Liquiditeitsbegroting
Module 3 — Liquiditeit
Kasgeldstroom vs. winst — het verschil begrijpen
Concepts
Wat is liquiditeit?
**Liquiditeit** = het vermogen van een onderneming om op tijd aan betalingsverplichtingen te voldoen. Een winstgevende onderneming kan toch in liquiditeitsproblemen komen als de kasontvangsten achterblijven bij de kasuitgaven.
Twee soorten begrotingen
Liquiditeitsbegroting | Overzicht van verwachte ONTVANGSTEN en UITGAVEN in een periode → saldo = kasoverschot of kastekort
Resultatenbegroting (exploitatiebegroting) | Overzicht van verwachte OPBRENGSTEN en KOSTEN in een periode → saldo = verwachte winst of verlies> EXAMTIP: Liquiditeitsbegroting = kasgeldstroom (wanneer geld binnenkomt/weggaat). Resultatenbegroting = winstbegroting (wanneer waarde ontstaat/verdwijnt). Afschrijving is WEL een kost, maar GEEN uitgave.
Waarom zijn ze verschillend?
Vier belangrijke verschillen:
1. Tijdstip
Opbrengst = moment van levering/facturering
Ontvangst = moment van betaling door de klant
(Een factuur van december → opbrengst in december, ontvangst pas in januari)
2. Afschrijvingen
Zijn een kost (in resultatenbegroting)
Zijn GEEN uitgave (niet in liquiditeitsbegroting)
3. Investeringen
Zijn een uitgave (in liquiditeitsbegroting)
Zijn GEEN kost (wel afschrijvingen in resultatenbegroting)
4. Leningen
Opname = ontvangst (liquiditeitsbegroting)
Aflossing = uitgave (liquiditeitsbegroting)
Rente = kost én uitgave (in beide)Opbouw liquiditeitsbegroting
Liquiditeitsbegroting [periode]
Beginsaldo kas/bank € X.XXX
ONTVANGSTEN:
Debiteurenontvangsten € XX.XXX
Ontvangsten eigenaar (privé) € X.XXX
Ontvangst lening € X.XXX
Overige ontvangsten € X.XXX
Totaal ontvangsten € XX.XXX
UITGAVEN:
Betalingen aan crediteuren € XX.XXX
Salariskosten € X.XXX
Huur € X.XXX
Aflossing lening € X.XXX
Rente € X.XXX
Belastingen € X.XXX
Overige uitgaven € X.XXX
Totaal uitgaven € XX.XXX
Mutatie kas = Ontvangsten - Uitgaven
Eindsaldo kas/bank € X.XXXOpbouw resultatenbegroting
Resultatenbegroting [periode]
Omzet (netto) € XX.XXX
- Inkoopwaarde omzet € XX.XXX
= Brutomarge € XX.XXX
- Personeelskosten € X.XXX
- Huisvestingskosten € X.XXX
- Afschrijvingen € X.XXX
- Overige bedrijfskosten € X.XXX
= Bedrijfsresultaat € X.XXX
- Rentekosten € XXX
= Resultaat vóór belasting € X.XXX
- Vennootschapsbelasting € XXX
= Nettoresultaat (winst/verlies) € X.XXX> EXAMTIP: Afschrijving staat WEL in de resultatenbegroting (kost), maar NIET in de liquiditeitsbegroting (geen kasuitgave). De investering zelf staat WEL in de liquiditeitsbegroting (kasuitgave), maar NIET in de resultatenbegroting.
---
Missie
STORY: Van Ginkel Solutions BV maakt een liquiditeitsbegroting voor Q1 (januari t/m maart). Karin heeft de verwachte cijfers verzameld en vraagt je de begroting op te stellen.
Stap 1 — Gegeven gegevens Q1
Beginsaldo 1 januari: €12.500
Verwachte ontvangsten:
- Debiteurenontvangsten: €180.000 (jan: €55.000, feb: €60.000, mrt: €65.000)
- Ontvangst nieuwe lening: €40.000 (in januari)
Verwachte uitgaven:
- Betalingen crediteuren: €130.000 (jan: €42.000, feb: €44.000, mrt: €44.000)
- Salarissen: €36.000 (€12.000 per maand)
- Huur kantoor: €6.000 (€2.000 per maand)
- Rente lening: €1.500 (kwartaalsbetaling in maart)
- Aflossing lening: €10.000 (in maart)
- Aanschaf laptop (investering): €3.500 (in februari)Stap 2 — Liquiditeitsbegroting per maand
Januari Februari Maart Totaal Q1
Beginsaldo €12.500 €31.500 €31.500 €12.500
ONTVANGSTEN:
Debiteuren €55.000 €60.000 €65.000 €180.000
Ontvangst lening €40.000 - - €40.000
Totaal ontvangsten €95.000 €60.000 €65.000 €220.000
UITGAVEN:
Crediteuren €42.000 €44.000 €44.000 €130.000
Salarissen €12.000 €12.000 €12.000 €36.000
Huur €2.000 €2.000 €2.000 €6.000
Rente - - €1.500 €1.500
Aflossing lening - - €10.000 €10.000
Aanschaf laptop - €3.500 - €3.500
Totaal uitgaven €56.000 €61.500 €69.500 €187.000
Mutatie kas +€39.000 -€1.500 -€4.500 +€33.000
Eindsaldo €51.500 €50.000 €45.500 €45.500Stap 3 — Analyse
Karin stelt de vraag: "Waarom staat de aanschaf van de laptop (€3.500) wel in de liquiditeitsbegroting maar niet als €3.500 in de resultatenbegroting?"
Antwoord: De aankoopbetaling is een kasuitstroom → staat in de liquiditeitsbegroting als uitgave. In de resultatenbegroting verschijnt niet de aankoopprijs maar de jaarlijkse afschrijving (bijv. €3.500 / 3 jaar = €1.167 per jaar). De investering is een activum; de waardevermindering ervan (afschrijving) is de kost.