Vandaag of vroeger verdiend

Loonwereld — deel 13

Er staat een naam op de lijst van iemand die hier niet meer werkt en toch betaald wordt. Majorieke ontdekt dat loon ook iets kan zijn wat je lang geleden hebt verdiend.

Concepts

*"De boom draagt vrucht lang nadat de hand die hem plantte is vergeten." Een oude spreuk.*

De telefoon ging om kwart over tien, en omdat Willem net naar de printer liep en niemand anders dichtbij zat, nam Majorieke op. Ze had het de hele week nog niet gedaan, opnemen, en haar stem klonk een tikje te hoog toen ze de naam van het bedrijf zei. Aan de andere kant een korte stilte, en toen een vrouwenstem, oud en helder en zonder enige haast.

"Goeiemorgen. U bent nieuw, geloof ik. Dat hoor ik. Ik bel altijd rond deze tijd."

"Met wie spreek ik?" vroeg Majorieke, en haar oog gleed al over het scherm, zoekend.

"De Wit. Mevrouw De Wit. Ik wil even weten of mijn pensioen wel goed staat voor het nieuwe jaar."

Daar viel iets op zijn plek en tegelijk uit het lood. De Wit. Die naam had ze gisteren al gevonden, onderaan de lijst, tussen mensen die ze inmiddels kende, een naam zonder gezicht en zonder stem, met elke maand trouw een bedrag erachter en nooit iemand die erbij hoorde. En nu hoorde er ineens wel iemand bij, een vrouw die ademde en wachtte op antwoord, en Majorieke wist niets. Ze wist niet eens waarom die regel daar stond. Iemand die hier niet werkte, niet in het magazijn liep, niet bij de koffieautomaat stond, en toch elke maand geld kreeg.

"Een ogenblikje," zei ze, en ze drukte het toestel tegen haar borst en keek Willems kant op, met een blik die om hulp vroeg voor ze er erg in had.

Willem was alweer terug, papier in de hand, en hij zag het in één oogopslag. "De Wit," zei hij zacht, niet als vraag. Hij trok een stoel bij, ging naast haar zitten, en zijn stem werd een tikje warmer, zoals altijd wanneer er een mens achter een regel zat. "Geef mij maar niet. Jij kan dit. Vraag of het bedrag van vorig jaar nog hetzelfde is op haar afschrift. Als ze ja zegt, klopt het, want wij hebben niks veranderd. Kijk maar mee." Hij wees naar de regel op haar scherm, het bedrag erachter, ongewijzigd al maanden.

Majorieke bracht het toestel terug naar haar oor, en ze hoorde haar hart kloppen in haar keel. "Mevrouw De Wit, staat het bedrag op uw laatste afschrift nog hetzelfde als vorig jaar?"

"Hetzelfde, ja. Tot op de cent."

"Dan klopt het. Wij hebben er niets aan veranderd. Het blijft zo binnenkomen."

Een korte, tevreden stilte. "Dat is fijn. Dank u wel. U doet het netjes." En toen, bijna terloops: "Ik heb daar zelf vijfendertig jaar gezeten, weet u. Op de administratie. Misschien wel aan datzelfde raam." Ze lachte kort, een lach die door de telefoon zijn warmte niet verloor, en hing op.

Majorieke legde de hoorn neer en bleef er even naar kijken. Vijfendertig jaar. Een vrouw die ze nooit zou zien, die ooit precies hier had gezeten, en die nu thuis op een afschrift keek of het bedrag nog stond. Ze had het goed gedaan. Ze had een vraag gekregen en een waar antwoord teruggegeven, en de vrouw had gezegd dat ze het netjes deed. Het was klein, maar het zat ergens vast in haar borst, dat ze het had gekund.

"Maar ik snap nog steeds niet waaróm ze geld krijgt," zei ze, en ze draaide zich naar Willem. "Ze werkt niet. Ze is weg. Loon krijg je toch voor je werk?"

"Dat is precies de vraag, en het antwoord is mooier dan je denkt." Willem leunde achterover. "Mevrouw De Wit is acht jaar geleden met pensioen gegaan. Sindsdien doet ze hier niks meer. En toch krijgt ze elke maand geld van ons, een bedrijfspensioen, opgebouwd in al die jaren dat ze hier zat. Dat geld, dat ze nu krijgt zonder er nog iets voor te doen, is loon. Alleen een ander soort dan jij denkt."

"Een ander soort."

"Er bestaan er twee, en het verschil zit in de tijd. Het ene is loon voor het werk dat je nú doet. Henk die vandaag dozen sjouwt, jij die vandaag aan dit bureau zit. Aan het eind van de maand betalen wij jullie voor wat jullie deze maand hebben gedaan. Dat heet loon uit tegenwoordige dienstbetrekking. Tegenwoordig, omdat het over nu gaat, over het werk van het moment."

Het woord was lelijk, zoals zoveel van die woorden, maar Majorieke had de gewoonte al om er doorheen te luisteren naar wat het bedoelde. Het werk van vandaag, het loon van vandaag. Dat kende ze. Dat was het getal bovenaan de strook, dat kwam omdat je deze maand had gewerkt, en het had haar nooit verbaasd dat dat loon was.

"En het zit ruimer dan je in eerste instantie denkt," ging Willem verder. "Niet alleen het kale maandsalaris. Je vakantiegeld in mei, je dertiende maand, een bonus aan het eind van het jaar. Allemaal loon voor het werk van nu, ook al wordt het in één keer uitbetaald. En, gek genoeg, het maakt niet uit wánneer het op je rekening komt. Stel dat iemand hier weggaat en zijn vakantiegeld pas een maand na zijn laatste werkdag krijgt. Dan is dat nog steeds loon uit tegenwoordige dienstbetrekking, want het is verdiend in de tijd dat hij hier nog gewoon werkte. Het soort loon zit niet in de dag dat het wordt overgemaakt. Het zit in waarvóór het is."

Majorieke knikte langzaam, en dat schoof iets recht in haar hoofd. Ze had stilletjes gedacht dat het draaide om de maand waarin het geld kwam. Maar het draaide om het werk eronder.

"En het andere," ging Willem verder, en hij knikte naar de naam onderaan, "is loon voor werk dat je vroeger hebt gedaan. Niet voor wat je nu doet, want nu doe je niks meer, maar voor de jaren die achter je liggen. Het pensioen van mevrouw De Wit. Maar ook een uitkering, het geld dat iemand krijgt die ziek is geworden of werkloos en niet meer werkt. Dat heet loon uit vroegere dienstbetrekking. Vroeger, omdat het werk al gedaan is, in een verleden dat al geweest is."

Majorieke liet het bezinken, en het beeld dat opkwam paste beter dan ze had verwacht. Een appelboom die je jaren geleden hebt geplant. Het graven, het water geven, dat is allemaal lang gebeurd, in een voorjaar dat voorbij is. Maar de appels vallen nog elk najaar, jaar na jaar, lang nadat je het zweet van het planten bent vergeten. Het loon uit vroegere dienstbetrekking was zo'n appel. De vrucht van werk dat allang was gedaan, die nog steeds elk jaar viel.

"Het pensioen snap ik," zei ze. "Maar je noemde net ook een uitkering. Iemand die werkloos is, die kreeg toch juist géén loon meer van het bedrijf?"

"Goeie. Dat geld komt ook niet van ons, dat komt ergens anders vandaan, daar gaan we het later nog over hebben. Maar fiscaal valt het in hetzelfde hokje. Iemand die werkloos thuiszit en een WW-uitkering krijgt, krijgt dat niet voor werk dat hij nu doet, want hij doet niks. Hij krijgt het omdat hij vroeger heeft gewerkt en daarvoor verzekerd was. Dus voor de belasting telt het als loon uit vroegere dienstbetrekking, net als het pensioen van mevrouw De Wit." Willem leunde op de armleuning. "En er is nog een soort dat je vaker tegen gaat komen. Als iemand ontslagen wordt en een zak geld meekrijgt om het te verzachten, een ontslaguitkering, dan is dat óók loon uit vroegere dienstbetrekking. Geen betaling voor werk dat hij nog gaat doen. Een afrekening met het verleden, een streep onder de jaren die achter hem liggen."

Majorieke proefde het nieuwe woord. Ontslaguitkering. Het had iets wrangs, geld dat je krijgt op precies het moment dat je je baan kwijtraakt. Maar ze begreep waarom het in hetzelfde hokje viel als het pensioen. Het keek allebei achteruit. Het ene zacht, na een vol werkzaam leven, het andere hard, midden in een leven dat ineens een andere kant op moest. Twee heel verschillende verhalen, en toch dezelfde soort loon, omdat ze allebei betaalden voor wat al geweest was.

"En nou ga ik je plagen," zei Willem, en hij kreeg de blik van iemand die een steen in de vijver gooide, "want het is niet altijd zo netjes als het lijkt. Stel dat Henk morgen zijn rug verrekt en een tijd thuis komt te zitten. Ziek. Hij sjouwt niks meer, hij doet helemaal niks. Toch betalen wij zijn loon door, want zo zit het in de wet. Is dat loon nou van nu of van vroeger, denk je?"

Majorieke dacht na, en haar eerste ingeving was: vroeger, natuurlijk, hij werkt immers niet. Maar er knaagde iets. Henk wás nog gewoon in dienst. Hij lag thuis met ijs op zijn rug, maar zijn naam stond nog bij ons, zijn plek in het magazijn stond nog op hem te wachten. "Ik denk... van nu," zei ze aarzelend. "Omdat hij nog bij ons hoort. Hij is alleen even kapot."

"Helemaal goed, en dat is knap, want hier struikelen mensen op." Willem knikte langzaam. "Zolang zijn dienstverband loopt en wij hem doorbetalen omdat hij ziek is, blijft dat loon uit tegenwoordige dienstbetrekking. Met de premies eronder, het hele net. Hij is een werkende mens die toevallig even niet kan, geen gepensioneerde." Hij stak een vinger op. "Maar er zit een grens aan hoe lang dat kan. Op een gegeven moment, als het heel lang duurt, kantelt het. Dan houdt het werkende erbij horen op, en wordt het loon van die andere soort. Waar precies die streep ligt, dat is voor later, dat ga je nog uitrekenen ook. Maar de gedachte snap je nu al: niet de vraag óf hij werkt op deze dag bepaalt het, maar of hij nog werkend bij ons hoort."

Majorieke liet het bezinken. Ze had het zich voorgesteld als een schakelaar, werk aan of werk uit, en dan wist je de soort. Maar zo zat het niet. Iemand kon dagen niks doen en toch loon van vandaag krijgen, en iemand kon iets ontvangen voor jaren werk en toch in het hokje van vroeger vallen. De grens liep niet langs de dag. Hij liep langs de band met het bedrijf.

"Maar als het allebei loon is," zei ze, en ze voelde de gewoonte om door te vragen alweer opkomen, "waarom maak je er dan twee soorten van? Wat maakt het uit of ik het nu of vroeger heb verdiend, als ik er toch belasting over betaal?"

"Daar zit nou precies het venijn." Willem schoof iets naar voren. "Want het maakt wél uit. Niet voor de belasting zelf, maar voor wat eromheen hangt. Denk eens terug aan die twee velletjes van je eerste week. Het gat aan jouw kant, en de onzichtbare helft aan de werkgeverskant. Die onzichtbare helft, weet je nog, dat waren de premies voor de werknemersverzekeringen. De WW voor als je werkloos wordt. De WIA voor als je niet meer kunt werken zoals Henk. Verzekeringen tegen het verliezen van je werk." Hij liet een stilte vallen. "Maar mevrouw De Wit kán haar werk niet meer verliezen. Ze is al gestopt. Waar zou je haar tegen verzekeren? Tegen werkloosheid, terwijl ze allang met pensioen is? Dat slaat nergens op."

Het werd helder, met de vanzelfsprekendheid van iets wat je daarna niet meer kunt ontkennen. Je verzekert iemand tegen het verliezen van werk zolang er werk is om te verliezen. Voor wie nog werkt lopen die verzekeringen mee, betaalt het bedrijf die premies, hangt dat net eronder. Maar voor wie klaar is, is er geen werk meer om kwijt te raken, en dus geen verzekering tegen dat verlies. Het pensioen van mevrouw De Wit kreeg in het algemeen geen WW, geen WIA. Het was loon, ja, en er ging belasting af, maar de premies van de werknemerskant misten, want er was niets meer om je tegen in te dekken.

"Dus over haar pensioen," zei Majorieke langzaam, "betaal je wel belasting, maar in het algemeen geen premies voor de werknemersverzekeringen. Omdat er niks meer is om haar tegen te verzekeren."

"Nu heb je het helemaal." Willem keek tevreden. "Ik zeg 'in het algemeen', want het vak houdt van uitzonderingen, en je zult ooit een randgeval tegenkomen waarbij het nét anders ligt. Maar de grote lijn klopt, en die moet je vasthouden. Pensioen en uitkering: wel belasting en de bijdrage voor de zorg, maar de premies werknemersverzekeringen vallen weg. Dat is geen detail. De eerste vraag die je je over een betaling stelt, nog voordat je gaat rekenen, is: krijgt deze mens loon voor wat hij nú doet, of voor wat hij vroeger heeft gedaan. Het antwoord bepaalt welke premies meelopen en welke niet, en straks zelfs uit welke tabel je rekent."

"Uit welke tabel?" Ze hoorde de haak in zijn zin en ging er meteen op af.

"Er is een tabel voor het loon van nu, en een aparte voor het loon van vroeger. Ze zien er bijna hetzelfde uit, maar ze rekenen anders, en het soort loon bepaalt welke je pakt." Willem stond half op. "Voor jou is dat geen verre belofte meer. Je hoeft het nog niet uit te rekenen, maar je weet nu al, vandaag, dat de keuze tegenwoordig-of-vroeger door je hele berekening heen werkt. Eén woordje aan het begin, dat alles erna kleurt. Dat is genoeg om mee te nemen."

Hij liep naar het oranje boek en zette het bij haar neer, opengeslagen al, want hij wist waar het stond. "Hoofdstuk vier. Lees het stuk over de soorten loon zelf. Kijk of je het terugvindt zoals ik het zei."

Majorieke boog zich eroverheen. Daar stond het, netjes uit elkaar getrokken, loon uit tegenwoordige dienstbetrekking en loon uit vroegere dienstbetrekking, precies zoals Willem het had verteld, met het pensioen en de uitkering als voorbeelden van het tweede. Onder het stukje over het loon van vroeger zag ze een hele waslijst staan, soorten uitkeringen die ze nog niet kende, namen die op afkortingen leken, en ze schrok er even van, die oude reflex dat ze het allemaal nu moest kunnen. Maar ze las erlangs en zag dat het stuk voor stuk hetzelfde idee was: geld dat iemand krijgt omdat hij niet meer werkt. Ze hoefde de namen nog niet te kunnen dromen. Ze hoefde alleen te zien dat ze bij elkaar hoorden.

Ze las het, en het klopte, en ze voelde dat genoegen, van iemand die een woord hoort en het daarna op een bladzijde terugvindt.

Aan het andere eind van de gang ging een deur, en Sebastiaan kwam binnen, de adviseur die VGS hielp met het loonpakket voor het nieuwe jaar en die nu vaker langskwam. Hij wisselde een paar woorden met Willem bij de printer, iets over een bestand dat hij nog nodig had.

Hij pakte het papier van Willem aan en draaide zich al om naar de overlegtafel. Maar onderweg gleed zijn blik over haar bureau, over het opengeslagen boek, en hij las van een afstand de woorden boven aan de bladzijde. "Loon uit vroegere dienstbetrekking," zei hij, net hard genoeg om haar te bereiken. "Je zei laatst dat dit boek voor jou een beetje een roman was. Daar heb ik nog aan moeten denken." Hij glimlachte kort. "De meeste mensen op zo'n plek zien er getallen. Jij ziet er mensen in." En toen zat hij alweer aan de tafel, hoofd over zijn laptop.

Het bleef hangen, die opmerking, dat iemand had onthouden wat ze had gezegd en het de moeite waard vond om erop terug te komen. Niet om de man. Om wat hij zag in haar manier van werken. Tien jaar lang had niemand iets van haar onthouden behalve dat ze er was. Ze keek weer naar het scherm, en het deed haar goed, op een manier die ze de laatste weken vaker voelde: dat ze hier iemand aan het worden was.

"Henk werkt nog," zei ze tegen Willem, meer om iets te zeggen, en ze keek naar zijn naam bovenaan. "Dus zijn loon is tegenwoordig. Met alle premies eronder."

"Voorlopig wel," zei Willem, en er kwam iets voorzichtigs in zijn stem. "Henk is bijna aan het eind van zijn werkende leven. Nog een paar jaar, dan bereikt hij de AOW-leeftijd, en dan kantelt er voor hem ook iets. Een mens die die leeftijd haalt, daar verandert van alles voor. Vanaf de eerste dag van de maand waarin hij die leeftijd bereikt, betalen we voor hem geen premies werknemersverzekeringen meer, ook al zou hij blijven sjouwen, want je verzekert iemand niet meer tegen werkloosheid die de leeftijd heeft om te mogen stoppen. En als hij echt stopt, wordt zíjn loon ook van die andere soort, of houdt het helemaal op en komt er pensioen voor in de plaats." Hij wreef over zijn kin. "Dat is een hoofdstuk apart, geloof me. We laten het nu rusten. Maar zover is het nog niet. Henk sjouwt nog. En zolang hij sjouwt, is zijn loon van vandaag, met alles erop en eraan."

Majorieke keek naar de twee namen, Henk bovenaan en mevrouw De Wit onderaan, de man die nu werkte en de vrouw die ooit had gewerkt, het loon van vandaag en het loon van vroeger. En voor het eerst zag ze dat de lijst niet alleen mensen bevatte maar ook tijd. Henk die nog elke dag opnieuw zijn loon verdiende met zijn rug en zijn handen, langzaam opschuivend naar de leeftijd waarop ook voor hem iets zou kantelen. Mevrouw De Wit die haar werk allang had gedaan en nu de appels plukte van een boom die ze niet meer hoefde te water te geven. Daartussen iedereen, in elke fase die er bestond.

*Tegenwoordig of vroeger,* dacht ze, en ze proefde de twee woorden, en ze waren niet lelijk meer. Ze zou niet elk randgeval meteen kunnen plaatsen, en het tegoed van de tabellen lag er nog. Maar ze wist nu welke vraag ze als eerste moest stellen bij elke betaling die langskwam. En ze had vanmorgen een echte vrouw aan de lijn gehad, met een echte vraag, en ze had die vrouw een waar antwoord gegeven. Dat was niet niks. Ze schoof de pen achter haar oor.

Die avond, op de bank, viel Bram weer in slaap voor het einde van de avond. Majorieke dacht aan mevrouw De Wit, vijfendertig jaar aan een bureau, en aan de regel die nu nog elke maand op haar lijst stond. Die vrouw had jaren geleden geploeterd voor een bedrijf, en nu plukte ze er de appels van, lang nadat het werk was gedaan. En zij, Majorieke, hield die boom een beetje water, zonder de vrouw ooit te hebben gekend. Ze keek opzij naar Bram, zijn mond half open, de afstandsbediening nog losjes in zijn hand, en ze legde een deken over hem heen. Hij plantte ook iets, elke dag, moe en stil, voor een huis dat het van twee inkomens moest hebben. Ze zette de televisie zacht en bleef nog even zitten, met de twee soorten loon in haar hoofd en de man naast haar die niet wakker werd.