Voorraad en Vermogenskengetallen

Module 6 — Activiteitskengetallen

Omzetsnelheid, opslagduur en omloopsnelheid berekenen

Concepts

Omzetsnelheid en opslagduur voorraad

**Omzetsnelheid voorraad** geeft aan hoe vaak per jaar de gemiddelde voorraad wordt omgezet in verkopen.

**Opslagduur voorraad** geeft aan hoeveel dagen een product gemiddeld in het magazijn ligt voordat het verkocht wordt.

Formule omzetsnelheid voorraad:
Omzetsnelheid = Inkoopwaarde verkopen / Gemiddelde voorraad

Waarbij:
Inkoopwaarde verkopen = kostprijs van de verkochte goederen (niet de verkoopprijs)
Gemiddelde voorraad   = (beginvoorraad + eindvoorraad) / 2
                      of: het gegeven voorraadbedrag op de balans

Voorbeeld Van Ginkel:
Inkoopwaarde verkopen = €1.700.000
Gemiddelde voorraad   = €55.000

Omzetsnelheid = €1.700.000 / €55.000 = 30,9 keer per jaar
Formule opslagduur voorraad:
Opslagduur = 365 / Omzetsnelheid

alternatief:
Opslagduur = (Gemiddelde voorraad / Inkoopwaarde verkopen) × 365

Voorbeeld:
Opslagduur = 365 / 30,9 = 11,8 dagen
→ Een product ligt gemiddeld 12 dagen in het magazijn.

> EXAMTIP: Omzetsnelheid voorraad gebruikt INKOOPWAARDE (niet omzet). Opslagduur = 365 / omzetsnelheid.

Omloopsnelheid vermogen

**Omloopsnelheid vermogen** geeft aan hoeveel euro omzet er per euro geïnvesteerd vermogen wordt behaald.

Formule omloopsnelheid totaal vermogen:
Omloopsnelheid TV = Omzet / Gemiddeld totaal vermogen

Formule omloopsnelheid eigen vermogen:
Omloopsnelheid EV = Omzet / Gemiddeld eigen vermogen

Voorbeeld Van Ginkel:
Omzet = €2.400.000
Gemiddeld TV = €387.500
Gemiddeld EV = €172.500

Omloopsnelheid TV = €2.400.000 / €387.500 = 6,19 keer per jaar
Omloopsnelheid EV = €2.400.000 / €172.500 = 13,91 keer per jaar

→ Per euro totaalvermogen wordt €6,19 omzet behaald.
→ Per euro eigen vermogen wordt €13,91 omzet behaald.

> EXAMTIP: Omloopsnelheid vermogen gebruikt OMZET (niet winst). Let op welk vermogen gevraagd wordt: totaal, eigen of vreemd.

Terugrekenen

Omzetsnelheid gegeven → voorraad of inkoopwaarde berekenen:

Gemiddelde voorraad = Inkoopwaarde verkopen / Omzetsnelheid

Voorbeeld:
Omzetsnelheid = 25, inkoopwaarde = €1.500.000
Gemiddelde voorraad = €1.500.000 / 25 = €60.000

Omzetsnelheid = Inkoopwaarde / voorraad → inkoopwaarde = Omzetsnelheid × voorraad

Opslagduur gegeven → omzetsnelheid berekenen:
Omzetsnelheid = 365 / opslagduur

Omloopsnelheid gegeven → omzet of vermogen berekenen:
Omzet = Omloopsnelheid × Gemiddeld vermogen
Gemiddeld vermogen = Omzet / Omloopsnelheid

Samenhang kengetallen

graph LR
    A[Omzet] --> B[Omloopsnelheid vermogen]
    A --> C[Krediettermijn debiteuren]
    D[Inkoopwaarde] --> E[Omzetsnelheid voorraad]
    D --> F[Krediettermijn crediteuren]
    E --> G[Opslagduur voorraad]

---

Dit hoofdstuk bevat een hands-on missie met live lab en opdracht-verificatie voor cursushouders.

Bekijk de cursus en koop toegang