jaar)
Afschrijvingskosten [bedrag] debet
aan Cumulatieve afschrijving machine [bedrag] credit
(de machine daalt in waarde; dat zijn kosten,
er gaat geen geld de deur uit)Voor de inpakmachine in jaar 1 (degressief, 30% van 20.000 = 6.000):
31 december jaar 1
Afschrijvingskosten 6.000 debet
aan Cumulatieve afschrijving machine 6.000 creditIn jaar 2 is het bedrag anders (4.200), maar de post heeft precies dezelfde opbouw. Je verwisselt alleen het bedrag.
Afschrijvingskosten | debet
Kostenrekening, elk jaar
Bedrag = boekwaarde × percentage
Jaar 1 machine: 6.000
---
Cumulatieve afschrijving | credit
Waardedaling van de machine
Bouwt op over de jaren
Verlaagt de boekwaarde in de balans
---
De bank | blijft ongemoeid
Geen geld op dit moment
Geld ging weg bij aankoop
Geldt voor lineair én degressief> TIP: Debet Afschrijvingskosten, credit Cumulatieve afschrijving — dat is de post, altijd, ongeacht de methode. Alleen het bedrag verschilt. Bij lineair is het elk jaar hetzelfde bedrag; bij degressief is het elk jaar een ander bedrag. De boekingssystematiek is identiek.
---
Alles op een rij
Je hebt nu beide methoden in de vingers. Even samenvatten wat je vandaag hebt geleerd.
DEGRESSIEF AFSCHRIJVEN — OVERZICHT
FORMULE afschrijving = boekwaarde × percentage
eindboekwaarde = beginboekwaarde − afschrijving
KENMERK eerste jaren hoge kosten, later steeds minder
boekwaarde daalt snel in het begin, langzaam later
STOPPEN zodra boekwaarde de restwaarde bereikt
of: overstap op lineair als dat gunstiger is
VERGELIJKING
Lineair vast bedrag elk jaar
Degressief vast percentage, dalend bedrag
JOURNAALPOST Afschrijvingskosten debet
aan Cumulatieve afschrijving credit
(zelfde als lineair, alleen het bedrag verschilt)Karin legt de rekenmachine neer. *"Mooi. Je ziet nu waarom degressief anders is dan lineair — het percentage is vast, maar het bedrag waarover je rekent daalt elk jaar. Dat maakt het in de eerste jaren duurder en later goedkoper. Voor het BKB-examen wil je dit echt kunnen: een degressieve afschrijvingsstaat uitwerken, vergelijken met lineair, en de journaalpost noteren. In de missie ga je dat nu zelf doen in Excel — voor de machine van Van Ginkel Solutions BV, naast de lineaire staat, zodat je de verschillen echt ziet."*
> TIP: De drie controlepunten voor elke degressieve afschrijvingsstaat: (1) is elke afschrijving berekend als beginboekwaarde × percentage (niet aanschafwaarde × percentage)? (2) daalt het afschrijvingsbedrag elk jaar? (3) loopt de boekwaarde richting de restwaarde? Als ja op alle drie: je staat klopt.
---
Missie
STORY: Karin legt twee facturen naast je toetsenbord. *"Van Ginkel Solutions BV heeft een nieuwe inpakmachine gekocht voor het magazijn: aanschafwaarde 20.000 euro, restwaarde 2.000 euro, levensduur 5 jaar. De financieel directeur wil weten: wat is het verschil als we degressief afschrijven (30%) in plaats van lineair? Jouw opdracht: bouw beide afschrijvingsstaten naast elkaar in Excel — met formules — en bepaal in welk jaar het loont om van degressief over te stappen naar lineair. Dit is een echt BKB-vraagstuk, en jij bouwt het nu van scratch."*
Stap 1 — Gegevens bovenin zetten
Open een nieuw Excel-werkblad. We beginnen met de gegevens van de machine, zodat onze formules ernaar kunnen verwijzen.
Typ in **A1** `Aanschafwaarde` en in **B1** `20000`. Typ in **A2** `Restwaarde` en in **B2** `2000`. Typ in **A3** `Levensduur (jaren)` en in **B3** `5`. Typ in **A4** `Degressief percentage` en in **B4** `0,3` (dat is 30%; typ 0,3 zodat Excel het als getal behandelt, niet als tekst).
A B
┌──────────────────────────┬──────────┐
1 │ Aanschafwaarde │ 20000 │
2 │ Restwaarde │ 2000 │
3 │ Levensduur (jaren) │ 5 │
4 │ Degressief percentage │ 0,3 │
└──────────────────────────┴──────────┘Stap 2 — De lineaire afschrijving berekenen
We berekenen de lineaire afschrijving per jaar als referentie. Klik op **A6** en typ `Lineaire afschrijving per jaar`. Klik op **B6** en typ:
=(B1-B2)/B3Dit is de vertrouwde formule: (aanschafwaarde − restwaarde) / levensduur. In **B6** verschijnt **3.600**. Dit is het vaste bedrag dat we straks in de lineaire kolom gebruiken.
Stap 3 — De twee tabellen opzetten
Nu bouwen we twee tabellen naast elkaar. We beginnen met de koppen. Typ het volgende in rij 8:
In **A8** typ `Jaar`. In **B8** typ `Lineair — afschrijving`. In **C8** typ `Lineair — boekwaarde`. Laat kolom D leeg als ruimte. In **E8** typ `Degressief — afschrijving`. In **F8** typ `Degressief — boekwaarde`.
Maak rij 8 vet (selecteer A8:F8, klik op de B-knop voor vet).
A B C D E F
┌──────┬──────────────────┬──────────────────┬────┬────────────────────┬──────────────────┐
8 │ Jaar │ Lineair - afsschr│ Lineair - boekw │ │ Degressief - afschr│ Degressief - boekw│
└──────┴──────────────────┴──────────────────┴────┴────────────────────┴──────────────────┘Stap 4 — Jaar 1 invullen
Nu vullen we het eerste jaar in. Klik op **A9** en typ `1`.
**Lineaire kant:**
- Klik op **B9** en typ `=$B$6` — dit verwijst naar de vaste lineaire afschrijving die we in B6 berekenden. Het dollarteken vergrendelt de celverwijzing zodat hij niet verschuift als je de rij naar beneden kopieert.
- Klik op **C9** en typ `=$B$1-B9` — dit is aanschafwaarde minus de afschrijving van jaar 1 (dat geeft de eindboekwaarde van jaar 1, want we beginnen bij de aanschafwaarde). Wacht — dit klopt voor jaar 1, maar voor de latere jaren willen we de vorige boekwaarde min de nieuwe afschrijving. In stap 5 passen we de formule aan.
Laten we het voor jaar 1 simpel houden. Typ in **C9** de formule:
=$B$1-B9Dit geeft: 20.000 − 3.600 = **16.400**. Dat is de eindboekwaarde na jaar 1 bij lineair.
**Degressieve kant:**
- Klik op **E9** en typ `=$B$1*$B$4` — aanschafwaarde maal het degressieve percentage. Dit geeft: 20.000 × 0,3 = **6.000**.
- Klik op **F9** en typ `=$B$1-E9` — aanschafwaarde minus de afschrijving jaar 1. Dit geeft: 20.000 − 6.000 = **14.000**.
Na stap 4 staan in rij 9 de getallen: 1 | 3.600 | 16.400 | (leeg) | 6.000 | 14.000.
Stap 5 — De overige jaren invullen
Nu vullen we de jaren 2 t/m 5 in. Voor de jaren 2 en verder gelden andere formules, omdat de beginboekwaarde niet meer de aanschafwaarde is maar de boekwaarde van het vorige jaar.
**Rij 10 (jaar 2):** Typ in **A10** het getal `2`.
- **B10** (lineaire afschrijving jaar 2): typ `=$B$6` — hetzelfde vaste bedrag.
- **C10** (lineaire boekwaarde): typ `=C9-B10` — vorige boekwaarde minus deze afschrijving.
- **E10** (degressieve afschrijving jaar 2): typ `=F9*$B$4` — vorige boekwaarde (F9) maal het percentage. Dit geeft: 14.000 × 0,3 = **4.200**.
- **F10** (degressieve boekwaarde): typ `=F9-E10` — vorige boekwaarde minus afschrijving. Dit geeft: 14.000 − 4.200 = **9.800**.
Controleer de uitkomsten in rij 10: 2 | 3.600 | 12.800 | | 4.200 | 9.800.
**Rijen 11, 12 en 13 (jaren 3, 4 en 5):** Gebruik precies dezelfde formulestructuur als rij 10. De degressieve formules zijn telkens: afschrijving = vorige boekwaarde × $B$4, en boekwaarde = vorige boekwaarde − afschrijving. Vul ze in voor rijen 11 (jaar 3), 12 (jaar 4) en 13 (jaar 5).
Als alles goed staat, ziet je tabel er zo uit:
Jaar | Lineair afschr | Lineair boekw | | Degr afschr | Degr boekw
─────┼────────────────┼───────────────┼─┼─────────────┼────────────
1 | 3.600 | 16.400 | | 6.000 | 14.000
2 | 3.600 | 12.800 | | 4.200 | 9.800
3 | 3.600 | 9.200 | | 2.940 | 6.860
4 | 3.600 | 5.600 | | 2.058 | 4.802
5 | 3.600 | 2.000 | | 1.441 | 3.361Let op: de lineaire boekwaarde in jaar 5 is **2.000** — precies de restwaarde. Dat klopt. De degressieve boekwaarde in jaar 5 is **3.361** — ruim boven de restwaarde. Degressief heeft in 5 jaar minder afgeschreven dan lineair.
> TIP: Klopt je lineaire boekwaarde in jaar 5 niet op 2.000? Controleer dan of B6 de juiste formule heeft (=(B1-B2)/B3) en of de lineaire afschrijving in elke rij naar =$B$6 verwijst. Klopt de degressieve kolom niet? Controleer of de afschrijving verwijst naar de vorige boekwaarde (Fn-1) en niet naar de aanschafwaarde.
Stap 6 — Overstapmoment bepalen
Nu de echte boekhoudvraag: in welk jaar zou je willen overstappen van degressief naar lineair?
Voeg een extra kolom toe. Klik op **H8** en typ `Lineair als je nu overstapt`. Klik op **H9** en typ de formule:
=(F9-$B$2)/(($B$3-A9+1))Dit berekent: (degressieve boekwaarde − restwaarde) / (resterende jaren). Dat is de lineaire afschrijving als je nú zou overstappen.
Kopieer die formule naar **H10 t/m H13** (pas de celverwijzingen aan zodat F9 en A9 meeschuiven naar de juiste rij).
Vergelijk nu per jaar kolom **E** (degressieve afschrijving) met kolom **H** (lineair als je overstapt):
Jaar | Degressief (E) | Lineair-overstap (H) | Degressief > Lineair?
─────┼────────────────┼──────────────────────┼───────────────────────
1 | 6.000 | 3.600 | ja → blijf degressief
2 | 4.200 | 3.200 | ja → blijf degressief
3 | 2.940 | 2.430 | ja → blijf degressief
4 | 2.058 | 1.401 | ja → blijf degressief
5 | 1.441 | — | — (laatste jaar)In dit voorbeeld blijft degressief in elk jaar iets hoger dan de overstap-lineaire afschrijving. De overstap zou pas na jaar 5 relevant worden — maar dan is de levensduur al voorbij. Dat betekent dat voor deze combinatie (30%, 5 jaar, restwaarde 10%) degressief gedurende de hele looptijd hogere afschrijvingen geeft dan de lineaire overstap.
Karin knikt. *"Precies goed. Soms loont de overstap pas laat — of helemaal niet binnen de geplande levensduur. Jij hebt dat nu met formules kunnen aantonen. Dat is échte financiële analyse, en precies wat een BKB-examinator verwacht."*
> TIP: Sla het bestand op als `Afschrijvingsstaten machine Van Ginkel Solutions BV`. Heb je tijd? Voeg een minigrafieksje toe van de twee boekwaardereeksen (kolom C en F) — het visueel zien van het verschil maakt de analyse compleet.