Arbeidsproductiviteit en Beoordeling
Module 6 — Activiteitskengetallen
Productiviteit berekenen, vergelijken en alle kengetallen beoordelen
Concepts
Arbeidsproductiviteit
**Arbeidsproductiviteit** geeft aan hoeveel omzet per werknemer wordt gegenereerd.
Formule arbeidsproductiviteit:
Arbeidsproductiviteit = Omzet / Aantal werknemers
Eenheid: euro per werknemer per jaar
Voorbeeld Van Ginkel:
Omzet = €2.400.000
Aantal werknemers = 8
Arbeidsproductiviteit = €2.400.000 / 8 = €300.000 per werknemer> EXAMTIP: Arbeidsproductiviteit = omzet per werknemer. Niet winst, niet toegevoegde waarde — maar OMZET, tenzij expliciet anders gevraagd.
Terugrekenen
Aantal werknemers terugrekenen:
Werknemers = Omzet / Arbeidsproductiviteit
Voorbeeld:
Omzet = €2.400.000, productiviteit = €400.000 per werknemer
Werknemers = €2.400.000 / €400.000 = 6
Omzet terugrekenen:
Omzet = Arbeidsproductiviteit × Aantal werknemers
Voorbeeld:
Productiviteit = €320.000, 8 werknemers
Omzet = €320.000 × 8 = €2.560.000Alle activiteitskengetallen — samenvattend overzicht
Kengetal | Formule | Eenheid
----------------------------|--------------------------------------------|---------
Krediettermijn debiteuren | (Debiteurensaldo / Omzet) × 365 | dagen
Krediettermijn crediteuren | (Crediteurensaldo / Inkopen) × 365 | dagen
Omzetsnelheid voorraad | Inkoopwaarde / Gemiddelde voorraad | keer/jaar
Opslagduur voorraad | 365 / Omzetsnelheid of (Voorraad/IW)×365 | dagen
Omloopsnelheid TV | Omzet / Gemiddeld totaal vermogen | keer/jaar
Omloopsnelheid EV | Omzet / Gemiddeld eigen vermogen | keer/jaar
Arbeidsproductiviteit | Omzet / Aantal werknemers | €/werknemerBeoordeling activiteitskengetallen
Krediettermijn debiteuren:
→ Korter = beter voor liquiditeit (geld sneller binnen)
→ Te kort kan klanten afschrikken (concurrentiepositie)
Krediettermijn crediteuren:
→ Langer = meer gratis krediet van leveranciers (positief)
→ Te lang kan leveranciersrelatie schaden; risico op boetes
KTD vs. KTC:
→ KTD < KTC is ideaal: je ontvangt eerder dan je betaalt
Omzetsnelheid voorraad:
→ Hoger = beter: voorraad roteert snel, minder kapitaal vastgelegd
→ Te hoog: risico op voorraadtekorten en misgelopen verkopen
Opslagduur voorraad:
→ Korter = beter: minder opslagkosten, minder verouderingsrisico
→ Brancheafhankelijk: supermarkt < 10 dagen; machine-industrie > 60 dagen
Omloopsnelheid vermogen:
→ Hoger = beter: meer omzet per euro geïnvesteerd vermogen
→ Vergelijk met vorige jaren en branche
Arbeidsproductiviteit:
→ Hoger = beter: meer omzet per werknemer
→ Stijgende trend = positief; vergelijk met brancheVerbetermogelijkheden
graph TD
A[Arbeidsproductiviteit te laag] --> B[Omzet verhogen bij gelijk personeelsbestand]
A --> C[Personeel inkrimpen bij gelijkblijvende omzet]
A --> D[Medewerkers bijscholen en efficiënter inzetten]
E[Omzetsnelheid te laag] --> F[Voorraadbeheer verbeteren: just-in-time inkoop]
E --> G[Overtollige voorraad verkopen of afschrijven]
H[Omloopsnelheid te laag] --> I[Omzet verhogen]
H --> J[Activa afstoten die weinig bijdragen aan omzet]---
Dit hoofdstuk bevat een hands-on missie met live lab en opdracht-verificatie voor cursushouders.