"De functie ALS"
"Module 12 · Slimme formules"
"Excel een beslissing laten nemen: als dit, dan dat"
Concepts
Welkom in Module 12 — Excel gaat meedenken
Welkom bij Module 12. Tot hier deed Excel precies één ding: rekenen. Je typte `=SOM(B2:B10)` en Excel telde op. Je typte `=GEMIDDELDE(...)` en Excel pakte het gemiddelde. Trouw, snel, maar dom — Excel deed gewoon de som, of het bedrag nou een keurig saldo of een ramp was. Het *keek* nergens naar.
Daar komt nu verandering in. Karin schuift haar stoel bij. *"Je hebt inmiddels 37 lessen achter de rug. Je kent de hele Excel-basis en de hele boekhouding — balans, journaalposten, BTW, de kolommenbalans, het hele verhaal. Vanaf nu gaan we Excel slímmer maken. En de allereerste slimme formule die elke boekhouder dagelijks gebruikt, is de functie ALS. Daarmee laat je Excel een beslissing nemen."*
Wat bedoelt ze daarmee? Stel je een debiteurenlijst voor: klanten die nog moeten betalen. Bij elke klant staat hoeveel er openstaat. Jij wilt in een kolom ernaast automatisch zien of een factuur betaald is of niet. Vroeger zou je dat met je ogen langslopen en met de hand "betaald" of "openstaand" typen — honderd regels, honderd keer kijken. Met ALS doet Excel dat zelf: *als het openstaande bedrag 0 is, schrijf 'betaald', anders 'openstaand'*. Dat is een beslissing. Dat is ALS.
> TIP: ALS verandert Excel van een rekenmachine in een meedenker. In plaats van alleen optellen, kijkt Excel naar een waarde en kiest dan zelf welke uitkomst hij geeft. Precies wat jij anders met de hand zou nakijken.
---
Wat doet ALS precies?
De functie ALS heeft altijd dezelfde vorm. Hij bestaat uit drie stukken, gescheiden door puntkomma's:
=ALS(voorwaarde ; waarde-als-waar ; waarde-als-onwaar)Lees het hardop als een zin: *"ALS deze voorwaarde klopt, geef dan dít, ANDERS geef dat."* Drie stukken, in deze volgorde:
- **De voorwaarde** (ook wel de *logische test*): een vraag waar Excel alleen "ja" of "nee" op kan zeggen. Bijvoorbeeld: `A2 > 0` — is het bedrag in A2 groter dan nul?
- **De waarde-als-waar**: wat Excel in de cel zet als het antwoord op de vraag "ja" is.
- **De waarde-als-onwaar**: wat Excel in de cel zet als het antwoord "nee" is.
Een eerste, kleine: stel in **A2** staat een saldo. Je wilt 'tekort' zien als het onder nul staat, en 'oké' als het dat niet doet.
=ALS(A2 < 0 ; "tekort" ; "oké")Staat in A2 een **−50**, dan klopt de voorwaarde `A2 < 0` (−50 is inderdaad kleiner dan nul), dus Excel kiest het middelste stuk en zet **tekort** in de cel. Staat in A2 een **120**, dan klopt de voorwaarde niet, en Excel kiest het laatste stuk: **oké**. Eén formule, twee mogelijke uitkomsten — Excel beslist zelf welke.
> TIP: Onthoud de volgorde met de zin "als dit, dan dat, anders zo". De voorwaarde komt eerst, daarna wat er bij waar gebeurt, en helemaal achteraan wat er bij onwaar gebeurt. Mis je een van de drie, dan klaagt Excel.
---
De logische test — de vergelijkingstekens
Het hart van ALS is de voorwaarde: de vraag waar Excel met ja of nee op antwoordt. Zo'n vraag maak je met een **vergelijkingsteken**. Je kent er al een paar van het rekenen; hier is de volledige set die je in ALS gebruikt:
| Teken | Betekenis | Voorbeeld | Klopt als... | |---|---|---|---| | `>` | groter dan | `A2 > 0` | A2 boven nul staat | | `<` | kleiner dan | `A2 < 0` | A2 onder nul staat | | `>=` | groter dan of gelijk aan | `A2 >= 1000` | A2 minstens 1000 is | | `<=` | kleiner dan of gelijk aan | `A2 <= 50` | A2 hoogstens 50 is | | `=` | gelijk aan | `A2 = 0` | A2 precies nul is | | `<>` | niet gelijk aan | `A2 <> 0` | A2 alles behalve nul is |
Die laatste twee zijn nieuw, dus even rustig. `=` vraagt of iets *precies gelijk* is — handig om te checken of een bedrag exact nul is (dus: betaald). En `<>` is het tegenovergestelde: "niet gelijk aan". `A2 <> 0` klopt zodra A2 *iets anders* dan nul is. De twee tekens samen, kleiner-dan en groter-dan, lees je als "verschilt van".
Een logische test kan ook tekst vergelijken. `B2 = "contant"` klopt als er in B2 het woord *contant* staat. Let op: tekst zet je altijd tussen aanhalingstekens, getallen niet. Daar komen we zo op terug, want dat is de fout die iedereen één keer maakt.
Op getallen | rekenkundig
A2 > 0 → staat er geld?
A2 = 0 → precies nul?
A2 >= 1000 → grote post?
---
Niet gelijk | <> het rare teken
A2 <> 0 → alles behalve nul
B2 <> "contant" → niet contant
Lees als "verschilt van"
---
Op tekst | tussen ""
B2 = "betaald"
B2 = "Amsterdam"
Tekst altijd tussen aanhalingstekens> TIP: Een logische test geeft altijd maar twee mogelijke antwoorden: WAAR of ONWAAR. Excel kent geen "misschien". Dat is precies waarom ALS werkt: er zijn maar twee uitkomsten, dus Excel hoeft alleen tussen die twee te kiezen.
---
Tekst tussen aanhalingstekens, getallen zonder
Dit is klein maar belangrijk, dus we zetten het apart. In een ALS-formule kan de uitkomst (het waar-stuk of het onwaar-stuk) twee dingen zijn: **tekst** of een **getal**. En de regel is simpel maar streng:
- Wil je dat Excel een **woord** in de cel zet, dan zet je dat woord tussen **aanhalingstekens**: `"betaald"`, `"tekort"`, `"openstaand"`.
- Wil je dat Excel een **getal** of een **berekening** geeft, dan typ je dat **zonder** aanhalingstekens: `0`, `100`, of zelfs een formule als `A2*0,1`.
Kijk naar het verschil:
=ALS(A2 = 0 ; "betaald" ; "openstaand") → zet een woord in de cel
=ALS(A2 > 1000 ; A2*0,1 ; 0) → zet een getal (of berekening) in de celIn de eerste formule wil je woorden zien, dus alles met aanhalingstekens. In de tweede wil je een korting uitrekenen: als het bedrag boven 1000 is, geef 10% van A2 (`A2*0,1`), anders geef gewoon `0`. Geen aanhalingstekens, want het zijn getallen waar Excel mee mag rekenen.
> TIP: Zet je per ongeluk `"0"` met aanhalingstekens, dan ziet Excel dat als de *tekst* nul, niet als het getal nul — en dan kun je er niet meer mee verder rekenen. Vuistregel: woord → aanhalingstekens, getal of berekening → géén aanhalingstekens.
---
Voorbeeld 1 — betaald of openstaand op een debiteurenlijst
Nu het echte werk: ALS in de boekhouding. Het klassieke voorbeeld is de debiteurenlijst. In kolom A staan klantnamen, in kolom B het bedrag dat nog openstaat. Bij een betaalde factuur staat daar **0**. Jij wilt in kolom C automatisch 'betaald' of 'openstaand' zien.
De vraag is: *staat er in B precies nul?* Zo ja → betaald. Zo nee → openstaand.
A B C
┌──────────────┬───────────┬──────────────┐
1 │ Klant │ Openstaand│ Status │
2 │ De Boer BV │ 0 │ betaald │ ← =ALS(B2=0;"betaald";"openstaand")
3 │ Jansen │ 340 │ openstaand │ ← =ALS(B3=0;"betaald";"openstaand")
4 │ Pietersen │ 0 │ betaald │
5 │ Nexus klant │ 125 │ openstaand │
└──────────────┴───────────┴──────────────┘De formule in **C2** is:
=ALS(B2 = 0 ; "betaald" ; "openstaand")Bij De Boer BV is B2 gelijk aan 0, de voorwaarde klopt, dus Excel zet **betaald**. Bij Jansen is B3 gelijk aan 340 — niet nul — de voorwaarde klopt niet, dus Excel zet **openstaand**. En het mooie: je typt deze formule één keer in C2 en sleept hem naar beneden. Excel past `B2` vanzelf aan naar `B3`, `B4`, enzovoort — dat ken je nog van het kopiëren van formules. Honderd klanten, één formule.
> TIP: Bij een debiteurenlijst is "betaald" gewoon "openstaand bedrag = 0". Daarom werkt `B2 = 0` zo goed. Wil je het juist omdraaien en alle openstaande markeren, gebruik dan `B2 <> 0` ("verschilt van nul") als voorwaarde.
---
Voorbeeld 2 — budget overschreden, ja of nee
Tweede situatie. Van Ginkel Solutions BV heeft per kostenpost een budget afgesproken. In kolom B staat het budget, in kolom C wat er werkelijk is uitgegeven. De vraag: is het budget overschreden? Dat is zo zodra de werkelijke uitgave *groter* is dan het budget.
A B C D
┌──────────────────┬─────────┬──────────┬───────────────┐
1 │ Kostenpost │ Budget │ Werkelijk│ Check │
2 │ Kantoorartikelen │ 500 │ 612 │ OVERSCHREDEN │
3 │ Reiskosten │ 800 │ 740 │ binnen budget │
4 │ Marketing │ 1.200 │ 1.200 │ binnen budget │
└──────────────────┴─────────┴──────────┴───────────────┘De formule in **D2**:
=ALS(C2 > B2 ; "OVERSCHREDEN" ; "binnen budget")Let op de voorwaarde: hier vergelijk je twee cellen met elkaar, `C2 > B2` — is het werkelijke bedrag groter dan het budget? Bij Kantoorartikelen is 612 groter dan 500, dus **OVERSCHREDEN**. Bij Reiskosten is 740 níét groter dan 800, dus **binnen budget**. En kijk naar Marketing: 1.200 is precies gelijk aan 1.200, dus *niet groter* — netjes binnen budget. Had je `>=` gebruikt in plaats van `>`, dan was Marketing wél als overschreden gemarkeerd. Het verschil tussen `>` en `>=` doet er dus echt toe; kies hem bewust.
> TIP: Een voorwaarde mag twee cellen vergelijken, niet alleen een cel met een vast getal. `C2 > B2` vergelijkt werkelijk met budget. Dat maakt ALS krachtig: je toetst de ene kolom aan de andere.
---
Voorbeeld 3 — korting wel of niet (een getal als uitkomst)
Tot nu toe gaf ALS steeds een woord. Maar de uitkomst mag ook een **getal of berekening** zijn — dat zagen we al even, nu volledig uitgewerkt. Van Ginkel Solutions BV geeft klanten 5% korting, maar alleen op orders **boven de 1.000 euro**. In kolom B staat het orderbedrag; in kolom C wil je de korting in euro's.
De gedachte: *als het orderbedrag boven 1.000 is, geef 5% van het bedrag, anders geef 0.*
A B C
┌──────────┬───────────┬──────────────┐
1 │ Order │ Bedrag │ Korting │
2 │ Order 1 │ 1.500 │ 75 │ ← 5% van 1.500
3 │ Order 2 │ 800 │ 0 │ ← onder grens, geen korting
4 │ Order 3 │ 2.000 │ 100 │ ← 5% van 2.000
└──────────┴───────────┴──────────────┘De formule in **C2**:
=ALS(B2 > 1000 ; B2 * 0,05 ; 0)Geen aanhalingstekens hier, want de uitkomsten zijn getallen. Bij Order 1 is 1.500 groter dan 1.000, dus Excel rekent `1500 * 0,05 = 75`. Bij Order 2 is 800 niet groter dan 1.000, dus Excel geeft gewoon `0`. Let op: in Nederlandse Excel schrijf je 5% als `0,05` — met een **komma** als decimaalteken. (Verwarrend genoeg gebruikt Excel de komma voor decimalen, maar de **puntkomma** om de argumenten van de functie te scheiden. Daar komen we straks op terug.)
> TIP: De waar- en onwaar-uitkomst hoeven geen tekst te zijn — een berekening mag ook. `=ALS(B2 > 1000 ; B2*0,05 ; 0)` laat Excel zelf de korting uitrekenen óf 0 teruggeven. Zo doet één ALS-formule de beslissing én de berekening tegelijk.
---
Voorbeeld 4 — een winst/verlies-label op een resultaat
Nog één, en dan ben je echt vertrouwd met de basis. Je kent de winst-en-verliesrekening uit Module 11. Stel dat in **A2** het resultaat van een periode staat: positief is winst, negatief is verlies. Je wilt er een label bij.
=ALS(A2 >= 0 ; "winst" ; "verlies")Staat in A2 een **15.000**, dan klopt `A2 >= 0`, dus **winst**. Staat er **−4.000**, dan klopt het niet, dus **verlies**. Merk op dat we hier `>=` gebruiken: een resultaat van precies 0 (geen winst, geen verlies) krijgt zo het label "winst" — strikt genomen is nul geen winst, maar voor een snel label is dat prima. Wil je het scherper, dan zou je drie uitkomsten willen: winst, verlies, óf precies break-even. En voor *drie* uitkomsten heeft één ALS niet genoeg ruimte. Dat is precies het bruggetje naar het volgende stuk.
> TIP: Eén ALS kan kiezen tussen precies twee uitkomsten — niet meer. Heb je drie of meer mogelijkheden nodig (klein/middel/groot, of winst/verlies/break-even), dan moet je ALS-functies in elkaar gaan nesten. Dat is de volgende stap.
---
Geneste ALS — meer dan twee uitkomsten
Tot nu toe koos ALS steeds tussen twee dingen. Maar het leven heeft vaak meer dan twee gevallen. Denk aan een **aanmaningsniveau**: hoe lang staat een factuur al te laat?
- 0 dagen te laat → nog niets doen
- 1 t/m 14 dagen te laat → **herinnering**
- 15 t/m 30 dagen te laat → **aanmaning**
- meer dan 30 dagen → **incasso**
Vier uitkomsten. Eén ALS kan er maar twee. De truc: je zet **een tweede ALS op de plek van het onwaar-stuk** van de eerste. Dat heet **nesten** — een ALS binnen een ALS. Excel werkt ze van links naar rechts af: klopt de eerste voorwaarde niet, dan duikt hij de volgende ALS in, en zo verder.
Laten we het stap voor stap opbouwen. In **A2** staat het aantal dagen te laat. We willen het label in B2.
De eerste vraag: is het 0 dagen? Zo ja → leeg (we tonen niets). Zo nee → we moeten verder kijken. Op die "verder kijken"-plek zetten we de volgende ALS:
=ALS(A2 = 0 ; "" ;
ALS(A2 <= 14 ; "herinnering" ;
ALS(A2 <= 30 ; "aanmaning" ; "incasso")))(In Excel typ je dit op één regel; hierboven staat het ingesprongen zodat je de drie geneste ALS'en goed ziet zitten.) Lees hem als een trapje naar beneden:
- **Is A2 = 0?** Zo ja → `""` (twee aanhalingstekens zonder iets ertussen betekent: een lege cel). Zo nee → ga naar de volgende ALS.
- **Is A2 ≤ 14?** Op dit punt weten we al dat A2 *niet* nul is, dus als het ≤ 14 is, zit het tussen 1 en 14 → **herinnering**. Zo nee → volgende ALS.
- **Is A2 ≤ 30?** We weten al dat het boven 14 is, dus tussen 15 en 30 → **aanmaning**. Zo nee → het laatste onwaar-stuk pakt alles wat overblijft: meer dan 30 → **incasso**.
A2 = dagen te laat → resultaat
─────────────────────────────────────────
0 → "" (leeg)
1 t/m 14 → "herinnering"
15 t/m 30 → "aanmaning"
31 of meer → "incasso"Het geheim zit in de volgorde en het feit dat elke volgende ALS alleen wordt bereikt als alle voorgaande voorwaarden *niet* klopten. Daarom hoef je bij stap 2 niet te schrijven "tussen 1 en 14": Excel weet daar al dat A2 niet nul is, dus `A2 <= 14` is genoeg. Je bouwt de trap van de scherpste grens naar de ruimste.
De truc | nesten
Tweede ALS in het onwaar-stuk
Excel zakt het trapje af
Stopt bij de eerste die klopt
---
Volgorde telt | van scherp naar ruim
Eerst = 0, dan <= 14, dan <= 30
Elke ALS weet: vorige klopten niet
Laatste onwaar = "de rest"
---
Tel je haakjes | even veel
Elke ALS opent één haakje
Aan het eind alle haakjes dicht
3 ALS'en → 3 sluithaakjes )))> TIP: Bij geneste ALS opent elke ALS een haakje dat je aan het einde weer moet sluiten. Drie geneste ALS'en eindigen dus op drie sluithaakjes `)))`. Vergeet je er één, dan klaagt Excel over een ontbrekend haakje. Tel ze na.
> TIP: Bouw een geneste ALS altijd in de logische volgorde van de grenzen: eerst de scherpste voorwaarde, dan steeds ruimer. Zo hoeft elke volgende ALS alleen nog de bovengrens te checken, want de ondergrens is al door de vorige ALS afgevangen.
---
ALS combineren met EN() en OF()
Soms hangt een beslissing niet van één vraag af, maar van **twee tegelijk**. Daarvoor heb je twee kleine hulpfuncties: **EN()** en **OF()**.
- `EN(...)` klopt alleen als **alle** voorwaarden erin kloppen. ("dit én dat moeten allebei waar zijn")
- `OF(...)` klopt al als **minstens één** voorwaarde erin klopt. ("dit óf dat is genoeg")
Je zet zo'n EN of OF gewoon op de plek van de voorwaarde in een ALS. Een voorbeeld voor Van Ginkel Solutions BV: een klant krijgt VIP-korting, maar alleen als het orderbedrag boven 1.000 ís **én** de klant een vaste klant is (kolom C bevat "ja").
=ALS(EN(B2 > 1000 ; C2 = "ja") ; "VIP-korting" ; "standaard")Hier moet allebei kloppen: het bedrag *en* de vaste-klant-status. Is een van de twee niet waar, dan valt Excel terug op "standaard". Bij OF is het andersom — een spoedbehandeling als de factuur óf boven 5.000 euro is, óf al meer dan 30 dagen te laat (één van de twee is al genoeg):
=ALS(OF(B2 > 5000 ; D2 > 30) ; "met spoed" ; "normaal")> TIP: EN() = strenge poortwachter, alles moet kloppen. OF() = soepele poortwachter, één treffer is genoeg. Je herkent welke je nodig hebt aan het woordje in de eis: "én" → EN(), "óf" → OF(). De voorwaarden binnen EN/OF scheid je weer met puntkomma's.
---
De twee klassieke foutjes
Twee fouten maakt bijna iedereen in het begin. Als je ze nu kent, herken je ze straks meteen aan de melding die Excel geeft.
**Foutje 1 — puntkomma vergeten (of een komma gebruikt).** Nederlandse Excel scheidt de argumenten van een functie met een **puntkomma** `;`, niet met een komma. De komma is in NL-Excel namelijk al bezet als decimaalteken (`0,05`). Typ je `=ALS(B2=0, "betaald", "openstaand")` met komma's, dan begrijpt Excel de formule niet en geeft een foutmelding. Het moet zijn:
=ALS(B2 = 0 ; "betaald" ; "openstaand")**Foutje 2 — aanhalingstekens vergeten bij tekst.** Wil je een woord als uitkomst, dan *moet* het tussen aanhalingstekens. Schrijf je `=ALS(B2=0; betaald; openstaand)` zonder aanhalingstekens, dan denkt Excel dat `betaald` een celnaam of functie is, vindt die niet, en geeft een `#NAAM?`-fout. Aanhalingstekens eromheen lost het op.
Puntkomma vs komma | NL-Excel
Argumenten scheiden met ;
Komma is het decimaalteken
=ALS(...;...;...) niet ...,...,...
---
Aanhalingstekens | bij tekst
Woord → "tussen aanhalingstekens"
Vergeten → #NAAM?-fout
Getal → juist géén aanhalingstekens
---
Haakjes tellen | bij nesten
Elke ALS opent een haakje
Sluit ze allemaal aan het eind
Te weinig ) → foutmelding> TIP: Krijg je `#NAAM?` te zien, kijk dan eerst of je ergens tekst zonder aanhalingstekens hebt staan. Werkt de formule helemaal niet, tel dan je puntkomma's en je haakjes. Negen van de tien ALS-fouten zijn een van deze drie.
---
De les op een rij
Je hebt vandaag Excel leren beslissen. Even alles op een rij, want het is een rijke les.
MODULE 12a — DE FUNCTIE ALS OP EEN RIJ
BASIS =ALS(voorwaarde ; waar ; onwaar)
"als dit, dan dat, anders zo"
TEST met > < >= <= = <>
geeft altijd WAAR of ONWAAR
UITKOMST tekst → "tussen aanhalingstekens"
getal/berekening → zonder
MEER DAN 2 ALS in ALS = nesten
trapje van scherp naar ruim, haakjes tellen
2 EISEN ALS(EN(...)) alles moet kloppen
ALS(OF(...)) één is genoeg
VALKUIL ; scheidt argumenten (niet ,)
tekst altijd tussen ""Karin leunt achterover. *"Goed. Je hebt zojuist Excel van een rekenmachine in een meedenker veranderd. Vanaf nu hoef je geen kolommen meer met de hand na te lopen — je laat Excel zelf beslissen of een factuur betaald is, of een budget overschreden, of een klant korting krijgt. In de missie ga je het meteen toepassen: je bouwt voor Van Ginkel Solutions BV een echte debiteurenlijst die zichzelf bijhoudt. Ik geef je de gegevens en het doel, jij bouwt de formules. Je kunt dit. Aan de slag."*
> TIP: De kernzin van deze les: `=ALS(voorwaarde ; waar ; onwaar)` laat Excel kiezen tussen twee uitkomsten. Heb je er meer nodig, nest je ALS'en; hangt het van twee eisen af, gebruik je EN() of OF(). En altijd: puntkomma's scheiden, tekst tussen aanhalingstekens.
---
Missie
STORY: Karin legt een uitdraai van het debiteurenoverzicht van Van Ginkel Solutions BV naast je toetsenbord. *"Het is de laatste week van de maand en de openstaande facturen moeten nagelopen worden. Tot nu toe deed iemand dat met de hand: regel voor regel kijken, status erbij typen, bepalen wie een aanmaning krijgt. Vanaf vandaag laat jij dat door Excel doen. Je bouwt een debiteurenlijst die zichzelf bijhoudt: een ALS-formule voor de status, een geneste ALS voor het aanmaningsniveau, en een budgetcheck met ALS(EN()). Ik geef je de gegevens en het doel; de formules bouw je zelf. Je kunt dit — we beginnen linksboven."*
Stap 1 — Zet de debiteurenlijst neer
Start Excel met een **Leeg werkblad**. We bouwen een lijst met vier klanten. Klik op **A1** en typ de koppen, en vul daarna de gegevens in vanaf rij 2. In kolom B staat het openstaande bedrag (0 = betaald), in kolom C het aantal dagen te laat.
A B C
┌──────────────┬───────────┬──────────────┐
1 │ Klant │ Openstaand│ Dagen te laat│
2 │ De Boer BV │ 0 │ 0 │
3 │ Jansen │ 340 │ 8 │
4 │ Pietersen │ 920 │ 22 │
5 │ Smit Holding │ 1.450 │ 41 │
└──────────────┴───────────┴──────────────┘Maak rij 1 vet. We laten kolom B het bedrag in euro's zijn en kolom C een gewoon getal.
Stap 2 — Status 'betaald' of 'openstaand' (zelf bouwen)
In kolom **D** wil je automatisch de status zien. De regel: is het openstaande bedrag in kolom B precies 0, dan 'betaald', anders 'openstaand'. Typ de koptekst **D1** `Status`.
Bedenk zelf de ALS-formule voor **D2**: een voorwaarde die test of B2 gelijk is aan nul, met "betaald" als waar-stuk en "openstaand" als onwaar-stuk. Denk aan de puntkomma's en de aanhalingstekens. Sleep hem daarna door tot D5.
Als het goed is krijg je dit resultaat:
A B D
2 │ De Boer BV │ 0 │ betaald │ (B2 = 0 → waar)
3 │ Jansen │ 340 │ openstaand │
4 │ Pietersen │ 920 │ openstaand │
5 │ Smit Holding │ 1.450 │ openstaand │Klopt je kolom D met deze vier uitkomsten? Dan zit je formule goed. (De formule die je zocht is `=ALS(B2 = 0 ; "betaald" ; "openstaand")`.)
Stap 3 — Aanmaningsniveau met geneste ALS (zelf bouwen)
Nu het pittigere werk: in kolom **E** komt het aanmaningsniveau, gebaseerd op de dagen te laat in kolom C. Vier gevallen:
0 dagen → "" (leeg, niets doen)
1 t/m 14 dagen → "herinnering"
15 t/m 30 dagen → "aanmaning"
31 of meer → "incasso"Typ de kop **E1** `Aanmaning`. Bouw nu in **E2** een geneste ALS — drie ALS'en in elkaar — die het trapje van scherp naar ruim afloopt: eerst testen op `C2 = 0`, dan op `C2 <= 14`, dan op `C2 <= 30`, en het laatste onwaar-stuk vangt de rest af met "incasso". Vergeet de drie sluithaakjes aan het eind niet. Sleep door tot E5.
Verwachte uitkomsten:
A C E
2 │ De Boer BV │ 0 │ │ (leeg)
3 │ Jansen │ 8 │ herinnering │ (1 t/m 14)
4 │ Pietersen │ 22 │ aanmaning │ (15 t/m 30)
5 │ Smit Holding │ 41 │ incasso │ (meer dan 30)Komen jouw vier uitkomsten hiermee overeen, dan staat je geneste ALS perfect. (Voor de zekerheid, dit is de formule die je opbouwde: `=ALS(C2 = 0 ; "" ; ALS(C2 <= 14 ; "herinnering" ; ALS(C2 <= 30 ; "aanmaning" ; "incasso")))` — let op de `)))` aan het slot.)
Stap 4 — Budgetcheck met ALS(EN()) (zelf bouwen)
Karin legt nog een tweede tabelletje neer: de incassokosten-regel. *"Een klant komt pas in aanmerking voor extra incassokosten als hij aan twee voorwaarden tegelijk voldoet: het openstaande bedrag is boven de 1.000 euro ÉN hij staat meer dan 30 dagen te laat. Allebei, niet één van de twee."*
Typ de kop **F1** `Incassokosten`. Bouw in **F2** een ALS met **EN()** op de voorwaarde-plek: de eerste eis is dat B2 groter is dan 1000, de tweede dat C2 groter is dan 30. Bij waar geef je "ja", bij onwaar "nee". Sleep door tot F5.
Verwachte uitkomsten:
A B C F
2 │ De Boer BV │ 0 │ 0 │ nee │ (allebei niet waar)
3 │ Jansen │ 340 │ 8 │ nee │ (bedrag te laag)
4 │ Pietersen │ 920 │ 22 │ nee │ (bedrag én dagen onvoldoende)
5 │ Smit Holding │ 1450 │ 41 │ ja │ (1450 > 1000 ÉN 41 > 30)Alleen Smit Holding voldoet aan beide eisen, dus alleen daar staat "ja". (De formule: `=ALS(EN(B2 > 1000 ; C2 > 30) ; "ja" ; "nee")`.)
Stap 5 — Controleer en lever op
Loop je hele lijst nu na. Je werkblad zou er zo uit moeten zien:
A B C D E F
1 │ Klant │ Open │ Dagen│ Status │ Aanmaning │ Incassokosten│
2 │ De Boer BV │ 0 │ 0 │ betaald │ │ nee │
3 │ Jansen │ 340 │ 8 │ openstaand │ herinnering │ nee │
4 │ Pietersen │ 920 │ 22 │ openstaand │ aanmaning │ nee │
5 │ Smit Holding │ 1450 │ 41 │ openstaand │ incasso │ ja │Controleer de drie soorten formules: een gewone ALS (kolom D), een geneste ALS (kolom E) en een ALS(EN()) (kolom F). Krijg je ergens een `#NAAM?`-fout, kijk dan of je tekst tussen aanhalingstekens staat; werkt een formule helemaal niet, tel dan je puntkomma's en je haakjes na. Maak de lijst netjes af met getalopmaak op de bedragen en sla op als `Debiteurenlijst Van Ginkel Solutions BV`.
**Karin kijkt over je schouder mee en knikt.** *"Kijk eens aan. Je hebt een debiteurenlijst gebouwd die zichzelf bijhoudt: de status leest zo af, de aanmaningen rollen er via je geneste ALS vanzelf uit, en je budgetcheck met ALS(EN()) pikt feilloos de enige klant eruit die echt incassokosten verdient — Smit Holding, boven de 1.000 én ruim over de 30 dagen. Drie soorten ALS in één lijst, allemaal zelf gebouwd. Dit is precies het werk dat vroeger met de hand ging en dat jij nu door Excel laat doen. Onthoud de kernzin: als dit, dan dat, anders zo. In de volgende les bouwen we hierop voort met opzoekfuncties. Sterk werk."*