Vast of flex
Loonwereld — deel 25
Majorieke ziet haar eigen naam op de premielijst en begrijpt eindelijk wat ze in haar eerste week al vermoedde: zíj is de dure, losse kracht. Een tijdelijk contract kost het bedrijf meer.
Concepts
Ze kwam haar eigen naam tegen op de lijst, en bleef erbij hangen.
Het was dinsdag, en Willem had haar gevraagd de premielijst door te lopen, de lijst waarop per medewerker stond welke werkloosheidspremie het bedrijf betaalde, hoog of laag. Het was routinewerk, controleren of er bij iemand het verkeerde tarief stond, en Majorieke liep de namen langs, Henk laag, Daan laag, de verkoper van gisteren laag, naam na naam in de lage kolom. Het waren dezelfde namen die elke maand in het register terechtkwamen waar ze sinds Henk aan meeschreef, het geheugen dat onthield wie waar werkte en voor welk loon, en ze besefte half dat ook dit tarief, vast of los, daar zijn weg naartoe vond. En toen, ergens halverwege, stond haar eigen naam, met haar eigen achternaam, en daarachter, in de andere kolom, het hoge tarief.
Ze wist meteen waarom, en toch gaf het een kleine por. Want ze had het in haar eerste week al vermoeden, die middag met de twee velletjes, toen Willem had verteld dat een tijdelijk contract het bedrijf een hogere werkloosheidspremie kostte, en zij thuis aan het mapje in de la had gedacht. *Bepaalde tijd.* Een jaar, geen vast dienstverband. Ze had toen gevoeld dat zij onder het net maar met een touwtje hing. En hier stond het nu zwart op wit, op een lijst die ze zelf moest controleren. Zij was de dure, losse kracht.
"Je bent jezelf tegengekomen," zei Willem, die met zijn koffie langskwam en haar blik volgde naar het scherm. Het was geen vraag.
"Ik sta in de hoge kolom," zei ze, en ze probeerde het luchtig te zeggen, maar hij hoorde het wel. "Het hoge tarief. Omdat ik tijdelijk ben."
Willem ging zitten, en hij deed niet alsof het niets was, want dat zou ze niet hebben geloofd. "Dat klopt," zei hij. "En het is goed dat je het zelf ziet, want het brengt ons precies bij iets wat ik je vandaag wilde laten zien. Die premie die jij in je eerste week al hoorde noemen, de werkloosheidspremie, die heeft een naam en twee gezichten. Laten we er vandaag echt naar kijken, met getallen, en ja, met die van jou erbij. Want jij bent het levende voorbeeld."
Majorieke knikte, en ze merkte dat ze het eigenlijk wel wilde, ondanks de kleine por. Beter zelf weten waarom je naam ergens stond dan het vermoeden en niet durven kijken.
"Weet je nog wat die premie deed?" vroeg Willem. "Waar hij voor was?"
Ze haalde het op, en het lag vers genoeg om het meteen te hebben. *Hoe zat dat ook alweer.* De WW. De Werkloosheidswet. De verzekering voor als je je baan kwijtraakte buiten je eigen schuld, een uitkering die je opving terwijl je iets nieuws zocht. De premie ging in een fonds, een pot, waar het geld vandaan kwam als iemand de bodem voelde. "De WW," zei ze. "Voor werkloosheid. Het net, of eigenlijk een van de potten eronder. En het bedrijf betaalt die premie, niet de werknemer, want het zijn werkgeverslasten."
"Helemaal goed, en je hebt er meteen het belangrijke bij gezegd, dat het bedrijf betaalt." Willem knikte. "Die premie heet de Awf-premie. Een lelijke afkorting, hij staat voor het fonds waar het geld in gaat, het algemeen werkloosheidsfonds, weet je nog, die saaie naam. Maar het gaat me nu niet om de naam. Het gaat me om de twee gezichten. Want deze premie is niet voor iedereen even hoog. Er is een laag tarief en een hoog tarief, en het verschil is fors."
Hij pakte een blaadje en schreef twee percentages onder elkaar. "Het lage tarief is bijna drie procent. Het exacte getal staat in het boek, maar laten we het grof houden. En het hoge tarief." Hij schreef het eronder. "Bijna acht procent. Dat is bijna drie keer zo veel. Voor exact dezelfde verzekering, voor exact hetzelfde loon, betaalt het bedrijf de ene keer bijna drie procent en de andere keer bijna acht."
"Reken het eens om naar mij," zei Majorieke, en ze hoorde zelf dat ze het wilde weten, ook al ging het over haarzelf. "Wat het scheelt, in euro's, dat ik in de hoge kolom sta."
Willem schoof haar het blaadje toe. "Doe maar. Pak je eigen loon voor de werknemersverzekeringen, en reken de Awf-premie er twee keer over. Eén keer laag, één keer hoog." Majorieke pakte de pen en gebruikte haar eigen bescheiden maandloon, een kleine tweeduizend. Twee procent en wat, daar overheen. "Bij het lage tarief," zei ze, en ze rekende, "ongeveer vijfenvijftig euro per maand. En bij het hoge." Ze rekende opnieuw, met bijna acht procent. "Een kleine honderdvijftig." Ze keek naar de twee getallen. "Dus het bedrijf betaalt voor mij elke maand een kleine honderd euro meer dan voor een vaste collega met hetzelfde loon. Alleen omdat ik tijdelijk ben."
"Een kleine honderd per maand, ja, op die ene premie." Willem knikte. "Reken het door naar een jaar en je zit op meer dan duizend euro. Dat is wat jouw losse contract het bedrijf extra kost, boven op je loon, alleen aan werkloosheidspremie." Hij liet het even staan. "Het is geen enorm bedrag op de schaal van een heel bedrijf. Maar het is er, en het is echt, en het telt mee in hoe ze naar je kijken als ze ooit moeten kiezen tussen verlengen of vast aanbieden."
Majorieke keek naar de twee getallen, en het verschil was groter dan ze zich had voorgesteld. "Bijna drie keer zo veel," zei ze. "En het hangt af van het contract. Vast is laag, tijdelijk is hoog."
"Vast is laag, tijdelijk of flexibel is hoog, precies." Willem keek haar aan. "En weet je nog waaróm dat zo is? Je hebt het in je eerste week zelf bedacht toen ik het je vroeg."
Ze dacht terug, en het kwam. Ze had het toen zelf geredeneerd, en Willem had het haar laten doen. "Wie raakt er eerder werkloos," zei ze, langzaam, de woorden terugvindend. "Iemand met een contract dat over een paar maanden afloopt, of iemand met een vast dienstverband. De flexkracht zit dichter bij de werkloosheidspot. Dus stort een bedrijf dat veel met losse contracten werkt, ook meer in die pot. Meer risico, meer premie."
"Daar heb je het, woordelijk bijna." Willem leunde achterover. "Het is een duwtje, ingebouwd in de premie. De overheid wil dat bedrijven mensen vaste contracten geven, want vast werk is zekerder, beter voor de mens. Dus heeft hij het zo gemaakt dat een vast contract goedkoper is voor de werkgever en een tijdelijk contract duurder. Niet door het te verbieden, maar door het in de premie te verwerken. Wil je flexibel blijven, prima, maar dan betaal je meer in de pot waar je vaker een beroep op doet."
Majorieke keek weer naar haar eigen naam in de hoge kolom, en de redenering die net nog abstract was geweest werd ineens persoonlijk. Zij kostte het bedrijf op dit moment meer dan een vaste collega met hetzelfde loon. Bijna acht procent waar het voor Henk bijna drie betaalde. Alleen omdat ze tijdelijk was.
"Niet omdat je minder waard bent," zei Willem, alsof hij de gedachte hoorde. "Maar omdat je contract losser is, en een los contract dichter bij de WW-pot zit." Hij zei het rustig, zonder het te verzachten en zonder het zwaarder te maken dan het was. "Ik vertel je dit niet om je een ongemakkelijk gevoel te geven, maar omdat je het toch op de lijst tegenkomt. En omdat er iets onder zit wat je moet weten, voor jezelf."
"Wat dan?"
"Dat een vast contract, als het ooit komt, niet alleen voor jou iets betekent." Hij liet het even liggen. "Voor jou is het zekerheid, een net dat steviger wordt, geen touwtje meer maar een echte band. Maar voor het bedrijf is het ook goedkoper. De dag dat ze je een vast contract geven, daalt jouw premie van bijna acht naar bijna drie procent. Je wordt op dat moment, op papier, een goedkopere werknemer. Dat is geen reden waaróm ze het zouden doen, maar het is wel iets wat meespeelt, en het is goed dat je het weet. Een vast contract is niet alleen een gunst aan jou. Het scheelt hen ook geld."
Ze keek nog even naar de lijst, naar Daan een paar regels boven haar, die in de lage kolom stond. "Maar Daan dan," zei ze, "die is ook net begonnen, net als ik. Waarom staat hij laag en ik hoog?" Willem boog zich over het scherm en keek. "Omdat Daans contract anders is dan dat van jou," zei hij. "Daan is aangenomen voor onbepaalde tijd, met een proeftijd, maar wel vast op papier. Jij bent via het uitzendbureau geplaatst, voor een jaar, bepaalde tijd. Allebei nieuw, maar het ene contract is vast en het andere los, en dáár kijkt de premie naar, niet naar hoe lang je er al bent." Majorieke knikte langzaam. Het was niet de ervaring die de premie bepaalde, en ook niet wie er eerder was. Het was de vorm van het papier. Daan, jonger en korter in dienst dan zij, kostte het bedrijf op deze premie minder, omdat zijn contract vast was en het hare niet. Het stak een klein beetje, en tegelijk was het helder, en de helderheid was prettiger dan de steek vervelend was.
Daar bleef Majorieke even bij hangen, want het draaide iets om in haar hoofd. Ze had haar tijdelijke contract altijd gezien als haar zwakte, het touwtje waaraan zij hing terwijl anderen in het net lagen. Maar hier was een kant die ze niet had gezien. Als ze zich bewees, als ze onmisbaar werd, dan was een vast contract niet alleen iets wat ze moest hopen te krijgen als gunst. Het was ook iets wat het bedrijf geld zou besparen. Haar zekerheid en hun besparing wezen dezelfde kant op. Dat maakte de hoop net iets minder hulpeloos.
"Dus het is niet alleen aan hun goedheid," zei ze langzaam. "Het zit ook in hun eigen belang. Een vaste kracht die ze toch al willen houden, is goedkoper vast dan los."
"Precies dat, en hou die gedachte vast, want hij is waar." Willem knikte. "Maar laat ik er eerlijk bij zeggen wat ik niet weet, want ik beloof je niks. Of jij straks een vast contract krijgt, dat hangt van een hoop dingen af, van de orders, van het bedrijf, van mensen die daar boven mij over gaan. Ik kan je niet beloven dat het er komt. Wat ik je wel kan zeggen, is dat het in jouw voordeel werkt dat je goed bent in dit werk, en dat goedheid in dit werk niet onopgemerkt blijft. Meer dan dat is geen belofte waard." Hij zei het droog, en juist daardoor geloofde ze hem, want hij had haar nog nooit iets mooiers voorgehouden dan waar was.
Majorieke knikte, en ze was er stil van, op een goede manier. Het was eerlijker dan een belofte, en daardoor zwaarder, en daardoor beter.
En toch, onder die stilte, zat een zorg die ze niet helemaal kon wegduwen. Het jaar liep. Niet snel, maar het liep. Ergens in de la lag een contract met een einddatum erop, en die datum kwam dichterbij met elke maand die ze hier zat. Bram en zij hadden het huis op twee inkomens berekend, en het hare was er een dat over een halfjaar of zo opnieuw bekeken zou worden, verlengd of niet. Ze had het zich de eerste weken niet toegestaan om eraan te denken, te druk met leren, met het wegwerken van haar eigen angst. Maar nu ze haar naam in de hoge kolom had gezien, met dat prijskaartje eraan, kwam de gedachte terug. Ze was duurder dan een vaste kracht. Als het bedrijf ooit moest snijden, was zij makkelijker los te laten dan iemand met een vast contract, en goedkoper om te laten gaan. Het touwtje was niet alleen dunner. Het was ook eenvoudiger door te knippen. Ze schoof de gedachte weg, zoals ze in haar eerste week had gedaan, maar net als toen ging hij niet helemaal weg.
"Maar laten we niet bij jou blijven hangen," zei Willem, en hij gaf het een lichtere draai, "want er zit nog iets aan deze premie wat je moet kennen voor de controle. Het is namelijk niet altijd zo simpel als vast is laag, los is hoog. Er zitten randen aan." Hij hief een vinger. "Een vast contract kan toch tegen het hoge tarief vallen als het bijvoorbeeld een oproepcontract is, waar de uren niet vastliggen. En soms moet je achteraf het tarief herzien, bijvoorbeeld als iemand met een vast contract toch heel snel weer vertrekt, of als iemand veel meer overuren maakt dan was afgesproken. Dan klopt het lage tarief niet meer met de werkelijkheid, en moet je terug en corrigeren." Hij hief zijn hand voor ze kon schrikken. "Dat ga je nu niet uit je hoofd leren. Ik laat het je zien zodat het je niet overvalt als je het tegenkomt. Onthoud de hoofdregel: vast en op papier voor onbepaalde tijd is laag, los en flexibel is hoog. De randen zoek je op."
Majorieke knikte, en ze was blij dat hij het zo afbakende, want ze had de neiging gevoeld om meteen ook de oproepcontracten en de herzieningen te willen snappen. Maar ze begon te leren dat dat de valkuil was. Eerst de hoofdregel stevig, dan pas de randen. Vast laag, los hoog. De rest kwam later.
"En het hangt allemaal samen met dat ene velletje van mijn eerste week," zei ze, half voor zichzelf. "De werkgeverskant. Het net. Deze premie zit aan die kant, bij de werknemersverzekeringen, en het bedrijf betaalt hem, en hoe losser het contract hoe hoger hij is."
"Het hangt aan dat velletje, ja, en zie hoe ver je bent gekomen sinds toen." Willem stond half op. "Die middag zag je een tweede vel met getallen die je niet begreep, een onzichtbare helft. Nu controleer je die helft zelf, premie voor premie, en je komt er je eigen naam in tegen en je weet precies waarom hij staat waar hij staat. Dat is geen klein verschil. Dat is van bang naar bekwaam, in een paar weken." Hij liet het even liggen, en gaf toen een knikje naar de lijst. "Maar er is nog een tweede premie aan die werkgeverskant die net zo'n twee gezichten heeft, alleen om een heel andere reden. Niet om het contract, maar om het bedrijf zelf. Hoe groot het is. Maar dat is voor morgen. Vandaag heb je deze, en jezelf erin teruggevonden."
Hij liep naar de keuken, en Majorieke trok het oranje boek naar zich toe en zocht het stuk over de Awf-premie op, bij de premies werknemersverzekeringen. En daar stond het, het lage tarief en het hoge tarief, met precies de percentages die Willem had genoemd, en de uitleg dat het lage tarief gold voor een schriftelijk contract voor onbepaalde tijd dat geen oproepcontract was, en het hoge voor de rest. Ze legde haar vinger bij de zin over het oproepcontract, en bij de stukjes over het herzien achteraf, en ze las ze door zonder ze nu te willen kennen, alleen om te weten dat ze er waren. De hoofdregel had ze. De randen wist ze te vinden.
Even verderop zag ze de voorbeelden van het herzien staan, met een werknemer die binnen een paar maanden weer vertrok en bij wie het tarief alsnog naar hoog moest, en ze liet het liggen, want dat was meer dan ze nu droeg. Ze sloeg het boek dicht en keek nog een keer naar haar eigen naam in de hoge kolom op het scherm, en het gaf nu een ander gevoel dan een uur geleden. Niet meer een kille tocht, zoals die eerste week. Eerder iets nuchters. Ze was de dure, losse kracht, ja. Maar ze wist nu precies wat dat betekende, en ze wist ook dat de dag dat ze vast werd, als hij kwam, haar goedkoper zou maken, en dat dat in haar voordeel speelde. Het touwtje was nog een touwtje. Maar ze zag nu hoe het een band kon worden.
Thuis lag het mapje nog in de la, dat wist ze, met haar contract erin en het woord bovenaan dat ze in haar eerste week niet had durven wegen. *Bepaalde tijd.* Ze had het Bram destijds niet meteen verteld, dat deze baan een jaar was en geen zekerheid, omdat ze het zelf nog niet had verwerkt. Maar vanavond, aan tafel, vertelde ze hem het hele verhaal. Dat ze haar eigen naam in de hoge kolom was tegengekomen. Dat ze de dure flex was. En dat een vast contract haar niet alleen zekerheid zou geven maar het bedrijf ook geld zou besparen. Vooral dat laatste was blijven hangen, want Willem had haar niets beloofd, en juist daarom geloofde ze wat hij wél had gezegd: dat goed werk niet onopgemerkt bleef. Bram luisterde, en toen ze klaar was zei hij iets wat haar bijbleef. "Je praat erover alsof het een spel is dat je kunt spelen," zei hij. "Vroeger zou je het alleen maar eng hebben gevonden, dat tijdelijke. Nu zie je waar de knoppen zitten."
Maar daarna werd hij even stil, en ze zag aan zijn gezicht dat er iets onder zat. "Het loopt af, hè," zei hij ten slotte, zachter. "Dat jaar. Ergens dit voorjaar." Hij keek naar zijn bord. "Ik denk er weleens aan. Of ze je houden. Ik durf het bijna niet te vragen, want ik wil je niet opjagen, je bent net zo opgebloeid." Majorieke legde haar vork neer, want dit was de zorg die zij overdag had weggeschoven en die hij blijkbaar 's avonds met zich meedroeg, en ze hadden er geen van beiden over durven beginnen. "Ik weet het niet," zei ze eerlijk. "Willem belooft niks, en dat vind ik juist goed van hem, want dan weet ik dat wat hij wél zegt waar is. En hij zei dat goed werk niet onopgemerkt blijft." Ze pakte zijn hand. "Ik kan het niet zeker maken. Maar ik ga er alles aan doen om onmisbaar te zijn, en als ik onmisbaar ben, ben ik bovendien goedkoper vast dan los. Dat helpt." Bram knikte, en er kwam iets van rust over hem, niet omdat ze het had opgelost, want dat kon ze niet, maar omdat ze het samen hadden uitgesproken in plaats van het ieder apart te dragen.
Later, toen de borden in de gootsteen stonden, dacht ze nog een keer aan haar naam in de hoge kolom. Het touwtje was niet sterker geworden. Zij was sterker geworden, en wist nu welke kant het op kon, en dat was misschien wel het enige wat ze in de hand had: niet de uitkomst, maar hoe goed ze werd in het werk dat eronder lag.