De directeur als werknemer

Loonwereld — deel 57

Een belofte uit haar eerste maanden komt terug. Alex is geen gewone naam op de lijst, en Majorieke ontdekt eindelijk waarom de baas zichzelf loon moet geven.

Concepts

Het was Alex zelf die het oprakelde, op een aprilochtend, leunend in de deuropening van het kantoor met een beker koffie.

Hij was de eigenaar van Van Ginkel Solutions, en Majorieke had hem in de loop van de maanden leren kennen als iemand die zich meestal niet met de loonadministratie bemoeide, die daar Willem en haar voor had. Maar vanmorgen bleef hij staan, en hij keek naar haar scherm waar de loonlijst openstond, en hij zei half lachend: "Sta ik daar eigenlijk ook op? Op die lijst van jou?" Hij vroeg het luchtig, alsof het een grap was, maar er zat een echte vraag onder.

Majorieke keek naar de lijst, en ze zocht zijn naam, en ja, daar stond hij, Alex, met een loon, net als de anderen. Het had haar nooit echt verbaasd, want ze was eraan gewend dat hij erop stond. Maar nu hij het vroeg, drong er iets tot haar door wat ze al die tijd half had geweten zonder erbij stil te staan. "Je staat erop," zei ze. "Met een loon. Net als Henk en Daan en de rest." Ze fronste. "Maar nu je het zegt, dat is eigenlijk gek. Jij bent de baas. Je bent de eigenaar. Je geeft jezelf loon. Hoe werkt dat eigenlijk?"

Alex haalde zijn schouders op. "Geen idee. Dat regelt Willem. Ik weet alleen dat ik elke maand een strookje krijg, net als de jongens. Vraag het hem maar." En hij liep door, met zijn koffie, de grap al weer vergeten.

Maar Majorieke bleef met de vraag zitten, en er ging een belletje rinkelen, ergens ver weg, een herinnering aan iets wat lang geleden was aangestipt en toen weggelegd. Ze keek nog eens naar zijn naam op de lijst, en ze realiseerde zich dat ze die naam maandenlang had verwerkt zonder er ooit echt over na te denken. Ze had Alex' loon ingevoerd, zijn strook gemaakt, zijn bedrag meegenomen in de aangifte, en al die tijd had ze hem behandeld als gewoon weer een regel. Maar hij was geen gewone regel. Hij was de man die haar betaalde, de eigenaar van het bedrijf waar ze haar plek had teruggevonden, en hij stond op zijn eigen loonlijst alsof hij een knecht van zichzelf was. Hoe vaker ze erover nadacht, hoe vreemder het werd. Een man die zichzelf in dienst had.

*Een directeur die zichzelf loon geeft.* De woorden kwamen terug, en ze wist ineens precies waar ze ze had gehoord. Het was bij de auto. De auto van Alex, de bijtelling, lang geleden, in haar eerste maanden. Willem had toen iets gezegd over een directeur die zichzelf loon geeft, en zij had gevraagd of dat zomaar kon, jezelf loon geven. En Willem had een wegwuivend gebaar gemaakt en gezegd dat dat een heel ander hoekje van het vak was, iets voor wie zich later zou specialiseren. Hij had het bewust laten liggen. En nu, maanden later, stond Alex in de deuropening en stelde precies die vraag opnieuw.

Ze liep naar Willem en vertelde hem over Alex' opmerking, en over de herinnering die het had losgemaakt. "Je hebt me ooit iets beloofd," zei ze, "zonder het zo te noemen. Bij de auto van Alex. Je zei dat een directeur die zichzelf loon geeft een heel ander hoekje van het vak was, iets voor later. En nu vraagt Alex zelf of hij op de loonlijst staat, en ineens wil ik weten hoe dat zit. Is het later nu?"

Willem keek op, en er kwam een trage glimlach op zijn gezicht, alsof hij dit moment al een tijd had zien aankomen. "Dat je dat hebt onthouden," zei hij. "Al die maanden. Ja. Het is later nu. Je bent er klaar voor, en het is een mooi hoekje, een van de aardigste van het hele vak." Hij schoof een stoel bij. "Ga zitten. Want Alex is inderdaad geen gewone naam op je lijst. Hij is een bijzonder soort werknemer, en hij heeft een eigen naam in ons vak."

Majorieke ging zitten, en ze voelde de tevredenheid van een belofte die werd ingelost, een draad die maanden had losgehangen en nu eindelijk werd vastgeknoopt. Het was een vreemd plezier, dat ze nu pas leerde herkennen, het plezier van iets begrijpen waar je lang geleden voor was teruggedeinsd. Toen, bij de auto, had ze het onderwerp niet aangekund, en Willem had dat geweten en het weggelegd. Nu was ze er klaar voor, en dat ze er klaar voor was, dat ze het had verdiend door alles wat ze ertussenin had geleerd, voelde bijna zoeter dan het begrip zelf. "Vertel," zei ze.

"Alex is eigenaar van het bedrijf," begon Willem. "Het is een bv, een besloten vennootschap. En een bv is iets aparts, juridisch gezien. Het is een eigen rechtspersoon, een soort zelfstandig wezen, los van de mensen erachter. De bv heeft zelf bezittingen. De bv heeft zelf schulden. De bv sluit zelf contracten. En Alex is niet de bv. Alex is de eigenaar van de aandelen, en hij werkt er ook in, als directeur." Hij keek haar aan. "Snap je het verschil? De bv is een ding op zichzelf. Alex bezit dat ding, via de aandelen. En tegelijk werkt hij ervoor, als directeur. Hij is dus twee dingen tegelijk. Eigenaar en werknemer."

Majorieke dacht erover na, en het was even wennen, dat idee van een bedrijf als een zelfstandig wezen los van de baas. "Dus de bv is een soort persoon op zichzelf," zei ze langzaam. "En Alex bezit hem, maar werkt er ook voor. Alsof hij voor zijn eigen creatie werkt, die tegelijk los van hem staat." Willem knikte. "Precies. En dat maakt hem een bijzonder geval. Want voor de meeste werknemers is het simpel. Henk werkt voor de bv, Henk bezit niets van de bv, Henk krijgt loon. Een gewone werknemer, een gewone dienstbetrekking. Maar Alex bezit de bv waar hij voor werkt. Hij is de baas én de bezitter. En zo iemand heeft een eigen naam. Hij heet een directeur-grootaandeelhouder."

*Directeur-grootaandeelhouder.* Majorieke proefde het lange woord, en het zat vol betekenis als je het uit elkaar haalde. Directeur, dat was de baas, degene die leidt. Grootaandeelhouder, dat was degene die een groot deel van de aandelen bezit. Iemand die allebei was, de baas en de grote eigenaar tegelijk. "Het is letterlijk wat het zegt," zei ze. "Directeur, want hij leidt het bedrijf. Grootaandeelhouder, want hij bezit een groot deel van de aandelen. Beide tegelijk, in één persoon." Willem knikte. "Daarom kort iedereen het af tot DGA. Directeur-grootaandeelhouder, dga. Je komt het overal tegen in ons vak, en het is goed dat je het nu kent, want het is een van die termen die voortdurend langskomt."

"En waarom is het zo bijzonder," vroeg ze, "voor de loonadministratie? Hij krijgt toch gewoon loon, net als de rest? Hij staat op de lijst, hij krijgt een strook." Willem hief een vinger. "Daar zit het hem. Voor een gewone werknemer is het loon een gegeven. Henk en de baas spreken een loon af, en dat is wat het is. Henk kan niet zomaar zeggen dat hij zichzelf geen loon geeft, want hij is niet de baas. Maar Alex wél. Alex is de baas. Alex bepaalt zélf hoeveel loon hij zichzelf geeft. En daar zit een gevaar in dat de Belastingdienst heeft zien aankomen."

"En is hij dan wel verzekerd," vroeg ze, "voor de werknemersverzekeringen? Want een gewone werknemer is dat, weet je nog, de WW, de WIA. Maar Alex is zijn eigen baas. Tegen wie moet hij verzekerd zijn?" Willem keek haar aan, blij verrast dat ze meteen op dat spoor zat. "Dat is een scherpe vraag, en je raakt iets belangrijks. Een dga is in de meeste gevallen niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen. En de reden zit precies in wat je net zei. De werknemersverzekeringen zijn er voor mensen die afhankelijk zijn van een baas, die hun baan kunnen verliezen, die ziek kunnen worden en dan beschermd moeten zijn." Hij keek haar aan. "Maar Alex is zelf de baas. Hij kan zichzelf niet ontslaan. Er is geen baas boven hem die hem op straat kan zetten. Dus tegen werkloosheid hoeft hij niet verzekerd te zijn, want hij kan niet werkloos worden in de zin van de wet. Hij is zijn eigen werkgever."

Majorieke knikte langzaam, en het klopte met alles wat ze had geleerd. De werknemersverzekeringen waren een vangnet voor wie onder een ander werkte. Alex werkte onder niemand. "Dus geen gezag boven hem," zei ze. "En de werknemersverzekeringen draaien om dat gezag, om afhankelijk zijn. Geen baas, geen afhankelijkheid, geen verzekering." Willem knikte. "Daar zit het. Geen WW, geen WIA voor de meeste dga's. En dat heeft gevolgen voor de premies die je over zijn loon berekent. Over Alex' loon draagt het bedrijf geen premies werknemersverzekeringen af, want hij is er niet voor verzekerd. Dat scheelt een stuk. Maar het betekent ook dat Alex zelf maar moet zorgen dat hij gedekt is als hij ziek wordt of zijn bedrijf omvalt, want het vangnet van de overheid hangt niet onder hem." Hij keek haar aan. "Dat is de keerzijde van zijn vrijheid. Hij is de baas, hij bepaalt veel zelf, maar hij staat ook alleen als het misgaat."

Majorieke legde dat naast elkaar, de vrijheid en het alleen staan. Het was een eerlijke ruil, op een bepaalde manier. Alex had de macht over zijn eigen bedrijf en zijn eigen loon, maar daar tegenover stond dat hij geen vangnet had als het misging. Henk, die elke dag onder een baas sjouwde, had die vrijheid niet, maar wel het vangnet. Twee verschillende posities, elk met een prijs.

"Als Alex zelf bepaalt hoeveel loon hij krijgt," zei ze langzaam, "dan zou hij zichzelf bijna geen loon kunnen geven. Want over loon betaalt hij loonheffing. En als hij zichzelf weinig loon geeft, betaalt hij weinig loonheffing." Ze keek op. "Hij zou kunnen zeggen: ik geef mezelf maar een paar honderd euro loon, en de rest haal ik op een andere manier uit het bedrijf, op een manier die minder belast is." Willem keek haar aan met onverholen plezier. "Daar. Precies daar. Je ziet het gevaar zonder dat ik het hoef te noemen. Een gewone werknemer kan dat niet, want die bepaalt zijn loon niet. Maar een dga wel. En als je hem zijn gang liet gaan, zou hij zichzelf een minimaal loon geven om de loonheffing te ontlopen, en de rest van het geld op een fiscaal voordeligere manier uit zijn bv halen."

Majorieke knikte, en ze zag de hele puzzel ineens helder voor zich. Het was hetzelfde soort scheve eerlijkheid dat ze al eerder was tegengekomen, bij de auto van de zaak, waar een directeur zichzelf een dure auto kon geven en bijna geen belasting betalen als de bijtelling niet bestond. Hier was het hetzelfde, maar voor het loon zelf. "Het is hetzelfde als bij de auto," zei ze. "Toen vertelde je dat een directeur zichzelf bijna geen loon zou kunnen geven en in plaats daarvan een dure auto. En dat de bijtelling dat rechttrekt. Hier gaat het over het loon zelf. Een dga zou zichzelf bijna geen loon kunnen geven, en daar moet ook iets tegen zijn, anders is het oneerlijk tegenover iedereen die wel gewoon over zijn loon belasting betaalt." Willem knikte traag. "En daar bestaat inderdaad iets tegen. Een regel die zegt: een dga moet zichzelf een fatsoenlijk loon geven, of hij wil of niet. Hij mag zichzelf niet arm rekenen om de heffing te ontlopen. Hoe die regel precies werkt, met welk bedrag, dat is het stuk voor morgen. Voor vandaag is het belangrijk dat je begrijpt wíé Alex is, en waaróm hij bijzonder is. Een dga, de baas die ook werknemer is, die zijn eigen loon bepaalt, en die daarom een eigen regel nodig heeft."

Majorieke knikte, en ze voelde de tevredenheid van een begrip dat eindelijk op zijn plek viel. Al die maanden had Alex op de lijst gestaan als een naam met een loon, en ze had er nooit echt bij stilgestaan dat hij anders was dan de rest. Nu zag ze het. Hij was de baas en de werknemer in één, de eigenaar van het wezen waarvoor hij werkte, iemand met de macht om zijn eigen loon te bepalen en daarom met een eigen regel om hem in toom te houden.

Ze trok het oranje boek erbij, want ze wilde de dga zien staan, en ze bladerde naar het hoofdstuk over bijzondere arbeidsrelaties, een dik hoofdstuk dat ze nog nooit had geopend omdat ze er nog nooit reden voor had gehad. En daar stond het, helemaal vooraan, over aandeelhouders met een aanmerkelijk belang, en over de directeur-grootaandeelhouder. Ze las dat een aanmerkelijkbelanghouder iemand is die, eventueel samen met zijn partner, een groot deel van de aandelen van een vennootschap bezit, en dat zo iemand ook wel directeur-grootaandeelhouder wordt genoemd. Het stond er droog en juridisch, met verwijzingen naar regelingen die ze nog niet kende, maar de kern herkende ze, want Willem had hem haar net helder gemaakt. De baas die ook werknemer is, met een eigen plek in het boek.

"Een aanmerkelijk belang," las ze hardop. "Dat is dus dat grote stuk aandelen. Dat je een flink deel van het bedrijf bezit." Willem knikte. "Een aanmerkelijk belang is het juridische woord voor een belang dat groot genoeg is om je een dga te maken. De grens ligt rond een vijfde van de aandelen, maar de precieze regels hoef je nu niet uit je hoofd. Het gaat erom dat je het herkent. Zie je in een administratie iemand die zowel directeur is als een groot deel van de aandelen bezit, dan gaat er een lampje branden: dit is een dga, voor hem gelden eigen regels, dit moet ik opzoeken." Hij keek haar aan. "Dat is precies wat een goede administrateur doet. Niet alles uit het hoofd kennen, maar de bijzondere gevallen herkennen en weten waar je ze opzoekt."

Majorieke knikte, en ze legde het lampje vast in haar hoofd. Directeur plus een groot belang in de aandelen, dat was een dga, en een dga betekende: oppassen, eigen regels, opzoeken. Het was een nieuw soort herkenning, geen som maar een signaal, een patroon dat ze voortaan zou zien.

"En de partner," las ze verder, want haar oog viel op een zinsnede. "Hier staat dat het ook voor de partner van de dga kan gelden. Hoe zit dat?" Willem leunde achterover. "Soms bezit een dga de aandelen samen met zijn partner, of werkt de partner ook mee in het bedrijf. Dan kan de regeling ook voor die partner gelden. Het idee is hetzelfde: iemand die zo dicht bij de eigenaar staat dat hij of zij zelf invloed heeft op het eigen loon, en dus niet zomaar zichzelf arm mag rekenen." Hij wuifde even. "De fijne kneepjes daarvan zijn voor de specialist. Voor jou is het genoeg om te weten dat het niet alleen om de directeur zelf gaat, maar soms ook om wie er heel dicht omheen staat." Majorieke knikte en liet het daarbij, een randje van het onderwerp dat ze herkende zonder erin te duiken, precies zoals Willem haar had geleerd om met de bijzondere gevallen om te gaan.

Ze dacht aan de andere namen op haar lijst, en aan hoe verschillend ze ineens waren als je goed keek. Henk, een gewone werknemer, in dienst, verzekerd, met een baas boven zich. Daan, hetzelfde. Mevrouw De Wit, die geen werk meer deed en een pensioen kreeg, loon uit vroegere dienstbetrekking. En Alex, de baas, de dga, eigenaar en werknemer tegelijk, niet verzekerd, met zijn eigen regels. Vier namen op één lijst, en achter elke naam een ander verhaal, een andere positie, andere regels. Het was haar nooit zo opgevallen, dat een loonlijst eigenlijk een verzameling heel verschillende mensen was, elk met een eigen plek in het systeem. De lijst zag er gelijk uit, namen onder elkaar met bedragen ernaast. Maar eronder lag een wereld van verschil.

Aan het eind van de ochtend liep Alex weer langs, en Majorieke kon het niet laten. "Ik heb het uitgezocht," zei ze. "Waarom je op de loonlijst staat. Je bent een dga, een directeur-grootaandeelhouder. Je bent de baas én de eigenaar én een werknemer, alle drie tegelijk. Daarom krijg je een strook." Alex bleef staan, half verrast dat zijn ochtendgrapje een serieus antwoord had opgeleverd. "Een dga," herhaalde hij. "Klinkt belangrijk." Majorieke glimlachte. "Het is vooral ingewikkeld. Maar het komt erop neer dat jij niet zomaar je eigen loon mag bepalen. Daar is een regel voor. Die leg ik je nog wel eens uit, als je wilt." Alex lachte. "Misschien moet ik dat maar eens weten, ja. Wat ik mezelf betaal." En hij liep door, en Willem keek haar na met een blik die zei dat ze het goed had gedaan, dat ze de baas zojuist in twee zinnen iets had uitgelegd over zijn eigen positie wat hij waarschijnlijk nooit precies had geweten.

Het was een zachte aprilavond. Op weg naar huis dacht Majorieke aan de draad die vandaag was vastgeknoopt. Maanden geleden had Willem iets laten liggen, bewust, een hoekje voor later. En zij had het onthouden, al die tijd, half vergeten maar niet helemaal, en vandaag was het teruggekomen en op zijn plek gevallen. Het gaf haar een vreemd soort voldoening, niet alleen omdat ze weer iets had geleerd, maar omdat ze merkte hoeveel ze inmiddels droeg. Een halfjaar aan begrippen, los van elkaar geleerd, en steeds vaker bleken ze met elkaar verbonden, draden die elkaar raakten. Een belofte uit april die teruggreep op de auto uit januari, en die auto greep weer terug op de dienstbetrekking uit haar eerste week. Het was geen verzameling losse feiten meer. Het was een weefsel geworden, en zij kon er haar weg in vinden.

Thuis vroeg Bram hoe haar dag was geweest, en ze vertelde hem over Alex, over de dga, over hoe de baas tegelijk eigenaar en werknemer kon zijn. Bram, die in loondienst werkte en nooit een eigen bedrijf had gehad, vond het oprecht verrassend. "Dus de baas is gewoon ook een werknemer van zijn eigen bedrijf?" Majorieke knikte. "Van zijn eigen bv, ja. Het bedrijf is een ding op zichzelf, en hij werkt ervoor en bezit het tegelijk." Bram dacht erover na. "Dat is bijna filosofisch." Majorieke lachte. "Een beetje wel. En morgen leer ik het mooiste stuk. Hoeveel hij zichzelf minimaal moet betalen, of hij wil of niet." En ze besefte, terwijl ze het zei, dat ze zich erop verheugde, op het volgende stuk van een draad die ze maanden geleden had moeten loslaten en nu eindelijk helemaal mocht ontrafelen.