De premie per bedrijf
Loonwereld — deel 26
Er is nog een werkgeverspremie met twee gezichten, maar deze kijkt niet naar het contract van de werknemer. Hij kijkt naar het bedrijf zelf, naar hoe groot het is.
Concepts
Het vinkje stond er al de hele ochtend, en het liet Majorieke niet los. *Kleine werkgever.* Ze had het gevonden in de instellingen van het loonpakket, bij de werkgeverspremies waar ze mee bezig was, de lasten die het bedrijf voor de verzekeringen betaalde. Iemand had het ooit aangezet of uitgezet, een keuze die niemand haar had uitgelegd. En ze snapte niet wat de grootte van het bedrijf te maken had met de premie van één werknemer.
"Wat zijn wij eigenlijk," vroeg ze tegen het einde van de ochtend, "een groot bedrijf of een klein?"
Het was een rare vraag om zomaar te stellen, en Willem keek op van zijn scherm. Ze wees hem het vinkje aan, en de vraag eronder.
"Dat," zei hij, en hij schoof zijn stoel een stukje haar kant op, "is precies de goede vraag op het goede moment. Want je hebt gisteren de eerste werkgeverspremie met twee gezichten gezien, en vandaag kom je de tweede tegen. Die werkt net even anders. We zorgen eerst dat je ze niet door elkaar haalt, want dat is de valkuil."
Hij pakte een blaadje. "Gisteren," zei hij, "de Awf-premie. Weet je nog waar die naar keek?"
Het lag vers van gisteren, met haar eigen naam er nog bij. De Awf, de werkloosheidspremie, in het algemeen werkloosheidsfonds. Een laag en een hoog tarief, en het hing af van het contract. Vast was laag, los en flexibel was hoog. Zij stond in de hoge kolom omdat ze tijdelijk was. "De Awf," zei ze. "Die keek naar het contract. Naar hoe los of vast iemand werkte. Vast laag, flex hoog."
"Precies. De Awf kijkt naar de wérknemer, naar zijn contract." Willem schreef het op. "En nu komt de tweede, en die heet de Aof-premie. Eén letter verschil, en juist daarom verraderlijk, want mensen halen ze de hele tijd door elkaar. Awf met een w, van werkloosheid. Aof met een o, van arbeidsongeschiktheid. De Aof is de premie voor het fonds waar het geld vandaan komt als iemand niet meer kan werken. Voor de WIA, weet je nog, Henks rug, het tweede net." Hij tikte op de twee woorden. "Awf voor werkloos worden. Aof voor arbeidsongeschikt worden. Lijken op elkaar, klinken bijna hetzelfde, en het zijn twee verschillende premies voor twee verschillende soorten pech."
Majorieke keek naar de twee woorden naast elkaar, Awf en Aof, en ze zag meteen hoe je je daarin kon vergissen. Eén letter, in het midden, de w of de o. Ze sprak ze zacht na om het verschil vast te zetten. *Awf, werkloosheid. Aof, arbeidsongeschiktheid.* Het was als twee broers met bijna dezelfde naam, waar je goed moest luisteren om te horen wie wie was.
"En deze, de Aof," ging Willem verder, "heeft net als de Awf een laag en een hoog tarief. Maar, en hier zit het hele punt, het hangt van iets heel anders af. Niet van het contract van de werknemer. Van het bedrijf zelf. Van hoe groot het is." Hij schreef twee percentages onder elkaar. "Een klein bedrijf betaalt het lage tarief, ruim zes procent. Een groter bedrijf betaalt het hoge, ruim zeven en een half. Voor exact dezelfde verzekering, voor exact dezelfde werknemer. Het enige verschil is wie de werkgever is."
Daar moest Majorieke even op kauwen, want het was een ander soort onderscheid dan ze gewend was. "Dus bij de Awf," zei ze langzaam, "verschilt de premie per wérknemer. Henk laag, ik hoog, want het ligt aan ons contract. Maar bij de Aof verschilt de premie per bedríjf. Iedereen bij hetzelfde bedrijf betaalt hetzelfde Aof-tarief, of het nou Henk is of ik, want het ligt aan de werkgever, niet aan ons."
"Nu heb je het, en dat is precies het verschil dat je scherp moet houden." Willem keek tevreden. "Bij de Awf kun je twee collega's naast elkaar hebben met een verschillend tarief, omdat hun contracten verschillen. Bij de Aof betaalt iedereen binnen hetzelfde bedrijf hetzelfde, want het tarief hoort bij het bedrijf als geheel. De ene premie kijkt naar binnen, naar de werknemer. De andere kijkt naar buiten, naar het bedrijf. Haal die twee nooit door elkaar."
Majorieke knikte, en ze keek weer naar haar oorspronkelijke vraag. "Maar waarom zou een klein bedrijf minder betalen dan een groot? Dat lijkt me juist oneerlijk, dat een groot bedrijf met meer schouders meer per werknemer betaalt."
"Goeie, en het antwoord is mooier dan je denkt." Willem leunde naar voren. "Het is juist om de kleine werkgever te beschermen. Denk eens na. Als een werknemer langdurig ziek wordt en niet meer kan werken, dan komt er een hoop op de werkgever af, ook financieel. Voor een groot bedrijf met honderden mensen is dat een tegenvaller die het kan dragen, eentje op de honderd valt weg in de massa. Maar voor een klein bedrijf met een handvol mensen kan één langdurig zieke een ramp zijn, een klap waar het bedrijf aan onderdoor kan gaan." Hij tikte op het lage tarief. "Daarom betaalt de kleine werkgever een lagere Aof-premie. Het is een tegemoetkoming, omdat het risico voor hem zwaarder weegt. Het grote bedrijf kan meer hebben, dus betaalt het meer. Het kleine wordt ontzien, omdat één klap het kan omgooien."
Daar zat een logica in die Majorieke meteen overtuigde, want het keek naar de draagkracht. Het was als een verzekering waar je minder premie betaalt als je kwetsbaarder bent, omgekeerd aan wat je zou verwachten, maar precies omdat de kwetsbare de bescherming het hardst nodig heeft. Het grote bedrijf kon een zieke werknemer opvangen in zijn omvang. Het kleine niet, en kreeg daarom een lagere premie als steun.
"Het is eigenlijk hetzelfde idee als bij een dorp en een stad," zei ze, terwijl ze het voor zichzelf probeerde te vatten. "In een grote stad valt het weg als er één huis afbrandt, er zijn er zoveel. In een klein dorp is het meteen een ramp, want er staan er maar tien." Willem knikte, en zei dat dat precies de gedachte was, dat de last lichter werd gemaakt voor wie hem het minst kon dragen. Majorieke vond het mooi, dat er in een systeem dat ze altijd voor koud en hard had gehouden, zo'n verzachtende gedachte zat, een hand onder de kleine werkgever die anders bij één tegenslag zou omvallen. Het was niet alleen percentages en potten. Er zat een soort rechtvaardigheid in, als je goed keek.
"En wij," zei ze, terug bij haar eerste vraag, "zijn wij klein of groot?"
"Daar moet je niet naar gevoel gokken, daar is een grens voor." Willem pakte het oranje boek erbij. "Het hangt niet af van hoeveel mensen er rondlopen, niet precies, maar van hoeveel loon het bedrijf in totaal uitbetaalt. Er is een grens, een bedrag, en zit je daaronder met je totale loon, dan ben je een kleine werkgever en betaal je het lage tarief. Zit je erboven, dan ben je een grotere en betaal je het hoge." Hij zocht het op. "De grens ligt dit jaar rond de miljoen, iets daarboven. En ze kijken niet naar dit jaar, maar naar een paar jaar terug, naar wat je toen aan loon hebt uitbetaald, zodat het tarief van tevoren vaststaat en niet elke maand verspringt."
Majorieke keek mee, en ze rekende in haar hoofd, grof, wat VGS aan loon uitbetaalde. Een bedrijf van deze omvang, met het magazijn en de administratie en de verkoop, dat zat met al die lonen bij elkaar waarschijnlijk boven die grens. "Dan zijn wij waarschijnlijk niet de kleinste," zei ze. "Met alle lonen samen komen we vast boven dat bedrag uit. Dus wij betalen het hoge Aof-tarief?"
"En let op één ding," voegde Willem eraan toe, "want dit is precies waar mensen de mist in gaan. Ze kijken niet naar dit jaar. Stel dat we vorig jaar gegroeid zijn, een paar mensen erbij, en we zitten nu pas net boven de grens. Dan telt dat dit jaar nog niet. Ze kijken naar een paar jaar geleden, naar wat we toen aan loon hebben uitbetaald, en dat staat het hele jaar vast. Zo weet je vooraf welk tarief geldt, en verspringt het niet halverwege omdat je een maand een dure kracht erbij neemt." Hij keek haar aan. "Dus als je het narekent, pak je niet de lonen van nu, maar die van het ijkjaar dat ze gebruiken. Anders reken je met het verkeerde bedrag en kom je op de verkeerde uitkomst, ook al klopt je som verder."
Majorieke knikte, en ze maakte er in haar hoofd een aantekening van, want het was precies het soort valkuil waar ze in zou zijn gelopen: het loon van nu pakken in plaats van het loon van het juiste jaar. Het was als een huurprijs die op een peildatum in het verleden was vastgesteld en het hele jaar gold, ongeacht wat de markt ondertussen deed.
"Maar je gevoel klopt waarschijnlijk," ging Willem verder. "VGS is geen klein familiebedrijfje meer met drie man. Met het magazijn, de verkoop, de administratie, zitten we met het totale loon vermoedelijk net boven de grens, en dan zijn we voor de Aof een grotere werkgever, en betalen we het hoge tarief. Dat is waarom dat vinkje in het pakket staat zoals het staat. Iemand heeft ooit, op basis van het totale loon, vastgesteld dat we niet de kleine zijn." Hij keek haar aan. "En dat is precies het soort ding wat jij moet kunnen controleren. Want stel dat het vinkje verkeerd staat, dat iemand ons per ongeluk als klein heeft aangemerkt terwijl we groot zijn. Dan betalen we voor iedereen het lage tarief waar het hoge had gemoeten, en dat komt later uit, met een naheffing over alle werknemers tegelijk. Eén verkeerd vinkje, en het raakt de hele lijst."
"Laat eens zien wat dat doet," zei Majorieke, want ze wilde het in een bedrag voelen. "Het verschil tussen het lage en het hoge Aof-tarief, bij ons."
Willem schoof haar het blaadje toe. "Pak Henk. Reken zijn Aof-premie twee keer, laag en hoog, over zijn loon voor de werknemersverzekeringen. Zeg dat dat tweeduizend is in de maand." Majorieke pakte de pen. Tweeduizend keer ruim zes procent. "Bij het lage tarief," zei ze, en ze rekende, "ongeveer honderdvijfentwintig euro per maand. En bij het hoge." Ze rekende opnieuw, met ruim zeven en een half. "Een kleine honderdvijftig." Ze keek naar de twee getallen. "Dus voor Henk alleen scheelt het tarief een kleine dertig euro per maand."
"Een kleine dertig, ja, voor Henk alleen." Willem knikte. "En nu het punt. De Aof betaal je voor iederéén op de lijst. Reken eens, als we vijftig mensen in dienst hebben, en het scheelt bij elk gemiddeld een tientje of twintig per maand tussen laag en hoog, hoeveel is dat dan voor het hele bedrijf?" Majorieke rekende grof. Vijftig keer een tientje of wat, per maand. "Dat loopt op naar vijfhonderd, duizend euro per maand," zei ze, "voor het hele bedrijf. Alleen door dat ene tarief." Ze keek op. "En over een jaar dus duizenden, tienduizenden."
"Tienduizenden, ja, voor een bedrijf van onze omvang." Willem tikte op haar getallen. "Zie je waarom dat ene vinkje zo zwaar weegt? Bij de Awf staat een fout bij één mens, een paar tientjes. Bij de Aof staat de keuze voor het hele bedrijf, en een fout vermenigvuldigt zich met elke werknemer. Klein verschil per persoon, groot verschil voor de hele lijst. Dat is precies waarom je het narekent, en niet vertrouwt op een vinkje dat iemand ooit heeft gezet."
Dat maakte indruk op Majorieke, want ze zag nu wat eraan vastzat. De Awf-fout zat per persoon, een verkeerd tarief bij één naam. Maar een Aof-fout zat in het bedrijf, en raakte dus iederéén tegelijk, elke werknemer op de lijst. Een fout op bedrijfsniveau was groter dan een fout op werknemersniveau, omdat hij zich vermenigvuldigde met het aantal mensen.
"Dus een fout in de Aof is erger dan een fout in de Awf," zei ze, "omdat hij iedereen raakt en niet één persoon."
"Zo zou je het kunnen zeggen, ja, qua omvang." Willem knikte. "Een Awf-fout is een mens. Een Aof-fout is een bedrijf. Allebei wil je ze niet, maar de tweede vermenigvuldigt zich. Daarom controleer je dat ene vinkje, de grootte van de werkgever, met net zo veel zorg als je een individueel contract controleert. Misschien wel met meer, want er hangt meer aan."
Henk kwam net langs met een stapeltje pakbonnen die hij moest afgeven, en hij ving het woord arbeidsongeschiktheid op en bleef even staan, met een hand op zijn onderrug, een gebaar dat hij de laatste tijd vaker maakte zonder het zelf te merken. "Gaat dat over mij?" zei hij, half lachend, half niet. "Want als er één is die straks arbeidsongeschikt raakt, ben ik het." Het was een grap, maar er zat een echte zorg onder, en Majorieke voelde dat. Willem keek hem aan en zei rustig dat het over de premie ging, het geld dat het bedrijf opzij legde juist voor het geval dat, en dat het maar goed was dat die pot er was. Henk knikte langzaam, en zei: "Zolang die pot er maar is als ik hem nodig heb." Hij legde zijn pakbonnen neer en liep terug naar het magazijn, iets langzamer dan een jaar geleden, en Majorieke keek hem na en bedacht dat de Aof-premie voor de meeste mensen op de lijst een abstract percentage was, een vinkje in een pakket. Maar voor Henk was het concreet. Het was de premie voor precies het soort pech waar hij 's nachts van wakker lag. De o van onmogelijk te werken was voor hem geen ezelsbruggetje. Het was een mogelijke toekomst.
Majorieke knikte, en ze keek naar de twee premies op het blaadje, de Awf en de Aof, de w en de o, en ze zette ze voor zichzelf op een rij om ze niet meer kwijt te raken. De Awf, voor werkloosheid, keek naar het contract van de werknemer, vast of los. De Aof, voor arbeidsongeschiktheid, keek naar de grootte van het bedrijf, klein of groot. Twee werkgeverspremies, allebei met twee gezichten, maar elk om een andere reden. Het was precies het soort onderscheid waar ze een paar weken geleden in verdwaald zou zijn, en dat ze nu netjes uit elkaar kon houden.
"En zijn er nog meer van die werkgeverspremies?" vroeg ze, want ze begon het patroon te zien.
"Er is er nog eentje aan die kant, en die is de gemeenste van de drie," zei Willem, en er kwam iets in zijn stem wat ze herkende als de aanloop naar morgen. "Want de Awf kijkt naar het contract, en de Aof naar de grootte van het bedrijf, maar de derde kijkt naar iets nog persoonlijkers. Naar hoe het jouw bedrijf zelf is vergaan met zieke en arbeidsongeschikte mensen. Een premie die voor elk bedrijf anders is, op maat gesneden, op basis van het eigen verleden. Maar dat is voor morgen. Vandaag heb je de Aof, en je weet nu het verschil met de Awf, en dat is meer waard dan het lijkt, want de meeste mensen verwarren die twee hun hele loopbaan lang."
Hij stond op en pakte zijn beker, en Majorieke trok het oranje boek naar zich toe en zocht het stuk over de gedifferentieerde premie Aof op. En daar stond het, het lage tarief van ruim zes procent voor de kleine werkgever en het hoge van ruim zeven en een half voor de grotere, precies zoals Willem had gezegd. En eronder de uitleg van wanneer je een kleine werkgever was, met de grens die te maken had met het totale premieplichtige loon, en met het jaar een paar jaar terug waar ze naar keken. Ze legde haar vinger bij het grensbedrag en dacht aan VGS, en aan dat ze het straks zou narekenen om het zeker te weten in plaats van te gokken.
Even verderop zag ze de uitleg staan over startende werkgevers, die de eerste jaren altijd als klein werden gezien, en over bedrijven die uit meerdere onderdelen bestonden, en ze liet het liggen, want dat waren randen en de hoofdregel had ze. Klein bedrijf laag, groter bedrijf hoog, en de grens lag bij het totale loon. De rest zocht ze op als het langskwam.
Ze bladerde nog even terug naar het stuk over de Awf van gisteren, en legde de twee premies in het boek naast elkaar, de een die naar het contract keek en de ander die naar de grootte van het bedrijf keek, en ze zag ze nu als een paar dat je alleen samen goed begreep. Niet omdat ze hetzelfde deden, maar juist omdat ze zo op elkaar leken in naam en zo verschilden in werking. Het verschil onthouden was belangrijker dan elk apart kennen.
Onderweg naar huis bleef ze de twee letters herhalen, de w en de o, Awf en Aof, als een rijmpje dat was blijven hangen. Werkloos met een w. Arbeidsongeschikt met een o. Het ezelsbruggetje had ze zelf verzonnen, en het zat al vast. Ze zou die twee nooit meer verwarren, juist omdat Willem had gezegd dat zo veel mensen dat wel deden.
Aan tafel gaf ze Bram het ezelsbruggetje cadeau, de w van werkloos en de o van onmogelijk te werken, want hij hield van dat soort dingen. Hij lachte en zei dat ze klonk als een lerares. En zij zei dat dat misschien wel was wat ze diep van binnen altijd had willen worden, iemand die iets ingewikkelds zo kon vertellen dat het ineens simpel werd. Het was eruit voor ze er erg in had, en ze schrok er een beetje van, want het was waar en ze had het nooit zo gezegd. Bram zei niets spottends terug. Hij zei alleen, zacht: "Dat ben je al, voor mij." En ze bleef er even stil van, want het raakte iets van tien jaar waarin niemand had gevraagd wat zij eigenlijk had willen zijn.